Het nieuwe normaal in China

China gaat een moeilijke overgangsperiode in, nu de economische groei niet meer in de dubbele cijfers loopt. Voor dit jaar streeft de Chinese regering naar een groei van zeven procent – in andere delen van de wereld een prachtig cijfer, maar voor China de laagste groei in een kwart eeuw. Het is ‘het nieuwe normaal’, waarschuwde premier Li Keqiang op het tiendaagse Volkscongres in Beijing, dat gisteren werd afgesloten.

Dat China zware tijden tegemoet gaat is ook voor de rest van de wereld een belangrijke boodschap. Omdat China tegenwoordig zo’n groot deel van de wereldwijde groei voor zijn rekening neemt, doet een vertraging in China zich internationaal ook meer voelen.

De Chinese leiders willen hun economie zó hervormen en liberaliseren, dat de groei niet alleen lager, maar vooral duurzamer is. Dat vraagt om pijnlijke maatregelen. In de woorden van premier Li: het is „geen nagels knippen, maar met een mes een stuk uit je eigen vlees snijden”.

Decennialang hebben de Chinese leiders zich kunnen verzekeren van de tevredenheid van de bevolking met indrukwekkende groeicijfers. Grote structurele problemen in de economie werden niet of nauwelijks aangepakt, zoals de inefficiëntie bij staatsbedrijven. Wil de regering de staatsondernemingen nu meer gaan blootstellen aan marktwerking, dan zal ze machtige, gevestigde belangen op haar weg vinden. En als wordt toegelaten dat verlieslijdende bedrijven failliet gaan, dan kan dat de werkloosheid opstuwen en daardoor de maatschappelijke stabiliteit in gevaar brengen. Dat laatste wil de Communistische Partij nu juist koste wat kost voorkomen.

Het is slechts één van de dilemma’s waar Beijing zich voor gesteld ziet. Een ander reusachtig probleem is de luchtvervuiling, die niet werkelijk bestreden kan worden zonder grote bedrijven te dwingen de milieuwetten na te leven en te investeren in schone energie. Dat kan verder ten koste gaan van de economische groei. Maar tegenover de onvrede die hierdoor kan worden aangewakkerd, staat de onvrede over de luchtvervuiling, die steeds groter wordt.

In economisch opzicht mag president Xi Jinping streven naar liberalisering, maar voor fundamentele politieke hervormingen biedt hij geen ruimte. Hij voert weliswaar een harde campagne tegen corruptie, maar pakt ook critici van zijn bewind hard aan en legt de vrijheid van meningsuiting in de pers en op internet aan klemmende banden. Dat mag op korte termijn zorgen voor stabiliteit, of de schijn daarvan. Maar het neemt de onderliggende spanningen in de Chinese samenleving niet weg.