Column

Voor de niet-populist valt er niets te kiezen

In de supermarkt is er een overschot aan opties, in het politieke landschap lijken alle partijen op elkaar. Tijd voor een herverkaveling, betoogt Floor Rusman.

In de supermarkt was ik op zoek naar spritsen, maar ze hadden niet de soort die ik zocht. Wel drie vergelijkbare soorten en nog zo’n tweehonderd andere koekjes. Ik word wel erg serieus genomen als kritische consument, dacht ik, terwijl ik keek naar de biscuitjes met melkchocola, pure chocola, chocola plus karamel, chocola plus suikerkorrels, enzovoort.

Als consumenten zijn we eraan gewend dat er voor alles talloze alternatieven zijn. De gekste producten worden bedacht om ons leven nóg heerlijker te maken, zoals mannenshampoo en ontbijtyoghurt uit een tube.

Maar we bestaan niet alleen als consumenten: we zijn ook kiezers in een democratie. En als zodanig ziet het er voor ons heel anders uit. Óf er valt niets te kiezen, óf de keuze heeft weinig gevolgen.

Over sommige ingrijpende beslissingen hebben we simpelweg niets te zeggen. Denk aan TTIP, het vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS waarover nu achter gesloten deuren wordt onderhandeld en waarover geen publiek debat wordt gevoerd.

Over andere kwesties kunnen we stemmen, maar vaak lijkt dat weinig zin te hebben. Bijvoorbeeld omdat de uitslag, als die slecht uitkomt, toch omzeild kan worden – denk aan de Europese Grondwet, die er onder een andere naam toch kwam. Of omdat de verschillende opties gewoonweg te veel op elkaar lijken. Als alle partijen willen dat we meer mantelzorg gaan geven, waar moet iemand die het daarmee oneens is dan heen?

Dat gebrek aan een echte keuze zien we ook bij deze Provinciale Statenverkiezingen. Zelfs het kabinet plus de ‘constructieve drie’ halen na woensdag geen meerderheid in de Eerste Kamer, wat betekent dat ongeveer alle middenpartijen straks samen compromissen moeten sluiten. Voor de niet-populistische kiezer valt er dus niets te kiezen: waar je ook op stemt, de kans is groot dat deze partij onderdeel wordt van een christelijk-liberale-sociaaldemocratische-vrijzinnige-conservatieve-groene coalitie.

De onvrede over het ontbrekende alternatief kan een verklaring zijn voor allerlei opstanden, van de Griekse Syriza-overwinning tot de nieuwe Maagdenhuisbezetting. De Grieken kozen voor een partij die een alternatief verhaal vertelde; de studenten willen zo’n keuze überhaupt kunnen maken.

Wat kunnen we in de Nederlandse politiek doen om ervoor te zorgen dat er weer iets te kiezen valt? Er zijn genoeg opties. Thijs Niemantsverdriet beschreef zaterdag in deze krant drie alternatieven voor de huidige partijendemocratie, onder andere een ‘herverkaveling’ van het politieke landschap in een paar grote blokken. De Belgische schrijver David van Reybrouck pleit voor een ‘burgerjury’ als vervanging van de Eerste Kamer.

Het wordt moeilijk zo’n alternatief in te voeren, want partijen waarmee het goed gaat hebben geen baat bij verandering. Maar het is wel nodig hierover na te denken. Zo lang mensen alleen als consumenten iets te kiezen hebben, blijft de politieke onvrede bestaan.