Synesthesie begint op de koelkast

Veel mensen met synesthesie zien letters in kleuren. Die kleuren overlappen vaak met een veelverkochte letterset.

Foto Thinkstock / Beeldbewerking studio NRC

De gekleurde magnetische letterset van speelgoedfabrikant Fisher-Price is 19 jaar lang geproduceerd, van 1971 tot 1990. En de letters hebben een onuitwisbare indruk gemaakt op synestheten. In sommige jaargroepen van synestheten (zoals geboortejaren 1975 -1980) heeft zo’n 15 procent meer dan tien letter-kleur-associaties uit deze letterset overgenomen, schrijven drie Amerikaanse psycholohgen onder leiding van Nathan Witthoft deze maand in PLOS ONE (4 maart, online).

Mensen met synesthesie vermengen automatisch verschillende zintuigelijke ervaringen. Zo bestaat er bijvoorbeeld een blokfluitist die bij muzikale intervallen een bijbehorende smaak proeft. Dat is zeldzaam. Verreweg het vaakst komt voor dat synestheten letters in vaste kleuren zien. ‘A’ zien ze altijd als rood, ‘F’ altijd blauw en bijvoorbeeld ‘Y’ altijd geel. Een wit A4’tje met zwarte tekst is dan een kleurenfestival. Sommige mensen hebben zo’n combinatiegevoel met de dagen van de week (bijvoorbeeld maandag geel, woensdag oranje, zaterdag roodbruin).

Hoe vaak het voorkomt is onduidelijk. In de literatuur circuleren schattingen van 0,05 procent tot 1 à 5 procent. Veel mensen merken het niet eens of denken dat iedereen wel zoiets heeft. Want waarom zou je praten over jouw ervaring dat woensdag oranje is? En wat maakt het uit? Opvallend is dat het vaak voorkomt bij uit het hoofd geleerde lijstjes: letters, cijfers, dagen van de week.

Aangeleerde synesthesie

In zekere zin heeft vrijwel iedereen een aangeleerde vorm van synesthesie. Wie leest, hoort vaak in zijn hoofd de klanken die horen bij de gelezen woorden. Omdat dit evident is aangeleerd, geldt het niet als synesthesie. En bijna iedereen associeert hoge geluiden met lichte kleuren en lage geluiden met donkere. Een sterkere neiging tot synesthesie zou deels erfelijk zijn.

Vooral over de variant waarbij mensen letters in kleuren zien is veel bekend, omdat het vrij makkelijk via vragenlijsten op internet te onderzoeken is. Mensen worden met tussenpozen getest en als ze consequent dezelfde kleuren aan dezelfde letters toewijzen gelden ze als ‘synestheet’. Je kan het ook met het reactievermogen testen: een letter in de juiste kleur wordt sneller herkend dan een letter in een willekeurige kleur. Onlangs is ook geprobeerd om negen weken lang niet-synesthetische proefpersonen letter-kleurassociaties aan te leren. Dat lukte aardig, al verdween het effect weer na een paar maanden. (Scientific Reports, 18 november 2014).

Neurologen verklaren synesthesie vaak uit dubbele activatie van hersengebieden. Maar dat verklaart nog niet waarom je dan juist de ‘A’ als rood zou zien en de ‘1’ als wit. Waarom is ‘A’ niet blauw? Bij individuele synestheten is een enkele keer teruggevonden dat hun associaties uit een schoolboek kwamen, of een magnetische letterset. Maar hoe algemeen is zo’n prozaïsche herkomst?

De X is paars

Met steeds grotere onderzoeken onder synestheten worden de laatste jaren ook meer patronen ontdekt in de kleurenassociaties. En nu is bij een enorm onderzoek onder 6.588 synestheten (via de site synesthete.org) een letterset gevonden die duidelijk een hele generatie ‘samenvoelers’ meegesleurd heeft in de oranje ‘B’, de blauwe ‘K’, groene ‘P’ en de paarse ‘X’: de Fisher-Price letterset die van 1971 tot 1990 is geproduceerd.

In totaal bleken 400 proefpersonen meer dan tien dezelfde associaties te voelen als in deze letterset voorkomen. Deze synestheten zijn allemaal na 1966 geboren. Van de geboortejaargangen 1975-1980 volgt zelfs 15 procent in grote lijnen de kleuren van de magnetische letters.

Deze mensen pikten dus als kind op dat ‘E’ staat voor de klank ‘eeee’ maar ook dat-ie blauw is, zo concluderen de onderzoekers. Natuurlijk werden niet alle met de set spelende kinderen synestheten. Alleen de kinderen die er gevoelig voor waren, pikten het op.

Het Fisher-Price-effect viel op omdat de letterset al de aandacht van de onderzoekers had. Er zijn nog veel patronen in kleurassociaties gevonden die nog nergens aan toegewezen konden worden.

Het gekste is: bij de totale groep zijn ook vrij vaste patronen te zien die onverklaarbaar zijn: de ‘A’ en ‘M’ zijn heel vaak rood, de ‘D’ blauw. Het sterkst is de gele ‘Y’. Zelfs bij de Fisher-Pricesynestheten komt-ie veel vaker voor dan de ‘officiële’ rode ‘Y’. Misschien is het in dit onderzoek een Engelstalige eigenaardigheid, Yellow is geel. De B is ook meestal blauw (blue). Maar waarom de Y zoveel sterker geel is dan de B blauw?