De terugkeer van de publieke schandpaal

Eén foute tweet kan je de rest van je leven blijven achtervolgen. De Britse journalist Jon Ronson zocht enkele slachtoffers op. Na de publieke vernedering raakte hun leven totaal van de rails.

Illustratie Arjen Born Illustratie Arjen Born

Tijdens een lezing op een groot Amerikaans technologiecongres, vandaag exact twee jaar geleden, zitten twee vrienden in het publiek met elkaar te giechelen over het idee van een computer met een enorme dongle. Een dongle is een usb stick-achtig dingetje dat je in je computer moet steken om een programma goed te laten werken of om verbinding te maken met een netwerk – maar dongle is ook Engelse straattaal voor ‘grote penis’. De jongens maken nog een ander seksueel getint techgrapje. Dan staat voor hen een vrouw op en neemt een foto van – denken de jongens – het publiek in de zaal.

Tien minuten later worden de jongens uit dat publiek gehaald. De vrouw blijkt getwitterd te hebben dat ze „niet coole” seksgrappen aan het maken waren, met een foto van hen erbij. Ze bieden direct hun excuses aan aan de organisatie. De volgende dag blogt de vrouw over hun „respectloze” grappen. De dag daarna wordt een van de jongens ontslagen.

De dag dáárna schrijft die jongen zelf op het internetforum Hackers News dat hij het niet zo bedoelde, dat de vrouw niets tegen hen had gezegd toen ze glimlachend die foto nam, en dat hij baalt van zijn ontslag omdat hij drie kinderen heeft en echt van zijn werk hield. Nu gaan op het meer duistere internetforum 4chan de trollen los. Die vrouw moet gekruisigd worden, schrijven ze; haar baarmoeder moet eruit gesneden worden met een klein scherp mesje. Anderen maken fotomontages van haar hoofd op het lichaam van een pornoactrice. Nee, schrijft iemand dan, we moeten haar niet bedreigen, maar iets doen wat écht zin heeft. Waarna de website van de werkgever van de vrouw met een cyberaanval wordt platgegooid. En dan wordt ook zij ontslagen.

Jon Ronson beschrijft de zaak, die de internationale pers haalde, halverwege zijn nieuwe boek So You’ve Been Publicly Shamed, over mensen die publiek aan de schandpaal zijn genageld. Alle betrokkenen hadden in principe goede bedoelingen, maakt Ronson aannemelijk, van het uitbannen van seksuele intimidatie tot opkomen voor een jonge vader die onrecht is aangedaan. Maar niemand is er beter van geworden. Niemand wint. So You’ve Been Publicly Shamed is een boek over losers – letterlijk.

Psychisch gebroken

Ronson heeft er niet de minste vernederde mensen voor geïnterviewd. Hij slaagde erin Jonah Lehrer te laten meewerken, een bekende schrijver van populair-psychologische boeken. Lehrer kwam in 2012 in opspraak toen bleek dat hij citaten van Bob Dylan had verzonnen in zijn boek Imagine, over creativiteit. Hij werd alom verguisd en nam ontslag bij The New Yorker, waar hij net was aangenomen. En Ronson sprak ook met Justine Sacco, die in december 2013 een heel onhandige, makkelijk racistisch te interpreteren grap twitterde en toen in een vliegtuig naar Zuid-Afrika stapte. Talloze twitteraars zaten vol leedvermaak te wachten tot ze landde. De halve wereld wist toen al dat ze ontslagen was uit haar pr-baan, maar Sacco zelf nog niet.

Ronson laat zien hoe psychisch gebroken Lehrer en Sacco zijn door die schandalen. Hun leven raakte totaal van de rails. Hun carrière is abrupt gestopt; Sacco is single en kan niet meer normaal daten omdat iedereen tegenwoordig zijn dates eerst googelt. En Ronson concludeert: publiek straffen is terug.

In de eerste helft van de 19de eeuw werden publieke lijfstraffen afgeschaft in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk omdat het té wreed werd geacht om mensen zo te schande te zetten. Maar nu is publiek straffen er dus weer: via internet, ongereguleerd, door mensen die menen het recht aan hun kant te hebben. En dat het dan voor mensen als Lehrer en Sacco zo uit de hand loopt? Tja. Geen enkele sneeuwvlok voelt zich verantwoordelijk voor de lawine – dat is een zin die verschillende keren terugkomt in Ronsons indrukwekkende boek.

Waarom zijn mensen eigenlijk zo verschrikkelijk enthousiast als ze anderen af kunnen branden? Hoe kan het dat ze – nee, ‘we’, verbetert Ronson zichzelf regelmatig – niet inzien hoe wreed dat is? Waarom gaan sommige mensen die publiek te kakken zijn gezet daar totaal aan ten onder en hebben anderen er relatief weinig last van? En valt de schade na zo’n publiek schandaal ooit te repareren – kun je het internet redigeren, of kun je jezelf misschien immuun maken voor schaamte? Al die paden loopt Ronson af. Het leidt hem onder meer langs een schaamtezelfhulpgroep, een producente van sm-porno, bedrijfjes die nieuwe internetidentiteiten voor mensen creëren en natuurlijk langs een reeks aan daders en slachtoffers van publieke vernedering.

Deep down doodsbang

Hij slaagt er niet in om op al zijn vragen een antwoord te vinden. Maar hij komt wel met eindeloos fascinerende beschrijvingen en observaties. Zo analyseert hij samen met voormalig Formule 1-topman Max Mosley hoe het komt dat die zich niet klein liet krijgen na een veelbesproken seksschandaal – News of the World had het oorlogsverleden van Mosleys vader in verband gebracht met Mosleys sm-orgie met vijf vrouwen, die hij in het Duits rondcommandeerde.

En samen met de journalist die Jonah Lehrer ontmaskerde, vraagt Ronson zich af of niet iedereen deep down doodsbang is dat er een reputatieschadend geheim over hen wordt ontdekt. Ronson herinnert zich daarbij met afgrijzen hoe hij zelf getreiterd werd als dikke puber. Toch denkt hij dat de meeste mensen louter het goede willen doen als ze helpen iemand publiekelijk te gronde te richten. We geloven weliswaar massaal dat mensen op internet een irrationele menigte vormen – maar dat komt, schrijft hij, doordat „we geneigd zijn niets leuker te vinden dan andere mensen krankzinnig te verklaren”. En dat lijkt de essentie van het hele public shaming-fenomeen.

Toen ik dit boek uit had, dacht ik: ik twitter nooit meer iets onaardigs over wie dan ook. Wat meteen de beste conclusie is die een boek over dit onderwerp kan hebben.