Column

Eén hoeraatje voor de feministische politiek

Zweden heeft het wapenakkoord met Saoedi-Arabië opgezegd. Wie volgt? Niemand waarschijnlijk, schrijft Carolien Roelants.

Je kent nu wel zo’n beetje mijn standpunt over feministen, dus ik heb smakelijk gelachen toen ik vorig jaar las dat Zweden een feministische buitenlandse politiek kreeg. Ik denk dan meteen aan dat idée fixe dat de wereld vreedzamer wordt als er meer vrouwen aan de top staan. Terwijl relatief meer vrouwelijke leiders oorlog hebben gemaakt dan mannen. Neem Margaret Thatcher of Indira Gandhi, die vredesduiven.

Ik neem niets terug van mijn principiële bezwaar tegen het concept ‘vrouwen’-is-gelijk-aan-‘vredesmakers’, zo ben ik ook wel weer. Maar ik heb groot respect voor de minister van feministische politiek, Margot Wallström, en haar collega’s. Die hebben ruzie gemaakt met de Saoediërs. En je weet, dat doet niemand. Stel je voor dat de Saoediërs boos worden! Wallström had zich eerder dit jaar opgewonden over de „middeleeuwse” duizend stokslagen voor de blogger Raif Badawi. Vervolgens verhinderden de Saoediërs vorige week dat ze over mensen- en vrouwenrechten zou spreken op een bijeenkomst van de Arabische Liga, waar ze nota bene was uitgenodigd wegens de Zweedse erkenning van de staat Palestina. In haar toespraak, bleek later, werd Saoedi-Arabië niet genoemd. Maar ja, lange tenen.

De Liga werd vreselijk boos namens de Saoediërs toen Wallström vertelde dat haar optreden door Riad was geblokkeerd. Alle kritiek was ongepast, want het Saoedische recht is gebaseerd op de shari’a, en dat, zoals wij allen weten, „waarborgt mensenrechten en beschermt leven, bezittingen, eer en waardigheid van de mensen”.

Pal daarbovenop maakte Zweden bekend het tien jaar oude en profijtelijke handels- en defensieakkoord met Saoedi-Arabië te schrappen. Of dat besluit nu mede te maken had met Wallströms ruzie, of al eerder was genomen, doet er niet toe. Zoals voorspelbaar werd het bedrijfsleven heel boos: Zwedens reputatie als betrouwbare handelspartner stond op het spel! Saab liet weten dat het gewoon zijn spullen blijft exporteren. Er schijnt een deal aan te komen voor de levering van antitankraketten.

Waar ik naartoe wil: hoe ernstig je de mensenrechten ook schendt of hoe corrupt je ook bent, wapenleveranties zijn heilig. Winst en werk, nietwaar? Een aardig voorbeeld vind ik altijd het al-Yamamah-schandaal, de Britse wapendeal van 1985 met Saoedi-Arabië die de Britten tientallen miljarden ponden heeft opgeleverd. Later bleek dat de Saoediërs een slordige zes miljard pond aan smeergeld hadden opgestreken – lees de smakelijke details op theguardian.com, ‘Secrets of al-Yamamah’. Een onderzoek daarnaar werd gestaakt nadat Saoedi-Arabië had gedreigd het materieel in Frankrijk te kopen.

Zweden doet het nu anders. Het allergeestigste vind ik dat de Zweedse minister van defensie, Peter Hultqvist, zei dat hij nog wel medische en gender-training wilde leveren. Ik vraag me af: zei hij dat nou om te pesten of is dat die feministische politiek? De Saoediërs waren niet geïnteresseerd. Daar is het dankzij de shari’a immers al perfect.