Baas in eigen behandelkamer

Meer dan de helft van de huisartsen tekent een manifest tegen de macht van de zorgverzekeraars.

Meer dan 5.000 huisartsen tekenden het ‘manifest van de bezorgde huisarts’ dat vorige week werd gepubliceerd. Dat is meer dan de helft van alle Nederlandse huisartsen. Dat is bijzonder voor een beroepsgroep die nog vaak uit individualisten bestaat en waarvan de beroepsverenigingen de actie niet hebben geïnitieerd. De huisartsen zijn bezorgd: ze willen de baas blijven in hun eigen behandelkamer en niet zwichten voor de zorgverzekeraars. Het rommelt al maanden tussen huisartsen en verzekeraars.

1 De huisartsen zijn boos, waarom?

„Ik, huisarts, weiger mij door zorgverzekeraar en politiek in het keurslijf van marktkoopman te laten drukken.”

Dit schrijven de huisartsen in het manifest. Het is meteen de kern van hun protest. Sinds 2006, toen de nieuwe Zorgverzekeringswet inging, moeten huisartsen afspraken maken met zorgverzekeraars over consulten en ingrepen. Ook moeten zorgverzekeraars ervoor zorgen dat huisartsen dure zorg overnemen uit het ziekenhuis. Afspraken hierover staan in contracten tussen huisartsen en zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars willen dat huisartsen zo goedkoop mogelijk werken. Huisartsen willen dat de zorgverzekeraar zich niet bemoeit met de behandeling van hun patiënten door eisen te stellen aan soorten behandeling, prijs van medicijnen of het gebruiken van bepaalde onderzoekslaboratoria. Ze willen, kortom, meer inspraak.

2 Patiënten hoeven nooit te betalen bij de huisarts. Hoe is dat geregeld?

Iedere Nederlander is verplicht aangesloten bij een zorgverzekeraar. Die betaalt de huisarts voor consulten en behandelingen. Patiënten betalen hun zorgverzekeraar dus premie en krijgen daardoor niet direct een rekening van de huisarts. De huisartsenzorg valt niet onder het verplichte eigen risico (minimaal 375 euro), waardoor het gratis lijkt.

3 Wat staat er in die contracten die huisartsen niet willen tekenen?

Hier is eind vorig jaar veel ruzie over geweest. Een zorgverzekeraar wilde bijvoorbeeld van huisartsen dat ze een bepaald medicijn niet meer zouden voorschrijven, maar voortaan een vergelijkbaar – goedkoper – recept zouden uitschrijven. Veel huisartsen vonden dat verzekeraars wel erg veel eisen stelden, die wel héél dichtbij de behandeling van patiënten kwamen.

4 Waarom zijn die verzekeraars zo streng?

Dat moeten ze volgens de wet. De zorgverzekeraars zijn de waakhond van de gezondheidszorg. Zij moeten in opdracht van minister Schippers (Zorg, VVD) goedkopere en kwalitatief goede zorg leveren. Dat raakt al snel aan de behandelvrijheid van huisartsen. Als een zorgverzekeraar een huisarts wil dwingen een goedkoper onderzoekslaboratorium in te schakelen dan ze gewend zijn (het gebeurde in Limburg), dan roept de huisarts: bemoei je niet met mijn zaken. Maar eigenlijk doet de verzekeraar wat de overheid vraagt: de zorg, tegen vergelijkbare kwaliteit, goedkoper proberen te maken.

5 Maar die huisarts tekent het contract toch zelf?

Ja, maar met tegenzin. Meer dan 90 procent van de huisartsen voelt zich volgens onderzoek van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) gedwongen te voldoen aan de eisen van de verzekeraar. Van mededingingsautoriteit ACM mogen huisartsen niet als groep onderhandelen over voorwaarden in de contracten – dat zou kartelvorming zijn. Maar daardoor kunnen huisartsen weinig anders dan het contract dat de verzekeraar heeft bedacht, gewoon tekenen. De artsen die nu het manifest ondersteunen, eisen onder andere een „gelijke onderhandelingspositie” bij contractonderhandelingen. De LHV en het Nederlandse Huisartsengenootschap zijn het met hen eens. Schippers laat onderzoeken of de regels voor huisartsen versoepeld kunnen worden.

6 Wat merk je als patiënt van deze ruzie?

Nog niet veel, maar dat kan veranderen. De artsen dreigen om de contracten van zorgverzekeraars niet meer zomaar te tekenen. Als dat gebeurt, moet de patiënt ineens wél voor de huisarts gaan betalen. Een aanzienlijk deel van de rekening nog wel. Verzekeraars vergoeden maar een deel van de zorg als er geen contract is; 70 tot 80 procent, afhankelijk van de koopkracht van de verzekerde en de hoogte van de rekening. De rest van de rekening is dan voor de patiënt.

7 Huisartsen willen niet willen concurreren. Maar concurrentie is toch fijn voor patiënten?

Voor een patiënt kan het heerlijk zijn als huisartsen concurreren. Stel je voor: de praktijk op de hoek is 24 uur per dag open, maar drie straten verder onderscheidt de huisarts zich met consulten van een half uur in plaats van tien minuten. Dát is pas keuze.

Toch willen huisartsen dit niet, schrijven ze in het manifest. Deze beroepsgroep werkt traditioneel in een beschermde omgeving. Huisartsen vinden dat ze goed moeten kunnen samenwerken met de huisartsen in de buurt en elkaar niet moeten bestrijden.

Volgens de mededingingsautoriteit gaan huisartsen soms te ver om concurrentie te vermijden. In 2010 deed de mededingingsautoriteit een inval op het kantoor van de Landelijke Huisartsen Vereniging, omdat de beroepsvereniging huisartsen zou hebben aangezet om toetreding van nieuwe collega’s op de markt te belemmeren. De vereniging ontkende, maar kreeg uiteindelijk een boete van bijna zes miljoen euro wegens kartelvorming. De zaak loopt nog: de LHV gaat in beroep, gesteund door het advies van een onafhankelijke commissie die vindt dat de vereniging weinig verkeerd heeft gedaan.

8 Is er verschil tussen huisartsen in de stad en op het platteland?

Jazeker. Hier zien we dat te veel concurrentie een groot risico kan zijn voor patiënten op het platteland. Als in een dorp weinig patiënten zijn, is de kans groot dat huisartsen zich uit concurrentieoverwegingen in de grote steden vestigen. In een volledig vrije markt is daar simpelweg meer te verdienen. Risico is dat een grote groep patiënten op het platteland op grote afstand komt te wonen van de dichtstbijzijnde huisarts. Dat mag niet; de huisarts moet volgens interne regels, die ook worden gevolgd door de Inspectie voor de Gezondheidszorg, binnen een kwartier te bereiken zijn.

9 Hoe belangrijk zijn huisartsen voor de zorg in Nederland?

Onmisbaar. De ruim 9.000 huisartsen doen jaarlijks gemiddeld 65 miljoen consulten. De huisarts bewaakt met die consulten de poort van de gezondheidszorg. Hij of zij bepaalt wie verder mag naar een (dure) specialist, en wie gewoon in bed moet uitzieken. Het is de bedoeling dat huisartsen die rol van poortwachter nog nadrukkelijker op zich gaan nemen, door meer behandelingen uit het ziekenhuis over te nemen. Doel is om de groei van de ziekenhuis- en huisartsenuitgaven te beperken tot 1,5 procent dit jaar en vervolgens 1 procent tot 2017. Jarenlang stegen die uitgaven telkens met zo’n 5 procent.

10 Zijn de huisartsen niet gewoon bang dat ze minder gaan verdienen?

Daar gaat deze strijd niet direct om. Huisartsen zijn meestal tevreden met hun salaris. Sterker nog, ze gaan soms zelfs meer verdienen, omdat ze ook meer taken krijgen. Ze vragen zich wel af of de extra taken in verhouding staan tot het extra geld dat ze daarvoor krijgen, maar maken zich vooral zorgen over hun autonomie.

11 Wat gaat er nu gebeuren met het huisartsenprotest?

Minister Schippers laat weten dat ze een andere relatie wil tussen verzekeraars en huisartsen: „Meerjarige samenwerking in plaats van twee partijen die tegenover elkaar staan.”

Eerder schreef Schippers al aan de Tweede Kamer dat wordt overlegd hoe de samenwerking tussen huisartsen en verzekeraars vormgegeven moet worden. De initiatiefnemers vinden dit niet voldoende: ze hopen dat de strenge mededingingsregels versoepeld worden.