De mooiste van het land

De eerste missverkiezing was in Nederland geen succes. De meisjes werden bespot, hun ouders beschimpt. „Het stond te ver af van wat een vrouw mocht ambiëren.”

Emmy Kuster (met sjerp) won de Miss Hollandverkiezing in 1930. Een dag later werd ze gediskwalificeerd, ze was niet tussen de 18 en 25 jaar oud, maar al 28.

Mark Traa schrijft boeken over „gewone mensen die grote dingen meemaken”. Mensen die iets doen dat nog nooit iemand vóór hen deed.

Zo schreef hij eerder over „de kleinste vrouw ter wereld” en „de grootste fantast van Nederland”. Hij wil ermee iets vertellen over een tijd die al ver achter ons ligt en toch ook weer heel veel over de onze zegt.

Zijn nieuwste boek, De mooiste van het land, dat afgelopen vrijdag uitkwam, gaat ook weer over zo’n „heel gewoon” iemand. Over de eerste Miss Holland. Een meisje van 18 uit Zaandam dat in 1929 vanachter de tapkast van haar vaders café werd weggeplukt, tot mooiste vrouw van Nederland werd gekozen, vervolgens in Parijs mocht optreden voor de Franse president tijdens de Europese missverkiezing en daarna naar Amerika reisde voor Miss Universe. „Ze maakte iets mee dat volstrekt uniek was voor die tijd, zeker voor vrouwen”, zegt Traa. Ze heette Jopie Koopman.

Mark Traa, redacteur bij maandblad Quest, zag haar voor het eerst op een foto in het digitale archief van de Koninklijke Bibliotheek toen hij zocht naar een nieuw onderwerp voor een boek. Hij typte als zoekterm „eerste vrouw die” in en daar verscheen ze. „Ik voelde meteen dat hier een mooi verhaal in zou zitten”, zegt Traa

Een mooi verhaal is het zeker geworden. Over de eerste meisjes die tot Miss Holland gekozen werden sinds 1929. Hoe het sensatieblad Het Leven (vergelijkbaar met het huidige Panorama) de verkiezing op verzoek van de Franse missverkiezingsorganisatie naar ons land bracht – als clickbait om de oplages omhoog te krijgen.

De meisjes moesten bukken

Traa beschrijft ook hoe de meisjes werden verkozen door een jury – ze werden in de mond gekeken, ze moesten bukken, rondparaderen en hun voeten en enkels laten zien. Hoe ver ze kwamen in Amerika – nooit tot de top – en hoe het hun verder verging in het leven – nogal slecht.

Maar het boek is bovenal een triest verhaal geworden. Over hoe de verkiezing keihard botste met de moraal van calvinistisch Nederland. Over hoe de meisjes werden bespot en platgewalst door de publieke opinie, de politiek, de kerk, maar vooral door de media.

„Ik vond het verbijsterend”, zegt Traa. „Hoe fel de media op de meisjes inhakten.” Ze werden vergeleken met prostituees, de ouders kregen onderuit de zak dat ze hun dochters aan een dergelijke denigrerende vertoning blootstelden. Er werden spotdichten op hen gemaakt, nepinterviews, bijtende commentaren, alles om de meisjes te ontmaskeren als ijdele, leeghoofdige nietsnutjes.

Er wás natuurlijk ook van alles fout aan de verkiezing, zegt Traa. „Ik vond het zelf ook stuitend hoe jonge meisjes werden bekeken en beoordeeld door een jury van veelal oudere mannen, nogal denigrerend. Maar dat de meisjes zo persoonlijk werden gehekeld vond ik hypocriet van de media. Ze hadden de verkiezing ook kunnen negeren. In plaats daarvan gingen ze in de aanval. Over andere onderwerpen waren ze een stuk minder kritisch.”

Na 1937 wilde niemand meer

Uiteindelijk werd de kritiek zo hard, dat de missverkiezing eronder begon te bezwijken. Er waren nog wel verkiezingen, tot 1937 in Nederland, maar de laatste jaren kregen die nauwelijks nog aandacht. Kapotgemaakt door de media, zouden we nu zeggen.

Opvallend. Want in veel andere landen was er amper kritiek. In Brazilië bijvoorbeeld, waren de missverkiezingen zelfs een zaak van nationaal belang waarvoor het hele land uitliep, in Frankrijk werden de missen door de president met alle egards ontvangen.

Mark Traa geeft een aantal verklaringen, waarom het hier niet lukte. Dat het evenement hier te plompverloren was gelanceerd bijvoorbeeld, zonder enige traditie zoals die er bijvoorbeeld wel bestond in Amerika waar je al baby- en kinderverkiezingen had gehad.

Maar de grootste reden voor kritiek was toch onze calvinistische inslag, denkt Traa. „Een vrouw was, zeker in die tijd, een verlengstuk van haar man, ze werd geacht thuis voor de kinderen te zorgen. Niet om op een podium te klimmen en te zeggen ‘kijk naar mij’.”

Vergeet ook niet, zegt Traa, dat Nederland niet had meegedaan aan de Eerste Wereldoorlog. „In de ons omringende landen zag je daarna een enorme behoefte ontstaan aan glamour, om te ontsnappen aan de nare ervaringen. Vrouwen gingen kortere rokken dragen, ze gingen drinken, roken, dansen.”

Nederland werd nog altijd gedomineerd door mannen, en die schrokken enorm van de missverkiezing, zegt Traa. „Vrouwen op een podium, en dan ook nog zonder hun man. Dat stond zó ver af van wat vrouwen mochten ambiëren.”

En zo ging de missverkiezing aan calvinisme en kleinburgerlijkheid ten onder. De financiële crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog gaven de genadeklap. Miss Holland, ( inmiddels miss Nederland), zou pas begin jaren 50 terugkeren.

Heel even hadden vrouwen hun hoofd boven het maaiveld uitgestoken, zegt Traa. „Dat vind ik toch wel een verdienste van de verkiezingen.” Maar hun koppen gingen eraf. „Het was gewoon te vroeg.”