Delen we de Passie weer?

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere week zien wat de schoonheid van klassieke muziek is. Vandaag: zijn liefde voor de Matthäus Passion.

Foto Hiroyuki Ito/Getty Images en beeldbewerking NRC.

Het lijkt ieder jaar groter te worden: de Matthäus-verering. Jaarlijks wordt in aanloop naar Pasen de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach (1685-1750) in Nederland uitgevoerd. Honderden uitvoeringen worden er gegeven van dit meesterwerk dat al bijna driehonderd jaar meegaat, en deze passie wordt door duizenden mensen trouw bezocht.

Maar wat als je voor het eerst gaat? Wat moet je weten? Waar moet je naar luisteren? Dit is wat je moet weten.

Een (heel korte) geschiedenis

Bach – diepgelovig Lutheraan, verwekker van vele kinderen en de mooiste muziek ooit – schreef de Matthäus Passion in 1727. Hij voerde het uit in de Thomaskirche in Leipzig, waar hij kapelmeester was. Na zijn dood raakte het stuk in de vergetelheid, tot Felix Mendelssohn in 1829 voor een revival zorgde. De Matthäus-traditie in Nederland ontstond aan het begin van de vorige eeuw. De jaarlijkse uitvoering door de Nederlandse Bachvereniging op Goede Vrijdag in Naarden groeide uit tot een society-evenement.

Een ‘passie’? Een wat?!

Mogelijk vraag je je af wat dat nou in hemelsnaam is, een passie. Nee, het heeft niets te maken met passie zoals je die kunt hebben voor modelspoorbanen, en met het erotische tijdschrift heeft het al helemaal niets van doen. Een passie is een kunstwerk over het lijden van Jezus Christus, die, geloven christenen, de zonden van de mensheid op zich nam.

En wat die Matthäus er dan mee te maken heeft als het stuk over Jezus gaat? Matthäus (of Matteüs in ’t Nederlands) is een van de vier evangelisten. Net als Markus, Lukas en Johannes beschreef hij het leven van Jezus. De boeken van deze vier – de evangeliën – zijn opgenomen in de Bijbel. De Matthäus Passion vertelt dus hoe het volgens Matteüs met Jezus is afgelopen. Dat de auteur van de tekst echt zo heeft geheten, is overigens onwaarschijnlijk. De tekst is anoniem overgeleverd en de auteur lijkt vooral veel te hebben afgekeken van Markus.

Maar dat terzijde.

Bach laat zijn passie, een van de twee die bewaard zijn gebleven (de andere is de oudere Johannes Passion), beginnen bij het moment dat Jezus tot zijn discipelen (zijn Jüngern) spreekt: hij kondigt zijn kruisdood aan en vertelt dat één van hen hem zal verraden. Het vervolg veronderstel ik als bekend (zo niet: lees de Schrift!). Hij overleeft het niet – maar ergens toch ook weer wel: hij is immers Gottes Sohn!

De structuur

De Matthäus heeft drie basisbestanddelen. Voor de koolhydraten: de Bijbeltekst. Het hersenvoedsel: de speciaal voor Bach (door Christian Friedrich Henrici, alias Picander) geschreven poëzie. En om het af te maken: de koralen. Dat zijn Lutherse kerkliederen, gezongen door het koor, die voor Bach en zijn toehoorders overbekend waren. De teksten en sobere melodieën daarvan zijn dus niet van Bach zelf. Vergelijk het met hiphopartiesten die samples gebruiken.

Maar helemaal copy-paste is het niet. De koraalmelodie klinkt steeds in de sopraan, de hoogste partij. De andere partijen zijn wel van Bach. Interessant is hoe hij die koralen gebruikt: hij laat ze reageren op de gebeurtenissen. Als Jezus bijvoorbeeld wordt geslagen, klinkt Wer hat dich so geschlagen? – een couplet uit het koraal O Welt, sieh hier dein Leben.

Over koor gesproken: wie een Matthäus bezoekt, zal merken dat er niet één koor is, maar dat het er twee zijn, die ook allebei een eigen orkestje hebben. Vaak is er een vraag-antwoordspel tussen de koren.

Het is natuurlijk niet alleen maar koor dat je hoort. Misschien wel de belangrijkste partij is die van de verteller, ‘de evangelist’: een tenor (hoge mannenstem). Daarnaast zijn er enkele rollen, uiteraard ook voor Jezus, die wordt gezongen door een bas (lage mannenstem). Steeds als Jezus aan het woord is, wordt hij bijgestaan door de strijkers, als een soort klinkend aureool.

Tot slot worden ook de koren in de actie betrokken: die nemen de rollen van de discipelen aan en die van het Joodse volk dat Jezus wil doden.

De stukken waarin het verhaal wordt verteld, noemen we recitatief. Behalve recitatief en koralen zijn er aria’s – dat zijn solostukken met een wat bespiegelend karakter. Voor veel luisteraars dé reden om ieder jaar weer naar de Matthäus te gaan.

De hits

Die Matthäus Passion duurt zo’n 160 minuten. Als je voor het eerst naar een uitvoering gaat, wil je misschien een beetje voorbereid zijn. Maar waar moet je naar luisteren? Waar te beginnen?

Het is moeilijk om hoogtepunten aan te wijzen. Iedereen heeft natuurlijk andere favoriete aria’s of koordelen, en werkelijk álles aan de Matthäus is goed. Voor veel mensen die ieder jaar weer naar de Matthäus gaan, is Erbarme dich het emotionele hoogtepunt. Die aria, voor alt (lage vrouwenstem of zeer hoog zingende man) en soloviool, lijkt geschreven vanuit het perspectief van Petrus, Jezus’ vertrouweling die hem drie keer verloochende.

Erbarme dich is een smeekbede. De aria gaat over schuld, over berouw. Maar wat maakt het zo goed? Het ritme, die dalende baslijn, geplukte cellotonen die symbool lijken te staan voor de tranen van Petrus. Die meditatieve vioolsolo, met motiefjes die op verschillende toonhoogten worden herhaald. Repetitio én variatio. En dan de stem die erin komt en, sorry voor het cliché, door de ziel snijdt.

Maar de Matthäus heeft nog zo veel meer te bieden. Wie liever iets krachtigers heeft, luistert naar de aria Gebt mir meinen Jesum wieder. Een ander zweert bij het prachtige openingskoor, Kommt ihr Töchter, helft mir klagen, of bij die een tikkeltje zoete dansaria Mache dich mein Herze rein. Zie het daarbij maar eens droog te houden.

Persoonlijke favoriet dan: dat stukje voor het slotkoor waarin afscheid wordt genomen van Jezus: Nun ist der Herr zur Ruh gebracht. Mein Jesu, gute Nacht! Ongelooflijk mooi.

De uitvoering

Ja, over de uitvoering is nogal wat te doen. Ervaren Matthäus-gangers hebben hun voorkeuren: de een hoort het stuk graag gespeeld door een klein barokgezelschap, een uitvoering die de klankwereld recht doet die Bach voor ogen heeft gehad: met oude instrumenten, in oude (lagere) stemming, wat kleinschalig.

Een ander luistert liever naar een kolossaal koor van gedreven amateurs die zich vol overgave op de koralen storten. En ga je ervoor naar een kerk met lange nagalm of een comfortabele concertzaal? De verschillen zijn groot – en daarom kun je het eigenlijk nooit bij één Matthäus laten.