Arts op toneel: Komt ’n dokter bij de dokter

Over zijn ziekte, prostaatkanker, maar psychiater Lowijs Perquin een toneelstuk, met hulp van een bevriende regisseur en acteurs.

Lowijs Perquin speelt zichzelf in Komt een dokter bij de dokter over kanker. En hij danst de tango. Foto Bert Nienhuis Foto Bert Nienhuis

Drie lege dagboeken kreeg psychiater Lowijs Perquin (1950) cadeau, toen bekend werd dat hij aan uitgezaaide prostaatkanker leed. Maar in het opschrijven van zijn ziekteproces zag hij weinig heil. „Mijn verhaal is helemaal niet zo bijzonder. Kanker is voor één op de drie mensen de directe doodsoorzaak.” Nee, in plaats van een ziekteverslag schrijven, wilde Perquin een voorstelling maken. „Dialoog en theater zijn ook in de psychiatrie belangrijke middelen. Je speelt en stoeit voortdurend met patiënten.”

Voor de regie benaderde Perquin Abel Nienhuis (1979). De regisseur is sinds de middelbare school goed bevriend met Perquins dochter en werkte vaak als trainingsacteur in zijn colleges en werkgroepen aan de VU. Haast was geboden. Na operaties, bestralingen en testosteronsuppressie is Perquin in de laatste behandelfase terecht gekomen, waarvan de uitkomst onzeker is. Hij is begonnen met chemotherapie.

Toch oogt Perquin in een repetitieruimte in Amsterdam Oost nauwelijks ziek of vermoeid. „Ik ben taai”, zegt hij. „Ik doe elke dag tien zware sportoefeningen en zorg dat ik onder de 80 kilo blijf. Ik ben iemand van discipline.” In het repetitielokaal barst de voormalige docent meteen los met een minicollege. „Weet jij hoe groot een prostaat is? Zo groot als een kastanje. En wist je dat prostaatkanker de meest voorkomende vorm van kanker is bij mannen? 9 procent krijgt het. Jaarlijks komen er 12.000 patiënten bij. Het komt bijna evenveel voor als borstkanker bij vrouwen, toch is er veel minder over bekend.”

Er doen volgens Perquin een heleboel misverstanden de ronde. „Je zou er bijvoorbeeld niet aan doodgaan. Flauwekul. Jaarlijks overlijden er in Nederland 2.800 mannen aan de gevolgen. Ik word volgens de statistiek nu iets van 68, maar wilde 86 worden.”

De slechtnieuwsgesprekken die Perquin als patiënt met medisch specialisten voerde, verliepen vaak stroef, vertelt hij. „Chirurgen en urologen zijn geen specialisten in luisteren. Empathie, doorvragen of even een stilte laten vallen… Ze leren het wel tijdens hun opleiding, maar vegen het daarna blijkbaar meteen van tafel.”

De bezoeken van de psychiater aan zijn behandelaars vormden aanvankelijk de rode draad van de voorstelling Komt een dokter bij de dokter. Ter voorbereiding ging Nienhuis mee op consult in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en interviewde hij Perquin. Zo reconstrueerden ze samen Perquins ziekteproces in 26 korte, chronologisch geordende scènes.

Om de particuliere ervaringen interessant te maken voor een breed publiek, vroeg Nienhuis vervolgens aan zijn schrijvende vriendin Dunya Khayame en oud-klasgenoot Daniel Samkalden om „een beweging van patiënt naar theater” te maken. „Zij maakten het verhaal universeler en brachten een nieuwe dramatische lijn aan. Het gaat nu meer over de naderende dood en hoe daarmee om te gaan.”

Maar de toon van de voorstelling moest wel licht blijven. „Het mag geen lange lijdensweg worden”, zegt Nienhuis. „De voorstelling begint in een realistische stijl en wordt steeds muzikaler en poëtischer. Perquin draagt gedichten voor, danst tango en speelt viool.” Ook de acteurs, Martijn Hillenius, Rosa Reuten en Han Oldigs balanceren bewust tussen drama en komedie. Met z’n drieën spelen ze alle rollen: huisarts, uroloog, verpleegkundige, radiotherapeut, internist-oncoloog, familieleden en vrienden.

Aan Perquin vroeg Nienhuis zichzelf te spelen. „Tijdens de voorstelling confronteren de acteurs hem met moeilijke vragen. Waarom wil hij zijn kostbare tijd besteden aan een toneelstuk? Hoe wil hij sterven? Doorgaan tot de laatste behandeling of stoppen en korter leven, maar met meer kwaliteit? Lowijs belandt zo zelf op de bank van de psychiater.”