Brieven

Stel dat de dader letsel krijgt

Hoogleraar Van Lange noemde drie oorzaken van passief gedrag bij het lastigvallen van een conducteur (14/3).

Er is een vierde oorzaak: als je ingrijpt en de dader loopt letsel op, dan heeft dat juridische consequenties en kun je ook financieel aansprakelijk gesteld worden. Het hoeft maar een beetje ongelukkig te gaan, ofwel tijdens de ingreep, of bij de Officier van Justitie en je kunt strafrechtelijk en financieel opdraaien voor je helpende gedrag.

Talenstudies

Wie spreekt met Tsjechië?

De afgelopen weken ontvouwde zich in Nederlandse media een fel debat over talenstudies. In ons expertiseterrein – de Slavische Talen – zien pleitbezorgers van brede studies echter één cruciaal argument over het hoofd. Als het krimpen van talenstudies in Nederland doorzet, moeten wij binnenkort onze specialistische expertise voor interculturele communicatie met Centraal en (Zuid-)Oost-Europa uit de landen zelf halen. Dat klinkt goed in termen van economisch rendement op de korte termijn. Maar het betekent wel dat een talig en cultureel geïnformeerd Nederlands perspectief op deze regio zal ontbreken – juist nu zich een riskant conflict ontspint tussen West-Europa en Rusland. En nu Europa’s gemeenschappelijke identiteit ter discussie staat. In deze tijd kunnen we ons dat gebrek aan fundamentele expertise simpelweg niet permitteren – niet alleen om culturele, diplomatieke en handelsredenen, maar ook met het oog op onze nationale veiligheid.

Arent van Nieukerken Docent Poolse en Slavische Letterkunde (UvA), Ellen Rutten Hoogleraar Slavische Literaturen en Culturen (UvA), Tony van der Togt Senior research fellow Clingendael

Taalgebruik commentator

Al dat Latijn: ergerlijk deftig

In het commentaar in de NRC van zaterdag 14 maart werd de Latijnse uitdrukking testimonium paupertatis gebezigd. Ik ben maar een ‘gewone’ NRC-lezer en heb geen klassieke opleiding genoten. Ik begrijp niet waarom in een commentaar dat toch voor iedereen leesbaar en begrijpelijk moet zijn dergelijke uitdrukkingen worden gebruikt. Het geeft het gevoel dat je als lezer tekortschiet in kennis. Even googelen op internet leverde de vertaling op: een ‘bewijs van onvermogen’ een mooie en uiterst herkenbare uitdrukking die het commentaar van een duidelijke context voorziet. Waarom staat dat niet zo in de tekst? Het is niet de eerste keer dat ik Latijnse, Franse of Duitse citaten in de NRC aantref. Ergerlijke en onnodige deftigheid.

Mimi Rietdijk

16 maart feestdag

In 1798 al eerste grondwet

Diederick Slijkerman slaat de plank mis met zijn bewering dat in 1814 de eerste grondwet van Nederland werd opgesteld. Die eer komt toe aan de ‘Staatsregeling voor het Bataafsche Volk’, die in 1798 in werking trad. In deze republikeinse grondwet was uiteraard geen rol voor Oranje weggelegd, reden waarom deze ‘Staatsregeling’ niet de plaats in onze geschiedenis kreeg die zo’n opmerkelijk democratische grondwet toekomt. Van Hogendorp hoefde zich niet sterk in te spannen om prins Willem Frederik te overreden als Willem I koning der Nederlanden te worden. Deze oranjezoon was na zijn mislukte pogingen om ‘filiaalchef’ van Napoleon te worden al te bereid de eerder opgegeven Nederlandse belangen weer op te eisen.

Leo Verhoef

Benoemingsbeleid

Ga eens voor kunde, Rutte

Minister-president Rutte heeft de ondergang van minister Opstelten volledig aan zichzelf te wijten. Rutte liet zijn kabinet met Wilders in 2010 op poten zetten door de informateurs Rosenthal en Opstelten. Twee chique gentlemen-liberalen. Toen de heren het huzarenstukje hadden volbracht, beloonde Rutte beiden met een ministerschap. Rosenthal, van huis uit wetenschapper, werd minster van Buitenlandse Zaken. Hij ontpopte zich tot de slechtste minister van Buitenlandse Zaken die ons land sinds de bevrijding gekend had. Rosenthal gedroeg zich als een kat in een vreemd pakhuis, gespeend van ieder gevoel voor diplomatie. Toen Wilders het kabinet opblies, verscheen Rosenthal niet eens op zijn eigen afscheidsreceptie, zo gebrouilleerd was hij met zijn eigen ambtenaren. Opstelten mocht minister van Justitie worden. Hij trok op dat moment al van Drees en had een glanzende carrière als burgemeester achter de rug. Ook hem zou het ministerschap zwaar vallen. Opstelten is niet alleen gestruikeld over de recente affaire, maar maakte al een tijd lang de indruk in zijn ministerschap niet gelukkig te zijn. Hier wreekte zich het benoemingsbeleid van Rutte. Het ministerschap hoort geen beloning te zijn, maar een functie voor iemand met kennis en kunde, die er ook plezier aan beleeft. Rutte noemt zichzelf graag ‘Dreesiaans’. Maar minister-president Dr. Willem Drees, die van 1948 tot 1958 vier kabinetten leidde, deed zulke dingen niet. Drees kreeg vanuit de PvdA en de Kamerfractie vaak het verwijt dat hij daar geen ministers uit rekruteerde. ‘Zie je ons niet staan’, verweet toenmalig fractieleider Burger vaak aan Drees. Maar Drees stelde kennis en kunde boven vriendjespolitiek en beloningsbeleid.

Bert van Nieuwenhuizen

Participatieprovincie

Overijssel als voorbeeld

De provincies zijn de ‘stille motor van Nederland’: niet op de voorgrond, maar met een onomstreden bestaansrecht. Net als ieder bestuurslichaam moet de provincie haar legitimiteit blijven verdienen.

In dit opzicht is een belangrijke opgave voor de komende jaren het herstel van de ‘verbroken verbinding’ tussen burgers en bestuur in de verdere overgang naar de participatiemaatschappij.

Met overtuiging wil ik de provincie Overijssel als best practice op dit punt naar voren schuiven. Zonder valse bescheidenheid: ik geloof echt dat Overijssel voorop loopt met onze kijk op het verhogen van de kwaliteit van het openbaar bestuur bij het toegroeien naar een participatiesamenleving.

De afgelopen vier jaar hebben we in Overijssel in tal van projecten actief de dialoog en samenwerking gezocht en gevonden. Onder meer op het gebied van impulsen voor de regionale economie, het bedenken (en helpen opzetten) van succesvolle alternatieven voor vervoer op het platteland of het economisch nieuw leven blazen in vergrijsde gebieden. Als provincie weten we steeds beter de brug te slaan naar de samenleving. Men begint open te staan voor onze blijvend uitgestoken hand. Een samenleving die echt die naam mag hebben. De provincie haar langste tijd gehad? Ben je gek, we zijn nog maar net begonnen.

Ank Bijleveld-Schouten Commissaris van de Koning in Overijssel

Geloof Koninklijk Huis

In praktijk nog protestants

De Koning beweert dat hij geen moeite heeft met het geloof van Máxima en dat in Nederland het geloof geen staatszaak is maar een privéaangelegenheid. Dan moet hij ook uitleggen waarom de trouwdienst een uitsluitend protestantse aangelegenheid was en waarom Máxima moest beloven dat de kinderen protestants-christelijk zouden worden opgevoed. Zolang hij geen afstand neemt van die beslissingen, kunnen Nederlandse katholieken zich alleen maar tweederangsburgers voelen, en zijn zijn huidige verklaringen volstrekt huichelachtig.

O.L.E. Jongmans

Oersieraad

Eerder bewust afgeslepen

Aan uw interessante artikel over vogelklauwen als oersieraad bij de Neanderthalers (12/3) wil ik graag een suggestie toevoegen.

Het lijkt mij aannemelijker dat de scherpe punten van de klauwen van de zeearend bewust afgeslepen zijn dan dat zij door het gebruik afgesleten zouden zijn aangezien het dragen van een sieraad met zulke scherpe punten onaangenaam en zelfs gevaarlijk zou kunnen zijn. Misschien zijn er op de botte punten bij nadere beschouwing slijpsporen te vinden.

Ton van der Heiden

Correcties en aanvullingen

Auteur portret Stordiau

Auteur van De machtige vrouw op de achtergrond (14 mrt, p. 16-17) over Anne-Marie Stordiau is Annemarie Kas.

PVV heeft geen leden

In Wilders wil bescherming PVV-leden na vijfde geweldsincident (9/3, p.7) is ten onrechte sprake van ‘partijleden’. Het gaat hier om PVV-kandidaten voor de Provinciale Statenverkiezingen.