Analfabetisme leidt tot kastenmaatschappij

Een paar weken geleden hebben in Rome de Nederlandse voetbalhooligans hun reputatie bevestigd door in lallende opwinding het een en ander aan antieke kostbaarheden te beschadigen. Deze week hebben treinmachinisten een toeterdemonstratie gehouden tegen de molestatie van een conducteur door een boze reiziger. Er gaat geen weekeinde voorbij of er wordt ergens in een uitgaansgebied iemand in elkaar geslagen. Bij ‘risicowedstrijden’ moet een flinke politiemacht de aanhang uit elkaar houden.

Geweld is in de afgelopen twintig jaar een normaal hoewel niet geaccepteerd maatschappelijk verschijnsel geworden. De eis van het publiek om strenger te straffen wordt dringender en vaak is de rechterlijke macht er ontvankelijk voor. Bekijken we de statistieken dan zien we dat het in Nederland de goede kant op gaat, relatief althans. In 2013 werden hier 1,09 miljoen misdrijven gepleegd, 17 procent minder dan in 2007. Daartegenover staat dat het aantal zware zaken met zeven procent toenam. Nog geen reden voor optimisme. En dan hebben we naast de statistiek en de cijfers het beeld van de misdaad zoals dat bij het publiek bestaat.

Dat wordt hoofdzakelijk bepaald door de media. Het zou me niet verbazen als dit tegengesteld is aan wat de statistiek weergeeft. Dat is geen wonder. Misdaad maakt slachtoffers, wekt emoties, misdaad hoort tot de harde kern van het nieuws en het valt dus te verwachten dat vooral het geweldsmisdrijf op het publiek een diepere indruk maakt.

Ook volgens de statistiek beginnen de meeste delinquenten hun carrière als ze een jaar of vijftien zijn. Dat geeft opening tot ander onderzoek. Stel de vraag of er verband is tussen misdaad en opvoeding, in het bijzonder opleiding. We hebben zo’n 1,3 miljoen laaggeletterden, mensen voor wie een recept op een pakje of de bijsluiter van een geneesmiddel te machtig is. Dat is acht procent van de bevolking. Van deze groep is tweederde van Nederlandse afkomst. En dan zijn er nog 250.000 volslagen analfabeten. Op school wordt door tien procent zwak gepresteerd en in 2006 had een kwart een leesachterstand van twee jaar.

Wat gaan die achtergebleven kinderen later doen? Een redelijke carrière is vrijwel uitgesloten. Wel zullen ze trouwen en kinderen krijgen. Een opvoeding in een functioneel analfabetisch gezin biedt weinig kans op een enigszins geletterde opvoeding.

Laaggeletterdheid is erfelijk. Zo valt het te vermoeden dat deze 1,3 miljoen laaggeletterden de grondslag kunnen vormen voor een kastenmaatschappij waarin hogere klassen door opvoeding, welstand en levenswijze hermetisch van de lagere zijn afgesloten.

Maar in de democratie blijft het gevoel van gelijkheid bestaan. Dit betekent dat ook de laagste klasse van de behoeftige laaggeletterden ervan overtuigd zullen blijven, recht te hebben op alles wat het leven van de ‘rijken’ zo mooi maakt. Veel van die mensen zijn volstrekt niet rijk, ze leiden alleen een regelmatig en productief leven. Dat maakt voor de laagste klasse geen verschil. Ze zien op de televisie en misschien ook op internet alles wat het leven zo mooi maakt. Dat willen ze ook terwijl het onbereikbaar blijft.

Deze wanverhouding kan de grondslag vormen voor een nieuwe rancunepartij die alle voorschriften waaronder wij onze samenleving zo redelijk handhaven aan haar laars lapt. Een maatschappij die zichzelf beschaafd noemt, kan het zich niet veroorloven permanent een paar miljoen burgers te hebben die in beginsel ook recht op alles hebben terwijl ze in de praktijk van het dagelijks leven tot het geminachte uitschot worden gerekend. Die ontwrichtende wanverhouding begint op school.