Waarom blijft Knot zo tieren tegen monetaire verruiming?

Zie eindelijk in dat quantitative easing juist is, schrijft Melvyn Krauss.

Ook al blijkt de monetaire verruiming een succes in de strijd tegen de Europese deflatie en stagnatie – betere groei- en inflatieprognoses, betere inflatiecijfers verwacht, betere stemming, betere kredietgegevens, enzovoorts – bij de presentatie van het jaarverslag van De Nederlandsche Bank ging DNB-president Klaas Knot door met zijn anti-campagne. Iemand zou Knot moeten zeggen dat die campagne voorbij is en dat zijn partijzwaar heeft verloren. Zelfs de Duitse bondskanselier Angela Merkel zei vrijdag in München dat de Europese economische vooruitzichten beter zijn dankzij ‘losser monetair beleid’.

Knot had het over de ‘verstoring van de financiële markten en de uitschakeling van de markttucht’. Dat is gewauwel. Veel belangrijker is dat de euro dankzij QE (monetaire verruiming) vliegensvlug in waarde daalt, met de belofte van meer export, meer banen en meer inflatie. In de hele eurozone – vooral in de zwakkere landen – zakt de rente als een baksteen. Daar worden de financiële jongens zenuwachtig van, maar de rest van ons zou die stappen moeten toejuichen.

Eindelijk stroomt het geld uit de kernlanden, waar bange beleggers bereid waren een negatieve rente te aanvaarden om financiële stormen te doorstaan. Het stroomt weer naar de zwakkere landen, waar het economisch en maatschappelijk van nut kan zijn. Het verschil tussen de rentes in de zwakkere landen en in de kernlanden is sterk verminderd, wat doet vermoeden dat een normalisering misschien nabij is. Laten we daar allemaal op hopen. Failliete spaarinstellingen in de kernlanden, zegt u? Dat gebeurt niet als deze instellingen hun laag- en niet-renderende Duitse bunds eens zouden verkopen voor de aankoop van de hoger renderende Italiaanse en Spaanse staatsobligaties. Door verruiming maakt de Europese Centrale Bank het voor beleggers veiliger om meer risico te nemen en dat is precies wat die instellingen zouden moeten doen. En anders moeten ze de gevolgen onder ogen zien.

Centrale bankiers moeten geen spreekbuis meer zijn van belangengroepen in de financiële sector die moeite hebben met de benodigde aanpassingen. De achterblijvende hervormers van de eurozone zitten niet alleen in de zwakkere landen.

Volgens Knot worden door de monetaire verruiming de overheden in de eurozone afgehouden van structurele hervormingen en vermindert de tucht van de markt. Die oude riedel heeft hij van de Bundesbank. Maar het trage tempo van de structurele hervorming in de zwakkere landen kan evengoed worden verklaard uit de onbetaalbaarheid van hervormingen als uit freerider-gedrag. Structurele hervormingen zijn op korte termijn kostbaar. Onder zware economische druk zijn landen misschien niet in staat zich structurele hervormingen te veroorloven, ook al zien ze de voordelen op langere termijn wel in.

Het is zoiets als mensen die zich niet kunnen veroorloven om te gaan studeren. Ze weten dat ze op lange termijn schade zullen ondervinden door een gebrek aan een hoger onderwijs, maar ze hebben gewoon het geld niet. Door bestrijding van de deflatie en anemische groei maakt monetaire verruiming hervormingen betaalbaarder.

De relatie tussen monetaire verruiming en structurele hervormingen is misschien wel complementair in plaats van tegengesteld – geheel in strijd met Knots stelling op de presentatie van het DNB-jaarverslag.

Het paradoxale is dat juist Knot en zijn Duitse bankvrienden, ondanks hun aanhoudende roep om structurelere hervormingen in de zwakkere landen, verantwoordelijk moeten worden gesteld voor het gebrek aan hervormingen daar, omdat ze zich zo hard en doeltreffend hebben ingespannen om de eurozone het enige medicijn te onthouden dat haar ziekte van deflatie en economische stagnatie kon genezen. En hij weet van geen ophouden – de monetaire verruiming is een voldongen feit en Knot blijft er maar over razen en tieren.