René Gude leerde ons genieten door de dood in de ogen te kijken

René Gude (1957-2015)

Filosofieleraar

Optimist die zich inzette voor de popularisering van de filosofie.

René Gude: „Ik vond het een eer te mogen vertellen over dingen waar ik 35 jaar mee bezig ben geweest.” Foto Wouter Vandenbrink/HH

Ideeën, discussies, gedachten, ze gaan altijd door. Zeker bij filosoof René Gude. Afgelopen donderdag sprak de Denker des Vaderlands op zijn woonboot in Amsterdam-Noord nog vol vuur over het filosofisch onderwijs in Nederland en over het verschil tussen de academische filosofie en de publieksfilosofie. De dag erop liet zijn kwetsbare lichaam hem in de steek.

Onverwacht. Want ook al is iemand al jaren ongeneeslijk ziek, de dood dient zich toch plotsklaps aan.

Juist omdat die dood zo’n overrompelende gebeurtenis kan zijn, achtte Gude het van belang dit onderwerp bespreekbaar te maken. „Een gesprek over de dood is voor onze generatie misschien wel de meest prangende kwestie”, zei hij vorig jaar in een interview met deze krant. „In het Westen worden mensen inmiddels twee keer zo oud als voorheen. (...) De medische wetenschap heeft ervoor gezorgd dat mijn dodelijke ziekte een chronische ziekte is geworden. We leven dus niet alleen langer, we sterven ook langer.”

In 2007 werd bij Gude, destijds nog directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden, botkanker geconstateerd. In 2011 volgde een beenamputatie, maar bij onderzoeken werden ‘foute vlekjes’ in de longen aangetroffen. Vier keer werd hij geopereerd, en het leek goed met hem te gaan tot in maart 2014 een nieuwe tumor in de longen werd ontdekt. Vorig jaar werd die plek intensief bestraald. Het bleek dweilen met de kraan open. „Er waren ook alweer andere plekjes opgedoken”, vertelde Gude in hetzelfde interview. „Het was slechts een poging om het zaakje zo lang mogelijk te rekken.”

Het beest in de ogen kijken

Vanaf dat moment bleef de filosoof stug doorgaan met zijn werk. Hij schreef voor Trouw, bracht een etmaal door met Theo Maassen in het VPRO-programma 24 uur met…, zat geregeld aan tafel bij De Wereld Draait Door en publiceerde vorig jaar met Wim Brands, die hem ook interviewde voor omroep Human, het boekje Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het.

Ook deed hij mee aan het EO-programma De Kist waar hij, samen met zijn echtgenote Babs van den Bergh, vertelde over zijn omgang met het sterfproces. „Er zijn mensen die het liefst in hun eentje het beest in de ogen willen kijken”, zei hij hierover. „Dat kan, maar de stervende moet erop letten wat voor een impact dat heeft op de achterblijvers.”

De angst voor de dood van een ander moet serieuzer worden genomen dan die voor de eigen dood, meende Gude. „Zelf doodgaan is niet zo ingewikkeld. Zelfs als je je er tegen verzet gebeurt het toch. In alle gevallen is het vooral kut voor de omstanders.”

Gude, geboren in 1957 op Surabaya, groeide op in een gezin met drie broers in het Gooi. Vanaf zijn negentiende studeerde hij dertien jaar sociale geografie en filosofie in Amsterdam en Utrecht. Over die periode vertelt hij aan Wim Brands: „Ik deed tot mijn drieëndertigste gewoon niet mee met het grotemensenleven.”

Vanaf eind jaren negentig gaat Gude zich bezighouden met het populariseren van de filosofie. Hij wordt aangesteld als hoofdredacteur van Filosofie Magazine, het blad waar hij begint – rondwandelend op klompen – als advertentieverkoper en bladmanager. Onder zijn leiding weet hij het populair-filosofisch tijdschrift, dat kort na de oprichting in 1992 kampt met financiële problemen, steviger op de markt te zetten. Daarnaast ontwikkelt Gude verschillende filosofische activiteiten, waaronder filosofische cafés in Amsterdam en Utrecht en de Maand van de Filosofie.

Denker des Vaderlands

In diezelfde periode manifesteert Gude zich meer als leraar. Samen met filosoof Humberto Schwab stapt hij naar toenmalig staatssecretaris van Onderwijs Tineke Netelenbos (PvdA) met een voorstel om filosofie in te voeren als examenvak in het voortgezet onderwijs. Dat voorstel wordt aangenomen.

Kort daarna vertrekt Gude bij Filosofie Magazine, in 2001, en wordt directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) – waarbij hij op 23-jarige leeftijd al als conciërge werkte. Daar legt hij zich toe op het ambacht van filosofieleraar tot hij in 2013, wegens zijn ziekte, het instituut moet verlaten. In dat jaar wordt hij door zijn vakgenoten benoemd tot Denker des Vaderlands. Het is hierdoor en door Stand-up filosoof, het boek dat hij publiceert met Volkskrantjournalist Wilma de Rek, dat hij doorbreekt als filosoof bij het grote publiek.

Vanaf dat moment draagt Gude ook meer zijn eigen filosofie uit. Dat doet hij, zowel op tv als in boeken, het liefst door middel van het gesprek. Zo legt hij onder meer uit waarom filosofie de meest efficiënte manier van tobben is en hoe de stoïcijnse filosofen kunnen helpen bij humeurmanagement.

Ook wil hij het publiek, door in het tv-programma De Kist en in deze krant in zijn éénbenige doodskist te poseren, laten nadenken over de afschrikwekkende en onbegrijpelijke kant van de dood. Hierover vertelt hij, eind vorig jaar: „Ik denk niet dat we ons een voorstelling van de dood kunnen maken. Dat gebeurde mij ook niet toen ik in die kist zat. Ik zat rechtop en het leek net een roeibootje waarmee ik de Styx over zou varen. Het zag er komisch uit, ik met mijn dikke buikje en mijn ene been. We hebben er tijdens de opnames ook hard om moeten lachen.”

Het delen van zijn brede filosofische kennis heeft Gude tot aan het einde volgehouden. Hij deed dat niet alleen in de media; ook op zijn boot bleef de deur alle dagen openstaan. Door zijn vele mediaoptredens maakte hij op het einde van zijn leven nog nieuwe vrienden onder wie cabaretier Theo Maassen, dichteres Anne Vegter en ‘iceman’ Wim Hof.

Gude was een levensgenieter en hield van de ‘zoete inval’, ook al trok hij zich soms terug met zijn vrouw en twee zoons. „Het leven blijft me naar voren trekken, daar kom ik makkelijker van af als ik het bestaan dat ik heb geleid evalueer met mijn geliefden. Zij corrigeren mijn onzin.”

Door zijn vrije manier van spreken over filosofie werd Gude aan het einde van zijn leven een bekende Nederlander. Dit succes beschouwde hij als een bekroning op zijn werk. „Ik vind het een eer te mogen vertellen over dingen waar ik al 35 jaar mee bezig ben geweest”, zei hij vorig jaar. „Ik heb me als een terriër in bepaalde thema’s gebeten en had roemloos ten onder kunnen gaan. Omdat (...) ik de Denker des Vaderlands kon zijn, heb ik een kans gekregen. Dat heeft mij gelukkig gemaakt.”