Blijf van mijn familie af

De nieuwe roman van Jessica Durlacher draait om vergiffenis versus vergelding.

De keuze valt uiteindelijk op vergelding, maar die blijft wel zonder consequenties.

Na zijn dood vindt Jessica Durlacher in haar vaders bureau een geladen pistook met vijf kogels erin.

Op 4 mei 2001 hield Jessica Durlacher in De Nieuwe Kerk in Amsterdam de Nationale Herdenkingsrede. Zij vertelde over haar vader, Gerhard Durlacher (1928-1996). Zij omschreef hem als een ‘redelijk man’ en als ‘verlicht en vergevensgezind’. Ondanks Auschwitz had hij zijn geloof in de toekomst weten te behouden. Hij had de woorden gevonden om over zijn kampervaringen te kunnen vertellen. Maar in zijn Gispenbureau, het bureau dat zij van hem erfde, bewaarde hij, zo bleek na zijn dood, een geladen pistool met vijf kogels erin. Daarmee hoopte hij zijn gezin tegen eventuele belagers te beschermen, denkt zij.

Dit intrigerende gegeven verwerkte Jessica Durlacher in De held, haar nieuwe roman. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het hele verhaal om dat pistool heen geplooid is. Het vormt de verbindende factor tussen drie generaties van de joodse familie Silverstein. Kort samengevat komt het erop neer dat het wapen wordt doorgegeven van vader op dochter op kleinzoon. Daar komt van alles bij kijken: smartelijke brieven uit 1942, foute politieagenten, oorlogsleed, schuldgevoel, vergeldingsdrang en een flinke dosis eigentijds geweld. Het is eigenlijk een wonder en ook zeker een verdienste van Durlacher dat alle ingewikkelde verhaallijnen op het eind weer netjes samenkomen.

Een gewone eenduidige roman is De held dus niet. Het is een oorlogsboek, familiesaga en thriller ineen. Hoofdpersoon is Sara Silverstein, schrijfster en journaliste, bewoonster van een kapitaal pand in Overveen.

Ook maken we kennis met echtgenoot Jacob, filmproducent, en met de twee kinderen Mich (19) en Tess (13). Sara is in de rouw om Herman, haar overleden vader, die zijn hele leven gebukt ging onder een oorlogstrauma. Sinds de dood van haar vader is ze aan de goden overgeleverd, meent ze. Eerst wordt ze tijdens het hardlopen aangerand. Vervolgens blijkt haar zoon zich te hebben aangemeld voor het Amerikaanse leger. Zijn vader is trots op hem, maar Sara is verbijsterd dat hij deel wil uitmaken van zo’n ‘massieve machinerie’. En dan wordt het gezin, een paar maanden na de aanranding, getroffen door een agressieve roofoverval. Sara gaat, met gevaar voor eigen leven, zelf op zoek naar de daders, omdat ze niet wil wachten tot de politie iemand arresteert.

Het criminele, avontuurlijke deel van de roman is het meest aan mij besteed. Korte, sobere, directe, laconieke zinnen. Geen tijd voor geredeneer. Veel minder geslaagd zijn de meer beschouwelijke passages in de roman. Daarin vraagt Sara zich steeds opnieuw af wie zij is en of zij wel door de beugel kan als dochter, moeder, zus of vrouw. Zij neemt de dingen niet zoals ze zijn, maar probeert ze onophoudelijk te duiden. Dat leidt tot moeizame formuleringen, waarin te veel gewikt en gewogen wordt. Steeds is er wel iets dat Sara voelt, denkt of beseft, of dat ineens tot haar doordringt. Als haar vader net dood is en haar moeder zich ontredderd aan haar vastklampt, staat er: ‘Uit mijn moeders afhankelijkheid besefte ik dat ik nu onofficieel een wees was geworden.’ En als ze het helemaal niet meer weet, komt ze tot deze raadselachtige verzuchting: ‘Als een geruststellend leven zonder restricties ligt op de achtergrond van deze wanhoop waanzin op de loer.’

Belangrijk in deze roman is wat vader Herman aan zijn dochter vertelt over het kamp. Bijna was hij daar een ‘muzelman’ geworden: een gevangene die ieder gevoel voor moraal was kwijtgeraakt en zonder wroeging andermans laatste stukje brood stal.

Hoe moeten we dan de schutter zien, die aan het eind van de roman met het familiepistool met enkele welgemikte schoten een einde maakt aan het leven van de schurk van het verhaal? Was het niet mooier geweest om deze man met zijn gevaarlijke, neonazistische ideeën aan de rechtbank over te laten?

Vergiffenis of vergelding, dat is hier de kwestie. Moraalridder of muzelman. Jessica Durlacher kiest in De held voor vergelding. Maar wel voor vergelding die zonder consequenties blijft.

De perfecte moord, zou je ook kunnen zeggen. Een mens kan zo monsterlijk zijn en zoveel ellende veroorzaken dat het lot een handje geholpen mag worden. Het kwaad mag in uitzonderlijke gevallen worden gewroken, maar liefst zo dat de schutter ermee wegkomt. Hij mag door zijn onverschrokkenheid zelfs aanspraak maken op de eretitel held.

Jessica Durlacher: De held. De Bezige Bij, 384 blz. € 24,90