Sjinkie pokert als de beste

Knegt in bloedvorm zorgt voor eerste individuele goud voor Nederland sinds 1988.

Knegt was dit WK in topvorm. Individueel veroverde hij goud in het overall-klassement en zilver bij de 1.500 meter. Foto’s MAXIM SHIPENKOV/epa, Grigory Dukor/Reuters en Ivan Sekretarev/AP

De snelheid, de inhaalmanoeuvres en de onnavolgbare finishes had hij al. Maar Sjinkie Knegt blijkt ook het pokerspel tijdens een zenuwslopende finale tot in de puntjes te beheersen. Vanuit bijna onmogelijke positie verraste hij gisteren in Moskou vriend en vijand met de wereldtitel.

Het betekende het eerste individuele wereldgoud voor Nederland sinds 1988, toen Peter van der Velde in St. Louis wereldkampioen werd. Anderhalve maand geleden was Knegt (25) in Dordrecht tijdens een zinderend EK al onbetwist de beste. „Dit is geweldig, echt super”, zei Knegt na afloop tegenover de NOS.

Het had het weekend moeten worden van de Russen, in ijsstadion Krylatskoje: de WK van Viktor An, de genaturaliseerde Koreaan die vorig jaar voor Rusland drie keer goud haalde in Sotsji, of anders het toernooi van zijn adjudanten Semen Jelistratov en Vladimir Grigorev.

Maar het werd toernooi van Sjinkie Knegt, de hondsbrutale acrobaat uit het Friese Bantega. Hij verkeert het hele seizoen al in bloedvorm, en is op dit moment een klasse beter dan An, de beste shorttracker aller tijden.

De wereldtitel van Knegt is meer dan een groot individueel succes van een bijzondere sportman. Het is ook de kroon op de opmars van het Nederlandse shorttrack. In 2006 sloeg schaatsbond KNSB een nieuwe koers in, die vorig jaar leidde tot olympisch brons voor Knegt in Sotsji en kort daarna tot een wereldtitel voor de aflossingsploeg, in Montreal.

De schaatsbond, internationaal al zo lang succesvol op de langebaan, koos negen jaar geleden bewust voor de professionalisering van het shorttrack, dat altijd al een ondergeschoven kindje was geweest. Oud-wereldkampioen Wilf O’Reilly, als disciplinemanager shorttrack in dienst van de KNSB, verbaasde zich al jaren over het enorme potentieel in Nederland. Als de bond het baantje van 111 meter net net zo serieus zou nemen als de 400-meterbaan, dan kwamen de successen vanzelf, was de overtuiging van de geboren Brit.

Onder de Canadese bondscoach John Monroe werden op de kleine baan van Thialf de eerste stappen gezet, maar de Spelen van Vancouver (2010) kwamen nog te vroeg voor de uitbetaling van dividend. Monroes opvolger Jeroen Otter slaagde erin talenten als Jorien ter Mors, Knegt, Freek van der Wart, Daan Breeuwsma en de inmiddels gestopte Niels Kerstholt definitief aan de wereldtop af te leveren: nuchter, zonder poespas en met hard werken. „This has been a nice weekend at the office”, was het enige dat Otter gistermiddag twitterde. Voor overdreven euforie is geen plaats in de wereld van de shorttrackers.

Eerst grepen ze de macht in Europa, met titels voor Knegt, Van der Wart, Ter Mors en de beide aflossingsploegen. Sotsji en de WK’s van Montreal en Moskou tonen aan dat, in elk geval bij de mannen, de laatste sprong is gemaakt. Bij de vrouwen is er bij afwezigheid van Ter Mors minder reden tot juichen.

Toch kwam het succes van Knegt gisteren als een verrassing. Eerder op de dag was hij op de 1.000 meter, tegen een penalty was aangelopen bij een valpartij in de halve finale. Daarmee haalde hij op zijn beste afstand geen enkel punt.

Hij was het toernooi op zaterdag nog zo goed begonnen, met een tweede plaats op de 1.500 meter. Als enige rijder wist Knegt zich bovendien te plaatsen voor de tweede A-finale van de dag, de 500 meter. Maar op de kortste afstand speelde hij geen rol van betekenis. In de finale bleek eens te meer dat hij ook zwakke punten heeft: de start. Daar ligt nog ruimte voor verbetering de komende jaren.

Op de slotdag leek Knegt zijn kansen op de wereldtitel te verspelen, toen hij in de halve finale van de 1.000 meter onderuit werd geschaatst door de Chinees Jingnan Shi, die Knegt binnendoor probeerde in te halen.

Beiden eindigden in de boarding. Na lang beraad besloot de jury dat de Nederlander fout was geweest bij de inhaalmanoeuvre van Shi. Omdat de Chinees hem net gepasseerd was had Knegt hem voorrang moeten verlenen. „Het was fifty-fifty”, zei Knegt naderhand. „Het had mijn kant op kunnen vallen, maar het viel de kant van de Chinees op.”

Hij gaf er snel een positieve draai aan. „Ik heb nu iets langer rust voor de drie kilometer”, sprak hij laconiek. Het is de filosofie die Otter zijn rijders al vanaf de eerste dag meegeeft: zet je over teleurstellingen heen, de enige belangrijke race is de volgende. Bovendien bleef de schade voor beperkt omdat de klassementsleider Jelistratov in de kwartfinale óók al tegen een penalty was aangelopen.

Het betekende dat Knegt, startend vanaf de vijfde plaats in het algemeen klassement, in elk geval de superfinale over 3.000 meter moest winnen, wilde hij een kans maken op het goud. In een zenuwslopende finale behield hij de rust, wachtte op het juiste moment en pakte met zijn inmiddels beroemde finish, het ‘uitschuifbeen’ op de eindstreep, de mooiste zege uit zijn loopbaan. Knegt kwam in punten op gelijke hoogte met de Koreaan Park Se-Yeong (63), maar omdat de Nederlander de finale had gewonnen, was de titel voor hem. „Ik wist dat ik moest winnen om wereldkampioen te worden”, zei hij na afloop. „Dat was eigenlijk de enige opdracht in de finale. Je moet durven wachten, want als je het zelf wil doen zul je het nooit halen. Het pakte perfect uit.”

Op de aflossing moest Nederland zijn wereldtitel overigens afstaan aan China. Knegt leek met Van der Wart, Breeuwsma en nieuweling Mark Prinsen op weg naar prolongatie van de wereldtitel, maar zes ronden voor het einde leidde een slordige wissel met Prinsen tot de ondergang van de Nederlandse ploeg. China won de titel, in een ultieme poging het goud te pakken verspeelde Knegt het zilver, waardoor Nederland met brons genoegen moest nemen, achter het sterke Hongaarse kwartet.