Wat is een kind waard?

Tot hoe ver moet een arts gaan met het behandelen van een baby die het bij de geboorte al moeilijk heeft? Voor die vraag kwam journaliste Brenda van Osch te staan toen haar dochter Eva tien weken te vroeg werd geboren. In Het onvoltooide kind onderzoekt ze die kwestie.

Eva weegt slechts 680 gram en heeft de lengte van een A4’tje, zo schrijft de moeder. De regie wordt gevoerd door de artsen die met apparaten het kind aan de praat proberen te houden. Want het kind heeft een kans, en de artsen doen aan kansberekening. Als het kind levensvatbaar blijkt te zijn, en de ouders uitdrukkelijk instemmen, gaat de arts door met behandelen. En de ouders worden erin meegezogen.

Eva kreeg het uiteindelijk voor haar kiezen: doof, niet kunnen praten, verstandelijk beperkt en autistisch. Zij is nu twaalf jaar. Is er geluisterd naar de wens van de ouders om het kind misschien niet te blijven behandelen? De journalist Van Osch praat met artsen om ‘vragen te stellen die ik als moeder destijds niet stelde, of niet durfde te stellen’. Indrukwekkend zijn daarbij de passages waarin Van Osch de gesprekken in de ‘artsenkamer’ weergeeft, waar de pasgeboren baby’s met heel veel respect worden besproken. En waar de uitzichtloosheid van de behandeling wel degelijk onder ogen wordt gezien.

Uiteindelijk concludeert Van Osch toch dat Eva een prijs heeft betaald voor de wens van de ouders en die van de maatschappij om een te vroeg geboren kind te redden.