De patatine olandesi zijn cool

Het begon een jaar terug met een frietzaak in Napels. Nu zijn er in Italië zo’n honderd friettenten die op een of andere manier verwijzen naar Nederland.

Foto Thinkstock

Je zou het na de woede over de geen-woorden-maar-daden-aanval op de Barcacciafontein niet meteen denken, maar Nederlanders worden in Italië niet alleen maar gezien als barbaren. Als paddestoelen na een herfstbui komen overal in het land zaakjes op waar met groot succes een ‘typisch Nederlandse’ lekkernij wordt verkocht. Het bedrijf dat hiermee begonnen is heeft zelfs, om de uitstraling helemaal af te maken, een punt.nl internetadres gekozen.

De patatine olandesi zijn cool. Ruim een jaar geleden opende Filippo De Lorenzo, een 36-jarige architect, een frietzaak in zijn woonplaats Napels. Chipstar, want het moest een naam zijn met internationale uitstraling. Het was een investering van 150.000 euro, maar die heeft zich dubbel en dwars terugbetaald. Nu zijn er negen Chipstars in Napels en nog eens tien elders in Italië.

Navolgers zijn er ook. De afgelopen maanden zijn er in Italië naar schatting honderd friettenten bijgekomen die op de een of andere manier verwijzen naar Nederland.

Om 10.00 uur ’s ochtends op een regenachtig dag in Rome heeft Davide Cositore, een neefje van De Lorenzo, de rolluiken van zijn winkeltje aan de Piazzale Flaminio al omhoog gedaan. In de etalage ligt een flinke stapel aardappels onder een grote frietsnijder. Op een paar meter afstand kruipen de auto’s voorbij, van de Tiber naar de weg door het park van Villa Borghese. Vlak voor de deur rijden bussen af en aan.

Voor het bijzondere Rome-gevoel ben je hier verkeerd. Maar Cositore kan zich geen betere plek wensen. „Dit is een knooppunt voor bussen, metro en het trammetje. We verkopen wel vijfduizend kilo per week. We hebben nu ook elders in Rome zaken, maar nergens verkopen we zo veel friet als hier. Allemaal topkwaliteit aardappels, gebakken in pure zonnebloemolie. En ook de frituurmachines komen uit Nederland.”

Proeven dan maar. De frieten komen in een speciale puntzak waarop Amerikaanse advertenties uit de jaren vijftig zijn gephotoshopt. Een man in avondkleding: ‘Also in black tie. Chipstar are for all occasions’. En een cowboy kijkt gelukzalig naar ‘the World’s finest fried potatoes’.

De frietjes zijn knapperig, niet melig, buitengewoon smakelijk. Handig is ook de lange houten prikker die je erbij krijgt. Zo kun je eenvoudig de frietjes onderin de zak opprikken zonder dat je vieze vingers krijgt van de saus. Ideetje?

Amsterdam als marketingelement

Op vragen over hoe en wat verwijst Cositore door naar zijn oom De Lorenzo. Aan de telefoon vertelt die dat hij net terug is uit Spanje, want er zijn concrete plannen om ook in Barcelona een zaak te openen. „Ik liep al tien jaar met het idee rond, nadat ik friet had gegeten bij Manneken Pis op het Damrak”, vertelt hij.

Op de tegenwerping dat Nederlanders zelf bij Manneken Pis vooral aan een ander land denken, antwoordt De Lorenzo dat hij in Amsterdam voor het eerst een zak friet heeft gegeten. Bovendien is ‘Amsterdam’ het centrale element in de marketing. Het personeel in de winkel draagt polo’s met daarop de Andreaskruisen van het wapen van de hoofdstad. Op de website vormen grachtenpanden de achtergrond. „Amsterdam is een fascinerende stad, atypisch, waar heel veel kan. Daar hebben wij op ingespeeld.”

De winkels van Chipstar lijken maar gedeeltelijk op een snackbar. Je kunt er niets anders dan friet krijgen, geen andere snacks. Er staan twee carrousels met sauzen – pindasaus is er niet bij en van een patatje oorlog hebben ze nog nooit gehoord.

De Lorenzo vertelt wel dat hij voorzichtig wil gaan experimenten. Pindasaus? Misschien. Hij was ook onlangs in Nederland om te kijken of hij goede kroketten kon vinden, maar is niet overtuigd. „Ik wil kroketten van 100 procent rundvlees, maar die heb ik niet gevonden. Ze moeten wel van topkwaliteit zijn, net als de aardappels die we kopen, anders heeft het geen zin.”

Wat vindt hij van de concurrentie die overal opduikt? „We proberen de beste te blijven.” Maar de combinatie patat en Nederland slaat aan – zo goed, dat een enkeling al praat over een patatoorlog. In Salerno kwam negen maanden geleden een friettent die zich Queen’s Chips noemt, en nu zijn er al 20 zaken met die naam in Italië, met plannen voor nog eens 25. Onder de naam staat ‘Amsterdam’, en de achtergrond op de website laat silhouetten van grachtenpanden en blote dames zien.

„Als we de website binnenkort vernieuwen, zetten we er ook tulpen bij”, vertelt Francesco Bove, de man achter deze keten. Ook hij doorspekt aan de telefoon het Italiaans moeiteloos met woorden als ‘bientjes’ en ziet een grote toekomst voor de Nederlandse friet in Italië. „Het is een nieuw concept van eten, dat goed past in de crisis. Street food. Voor 2,50 euro kunnen jongeren behoorlijk wat eten.” Net als Chipstar bieden zijn zaken ook grote zakken friet: 900 gram voor vijf euro (in de kleine van 2,50 euro zit 230 gram).

Wie bestelt zo’n zak? „We verkopen die veel in het weekeinde, als een gezin bij ons langskomt, of een groep jongeren.” En die koningin? Hij weet toch dat we een koning hebben tegenwoordig? „Zeker, maar een patatje van de koningin klinkt in Italiaanse oren net wat beter. Wat kan er nu lekkerder zijn?”