Een groot Eco-complot

Voor wie Umberto Eco kent, is het niet verrassend dat zijn nieuwe roman Het nulnummer draait om een gigantisch mysterie, dat zo’n beetje alle schandalen van de naoorlogse Italiaanse politiek omvat. De verteller is journalist Colonna, die betrokken wordt bij de schimmige plannen van een Milanese topondernemer. Deze wil door het opzetten van een nieuwe krant een pressiemiddel in handen krijgen om door te dringen in de machtigste kringen. Hij rekent erop dat een paar nulnummers volstaan om dat te bereiken, maar dat weten de zes redacteuren niet.

Een van hen is Braggadocio, die zich vastbijt in een explosieve zaak. Hij meent aan te kunnen tonen dat niet Mussolini, maar zijn dubbelganger in 1945 is geëxecuteerd en dat de Duce in 1969 triomfantelijk naar Italië had moeten terugkeren. Het plan mislukte, maar daarmee hield de inmenging van de fascisten in de politiek niet op.

Eco heeft er overduidelijk plezier in om alle raadsels en drama’s in Italië tussen 1945 en 1992 met elkaar in verband te brengen. Braggadocio wordt pas geloofd als hij wordt vermoord. Waarna Colonna zijn leven ook niet meer zeker is.

Genoeg comic relief in Het nulnummer, dat ook bedoeld is als een satire op de oppervlakkigheid van de journalistiek. Maar wat ontbreekt is spanning. Eco doet zijn best die op te bouwen, maar nadat Colonna heeft verteld waarom hij reden heeft om bang te zijn, wordt het verhaal in twee korte hoofdstukjes afgewikkeld. Nu blijf je zitten met het idee dat je het kopstuk van een veelbelovende roman hebt gelezen; je hebt gelachen, je bent geïmponeerd door de kennis, je hebt je gelaafd aan de jazzy snelheid waarmee het verhaal wordt opgebouwd… en dan is het plotseling afgelopen.