Mijn stem maakt geen verschil, alles staat al vast

Ons politieke bestel wordt niet bedreigd door populisme en versplintering. Veel te veel – Europese integratie, bezuinigingen – staat al vast, dat is het probleem, meent Niels Feitsma.

Illustratie marian kamensky

De traditionele partijen verliezen hun greep op de zaken, overal in Europa. Vermoedelijk gaat het om een ontwikkeling die niet zo eenvoudig meer is terug te draaien. Het politieke speelveld is in een land als Nederland inmiddels zo smal geworden dat ieder kabinet steeds weer erg veel lijkt op het vorige. Het beleid is min of meer hetzelfde, er worden hooguit wat andere accenten gelegd.

Bijna alles wordt tot in de details vooraf vastgelegd in regeerakkoorden. Dat betekent dat het parlement min of meer buiten spel wordt gezet. Dat is slecht voor de democratie. Het heeft desastreuze gevolgen. De partijen die in Nederland na de Tweede Wereldoorlog de politiek lange tijd gedomineerd hebben, namelijk de VVD, de PvdA en het CDA, zouden met z’n drieën volgens de peilingen van De Hond van de afgelopen maanden niet eens meer een meerderheid in het parlement halen. Ter vergelijking: in 1986 haalden deze partijen bij de Tweede Kamer verkiezingen gezamenlijk nog 133 zetels.

Vlak voor de kerst was de PVV in de peiling van De Hond groter dan de PvdA en de VVD samen. De SP is in de peilingen van De Hond al een tijd groter dan de PvdA, en D66 groter dan de VVD. De huidige coalitie haalde met behulp van de drie gedoogpartners D66, Christen Unie en SGP in de peiling van 15 februari slechts 63 zetels. Met andere woorden: zelfs met vijf partijen haalt dit kabinet geen meerderheid.

Doorgaans worden partijen als de SP en de PVV in de media omschreven als radicaal en populistisch. Er wordt dan gesuggereerd dat de opkomst van dergelijke partijen een bedreiging is voor het functioneren van het politieke bestel. Dat is echter flauwekul.

Het grote probleem is namelijk dat veel belangrijke politieke vraagstukken niet ter discussie gesteld mogen worden, of liever gezegd: ze mogen wel ter discussie gesteld worden, maar de gevestigde partijen zullen aan de uitkomst van het debat over deze kwesties geen enkele consequentie verbinden.

Veel zaken zijn daardoor min of meer onbespreekbaar geworden: het staat vast dat er bezuinigd moet worden en er geen ruimte is voor een keynesiaans begrotingsbeleid, het staat vast dat de Europese integratie steeds verder gaat, het staat vast dat er alles aan gedaan zal worden om de Grieken in de euro te houden. Er is geen ruimte meer voor alternatieven. Dat is niet goed voor een democratie.

De verkiezingen in ons land beginnen de afgelopen jaren hierdoor dan ook steeds meer te lijken op een soort Voice of Holland: wie wordt de nieuwe manager van de BV Nederland? Het is iedere keer een groot mediaspektakel waarbij vooral de persoon van de lijsttrekker in de campagne centraal staat. Men verkoopt met wat reclameslogans een verkiezingsproduct en voert wat debatten om vervolgens zonder enige schaamte zo’n beetje alle verkiezingsbeloftes te breken wanneer men gaat regeren.

Dat leidt onherroepelijk tot cynisme onder de bevolking. Veel mensen hebben het idee dat het er allemaal niet zo veel meer toe doet of je wel of niet gaat stemmen. De gevestigde partijen hebben deze situatie de afgelopen decennia zelf laten ontstaan.

Het idee dat Nederland bedreigd wordt door populisme, politieke versplintering en de opkomst van zogenaamde radicale of zelfs extreme partijen is dan ook onjuist. Laten we ermee ophouden dat te verkondigen.

    • Niels Feitsma