Max

Slaapdronken zat ik op de bank naar mijn laptop te staren. Door het tijdsverschil met Australië was ik om tien voor zes ’s ochtends uit bed gestapt om de Formule 1 te kunnen zien. De 17-jarige Max Verstappen ging zich als ‘jongste coureur aller tijden’ meten met de grote mannen.

Ik keek door het raam. Het was stil in de wijk. Mijn oude Benz stond voor de deur. Het dak was onder gescheten door een vogel. Witte plakkaten op oranje lak. Mijn handen jeukten om het schoon te maken. Maar in Melbourne stonden de bolides klaar.

Max Verstappen had de twaalfde startpositie bemachtigd. In de zon hielden mannen in overalls de banden liefdevol warm met hoezen.

Pure autoporno.

Na de start kwam Max de eerste, gevaarlijke bocht uitstekend door. Hij reed slim en onopvallend. De camera’s hadden niet veel oog voor hem. Ik staarde onderaan het beeldscherm naar de afkorting van zijn achternaam en het cijfer voor zijn positie.

VES 9, VES 8. Max reed goed.

In ronde 35, na een vlekkeloze bandenwissel, ging het mis. Uit de cockpit klonk nasaal het stemgeluid van Max: „I have smoke in the car.”

Een paar minuten rolde de auto van het asfalt. Max stond stil in de berm. Grassprieten plakten aan de zachte banden.

De volwassen topsportmentaliteit werd zichtbaar toen Max uit de auto moest. Hij haalde doodkalm zijn stuur los, wurmde zich uit de cockpit en plaatste het stuurtje terug.

Je zou zweren dat Max iedere dag zijn wagen op die plek parkeerde en het laatste stukje lekker naar huis liep.

Zonder Max boeide de race me minder. Er werd weinig strijd geleverd. Lewis Hamilton won met gemak. Hij reed zijn wagen naar binnen, stapte uit en gleed met zijn handen over de zijkant.

Hamilton was zijn auto dankbaar, zoals een ruiter zijn paard. Ik wilde mijn oude Benz op deze zondagochtend ook even vertroetelen. Het was nog te vroeg voor een ritje naar de wasstraat. Met een emmer warm water liep ik naar buiten.

Met een spons begon ik de vogelstront te verwijderen. Er kwam een vrouw langsgelopen. Ze keek hoe fanatiek ik het dak te lijf ging. Ik voelde me niet helemaal op mijn gemak, boenend op het vroege uur.

Weer binnen hoorde ik Max vertellen hoe hij het allemaal beleefd had: „Je vergeet dat je nerveus wordt.”

Het mankement aan de motor bleek een kapotte bougie te zijn. Dat klonk mij in de oren als een futiel probleem. Maar ik ben niet technisch; ik giet met gemak een liter olie in het reservoir voor de ruitenwisservloeistof.

Max haalde zijn schouders op. Boos worden op een bougie had geen zin. „Formule 1 blijft een mechanische sport.”