Virtuoze jazzpianisten met en zonder spierballen

Tigran Hamasyan op het North Sea Jazz Festival in Ahoy Foto ANP/Paul Bergen

Sommige jazzpianisten zijn onstuitbaar in hun spel. Dat is mooi, maar soms berooft virtuoze krachtpatserij en bravoure het spel juist helemaal van zijn schoonheid.

Zo’n overvloed aan techniek etaleert bijvoorbeeld jazzpianist Jacky Terrasson. Met zijn besmettelijke soort enthousiasme spaart hij de luisteraar bepaald niet: een trits aan loopjes, sprongen, twists and turns, verbindend met minuscule details of twee handen die alles in spiegelbeeld kunnen uitvoeren. Alles is even levendig en karaktervol, maar zeer overvloedig.

Ook op zijn nieuwe album Take This, met bewerkingen van popnummers en standards, regent het weer stunts in en naast zijn trefzekere spel. Niet alleen in pianistisch opzicht, maar ook in allerlei extra’s, zoals de overvloed aan human beatbox, door hemzelf en de vocalist Sly Johnson. Dat heeft ongetwijfeld een bevrijdende uitwerking voor de musici, maar het is véél en afleidend naast de ondersteunende Afrikaanse en Cubaanse ritmiek door drummer Lukmil Perez en de Malinese percussionist Adama Diarra. En dan gaat het nog niet eens over de massief gespierde armen die hij toont op de cover.

Wie ook verpletteren kan is de Armeense pianist Tigran Hamasyan. De als grote belofte doorbrekende twintiger is eveneens jachtig en overdadig: in zijn instrumentkeuze (piano, keyboards, synthesizers, zang, soundeffecten), zijn bijna nonchalante notensalvo’s, zijn originele muzikale ideeën – op natuurlijke wijze Oost en West verbindend – en in zijn productie: jaarlijks verschijnen cd’s.

Wat echter stáát is Tigrans persoonlijke kleur. Op Mockroot landen gedichten in nieuwe composities en bewerkingen van Armeense folksongs. Tigran mengt graag klassieke invloeden (Bach) in zijn jazz, kan poëtisch zijn, maar gaat ook een bijna wiskundige aanpak niet uit de weg. Het heavy donkere Mockroot met harde aanslagen is opvallend. Entertain Me bulkt van de energie. Maar ook in de mix van traditie en vrije improvisatie laait het vuur hoog op.

Bij Justin Kauflin hoop je juist op méér elan. We leerden de jonge blinde pianist vorig jaar kennen in de ontroerende documentaire Keep On, Keepin’ On over de onlangs overleden meestertrompettist Clark Terry. Terry bleef Kauflin tot in zijn laatste levensjaren muzieklessen geven; de twee ontwikkelden een hechte vriendschap.

Op Dedication speelt Kauflin wisselend met zijn trio en kwartet. Hij ontbeert echter nog een echt eigen taal. De fraai spelende virtuoos slalomt intelligent langs hindernissen, maar zijn, overigens door Quincy Jones geproduceerde jazz, is zachtmoedig, bescheiden en veilig . Het is ook nooit goed.

    • Amanda Kuyper