Wie mag met de sultan slapen

Tien sterke Turkse vrouwen staan centraal op de tentoonstelling van Museum TwentseWelle. „Wat was er met de macht van vrouwen in het gebied gebeurd?”

‘Vrouwen? Nonsens”, antwoordde de toenmalige direc teur van het Topkapi Museum in Istanbul vier jaar geleden op het verzoek van Museum TwentseWelle om mee te werken aan een tentoonstelling over tien vrouwen die zich onderscheidden in de Turks-Anatolische geschiedenis. De Enschedese museumdirecteur Kees van der Meiden dronk heel wat kopjes thee met museumdirecteuren in Istanbul en Ankara om te lobbyen voor zijn plan. „Ook de Nederlandse ambassade heeft ons enorm geholpen”, zegt hij.

Na een diplomatiek spel van vier jaar is het toch gelukt. Maar liefst elf Turkse musea gaven samen 118 bruiklenen. Uit 10 andere musea in binnen- en buitenland kwamen er nog eens 54 objecten. De voorchristelijke beeldjes van oergodinnen, muziekinstrumenten en juwelen uit de tijd van de sultans, handgeweven tapijten en kostbare miniaturen zijn vanaf vandaag in Enschede te zien.

Van der Meiden had al langer het plan om een tentoonstelling met een Turks thema te maken. „Er is in Nederland een kleine half miljoen mensen met een Turkse achtergrond”, zegt hij. „In onze regio wonen er 20.000. Zij werkten vroeger vooral in de Twentse textielindustrie.” Het thema van de tentoonstelling, Kadinlar, vrouwen, werd hem in de schoot geworpen door journalist Henk Boom en zijn vrouw, kunstenares Lotje de Lussanet. Zij hadden samen veel onderzoek gedaan in Turkije – hij voor zijn boeken over een sultan en een Nederlandse diplomaat in Constantinopel, zij voor haar beeldhouwwerk.

De Lussanet putte inspiratie uit de beeldjes van oergodin Cybele en andere moedergodinnen, die ze overal tegenkwam in musea. „Cybele werd van de achtste tot zesde eeuw voor Christus vereerd door de Phrygiërs die toen in Anatolië woonden”, vertelt De Lussanet tijdens een reis met journalisten langs de musea in Istanbul en Ankara die meewerkten aan de tentoonstelling. „Ik vroeg mij af wat er daarna met de macht van vrouwen in het gebied was gebeurd.”

Theaterhoer

Een manco was wel dat er over de vrouwen niet veel terug te vinden was in de geschiedenisboeken en archieven. En als er wel iets over hen geschreven werd, was dat niet altijd vleiend. Neem Theodora, de vrouw van Justinianus, die van 527 tot 565 keizer was van het Byzantijnse Rijk. Geschiedschrijver Procopius schildert haar in zijn Geheime geschiedenis af als een theaterhoer. Of zij zich daadwerkelijk prostitueerde is niet bekend – mogelijk belasterde Procopius haar slechts uit teleurstelling over zijn eigen positie aan het hof.

Maar over Theodora zijn ook positieve verhalen overgeleverd. „Ze zette zich in voor verbetering van de positie van vrouwen, en in het bijzonder die van actrices”, zegt Lotje de Lussanet. „Theodora was een krachtige persoonlijkheid die achter de schermen veel invloed had op haar man.” Zo speelde zij een doorslaggevende rol tijdens een opstand tegen de keizer, die destijds in Constantinopel, het huidige Istanbul, resideerde. De Lussanet: „Toen de situatie tijdens de paardenrennen op het Hippodroom uit de hand liep en het volk het keizerlijk paleis bestormde, wilde Justinianus de stad uit vluchten. Maar Theodora las hem de les, waardoor hij bleef.” Zijn elitegarde sloeg de opstand neer.

De plek waar veel van de verhalen van de tien vrouwen samenkomen, is het Sultanahmet-plein, waaraan onder meer de Aya Sophia en de Blauwe Moskee liggen. Hier lag vroeger het Hippodroom. En het plein is vernoemd naar een sultan die een lievelingsvrouw had die na zijn dood 28 jaar lang regeerde namens haar twee zoons en een kleinzoon. „Deze Kösem droeg als sultan-moeder de eretitel Valide Sultan. Zij besloot welke vrouwen met de sultan mochten slapen en woonde vanachter een gordijn de vergaderingen van de Divan bij, de raad die het land namens de sultan bestuurde”, vertelt De Lussanet tijdens een bezoek aan het Topkapi Paleis.

Dit voormalige paleis van de Ottomaanse sultans is nu een museum. Onder meer de harem, waar in de zestiende en zeventiende eeuw zo’n 400 vrouwen tegelijk woonden, is opengesteld. „Door Hollywoodfilms en romans is het beeld ontstaan dat de harem een bordeel was waar de sultan elke nacht een ander liefje uitkoos”, zegt De Lussanet. „In werkelijkheid was het een plek waar vrouwen, die als slavin waren geronseld of gekocht, vaak oorspronkelijk christelijke vrouwen, een goede opleiding genoten. Ze moesten waardige partners worden voor de sultan of zijn zoons. Minder getalenteerde vrouwen wijdden zich aan het huishouden en de kinderen. Alle vrouwen ontvingen een salaris.”

In de Ottomaanse tijd waren slechts voor enkele vrouwen hoofdrollen weggelegd. Onder Atatürk, de legerofficier in 1923 die de laatste sultan afzette en Turkije omvormde tot een republiek, kregen vrouwen een veel grotere rol toebedeeld. Een van de boegbeelden uit die tijd is legerkorporaal en romanschrijfster Halide Edib, een vertrouweling van Atatürk. In het mausoleum in Ankara waarin de Grote Leider ligt begraven, is een museum ingericht met ook enkele vitrines over de vrouwen uit zijn entourage. Halide Edib fungeerde tijdens de onafhankelijkheidsstrijd als zijn persagent en tolk.

In 1919 hield zij een opzienbarende toespraak op het Sultahnamet-plein, op de plek waar nu een borstbeeld van haar staat. „Zij sprak het Turkse volk moed in na een Griekse inval in Izmir, waarbij duizenden doden waren gevallen”, vertelt De Lussanet. „Ze was de eerste Turkse vrouw die in het openbaar een toespraak hield. Ze was een fervent voorvechtster van vrouwenrechten. Zo liet ze zich van haar echtgenoot, een wiskundige, scheiden, toen hij er een tweede vrouw bij wilde nemen.” Een paar jaar na de vestiging van de Republiek raakte Edib uit de gratie bij Atatürk, wegens haar kritische houding.

Seksueel geweld

Precies op het moment dat Museum TwentseWelle journalisten rondleidt door Istanbul en Ankara zijn er op straat protesten tegen het seksueel geweld tegen vrouwen in het land, naar aanleiding van de moord op een verkrachte studente in de havenstad Mersin. Volgens de betogers zijn politici als president Erdogan door hun omstreden uitspraken over vrouwen medeschuldig aan het geweld.

Van der Meiden wil er niet te veel op ingaan, hij is beducht dat zijn tentoonstelling een politieke lading krijgt. „De beeldvorming over Turkije wordt vaak gedomineerd door nieuws over de mensenrechten”, zegt hij. „Maar Turkije is een land dat ook andere kanten heeft, een land met een rijke cultuurhistorische geschiedenis. Deze tentoonstelling gaat niet over politiek, maar over tien vrouwen.”

„Spijtig” vindt hij dan ook de discussie die ontstond met journaliste Fidan Ekiz, na zijn besluit om een artikel van haar niet op te nemen in het tentoonstellingsboek. Volgens Ekiz sprak de Turkse ambassadeur in Nederland, die een voorwoord schreef, zijn veto uit over het artikel, omdat hij het beledigend vond voor Erdogan. Volgens Van der Meiden is van censuur beslist geen sprake. „Bij nader inzien past het verhaal gewoon niet in het boek, dat gaat over de tien vrouwen in de tentoonstelling. Het verhaal van Fidan Ekiz zullen we in het magazine van ons museum publiceren, en we zullen ook samen met haar een avond organiseren over de positie van de vrouw in de Turkse samenleving.”

Deze krant ging mee met de persreis van het museum, maar betaalde de reis zelf.