Kitty, Daisy & Lewis spelen swingmuziek die niet swingt

Wat waren ze leuk, toen Kitty, Daisy & Lewis in 2009 spraakmakend debuteerden op het kleinste podium van Lowlands met hun frisse rockabilly. En wat zijn ze nu een band met een waterhoofd geworden. Met de subtiliteit van een olifant pompten ze vrijdag hun liedjes de grote zaal van Paradiso in, die waren verzadigd van galm en op oorverdovend volume.

De zusjes Kitty en Daisy en broer Lewis Durham wisselen elkaar af op drums, en daarin schuilt de kern van hun probleem. Geen van drieën is een briljant drummer en vooral de krampachtig boemklappende Kitty ontdeed de muziek van alle swing.

Dat is jammer voor een band die juist de swingmuziek uit de jaren veertig en heupwiegende fifties-rockabilly als uitgangspunt koos. Ter compensatie heeft het Londense trio zich uitgedost als een circusact, met de meisjes in strakke glitterpakjes en vier violisten die er vooral ter decoratie bij zaten.

Redding leek nabij toen er een muzikale clown met trompet op het podium verscheen, die een element van ska inbracht. Een publiek dat stond te popelen om het uitbundig op een dansen te zetten, werd wreed uit de droom geholpen met bot beukende ritmes.

Lewis deed een moeizame poging om met Developer’s Disease een hedendaags protestlied in te lassen. Swingmuziek die maar niet wilde swingen: het was de tragiek van een band die zich verslikt in het eigen succes.