Opinie

    • Caroline de Gruyter

Waarom een Grexit heel Europa aangaat

Eindelijk heeft Europees president Donald Tusk vrijdag de Griekse premier ontvangen. Dat is een goed teken en een slecht teken. Een goed teken, omdat het Griekse lidmaatschap van de eurozone om meer gaat dan financiële calculaties. De euro is een politiek project. Griekenland werd er destijds bijgevraagd om politieke redenen. Iedereen wist dat het land niet aan technische criteria voldeed. Daarom moeten regeringsleiders, niet ministers van Financiën beslissen of de eurozone met dit land verder wil.

Maar dat Tusk eindelijk Alexis Tsipras ontvangt, na aandringen van de Amerikaanse president, is ook een slecht teken. Tusk is geobsedeerd door Rusland, en interesseert zich niet voor eurozaken. Maar ministers zien weinig uitweg meer. Wat moeten ze met een Griekse collega die niet over hervormingen en cijfers praat, maar colleges geeft over Keynes, anti-Keynes en Duitse herstelbetalingen? Zelfs degenen die niet eerder voor een Griekse exit voelden, zeggen: met Athene is geen zaken te doen, dit wordt Chefsache.

Diplomaten en juristen zijn serieus bezig uit te zoeken hoe het verder moet, mocht Griekenland binnenkort uit de euro ‘vallen’. Want het land zit wel in de Europese Unie. En in de Schengenzone. Het beslist overal over mee. Kan dat gewoon doorgaan? Weinig kans. Als het land failliet gaat, ontstaat er chaos, paniek. De Griekse staat is zwak. Clans en familieverbanden floreren. Houdt het leger zich afzijdig? Wat doet de EU met een failed state in haar midden, een prooi voor iedereen die de EU wil manipuleren of destabiliseren?

De Grieken dreigen zelf met Rusland als alternatieve sponsor. Dat heeft politieke consequenties. Brussel bespreekt daarom diverse scenario’s. Het tijdelijk opschorten van het Schengen-lidmaatschap is er één. De buitengrenzen van Griekenland worden na een Grexit waarschijnlijk nog poreuzer. Niemand wil dat iemand die dan een Grieks visum krijgt automatisch heel Schengen in kan.

Ander scenario: het opschorten van EU-stemrecht. Volgens het Lissabonverdrag kan dat, als een lidstaat grondrechten en waarden zoals vrijheid, gelijkheid, democratie en dergelijke met voeten treedt. Dat laatste doet Griekenland niet. Maar sommigen zeggen dat het de diplomatieke omgangsvormen in de EU zo schendt, en dat dit misschien een grond kan zijn. Zij moeten er niet aan denken als Griekenland straks uit frustratie als stoorzender in Brussel gaat fungeren, en constant besluitvorming blokkeert of saboteert.

Ze zijn nog nooit zo dichtbij Grexit geweest. Toch blijft het moeilijk voor te stellen, ook omdat de Amerikanen er fel tegen zijn en in alle hoofdsteden keihard lobbyen om het te voorkomen. Griekenland is een NAVO-land, met Amerikaanse bases. Washington wil vlakbij een regio waar nihilisme en geweldsverheerlijking zegevieren, geen bondgenoot verliezen.

Ook legt een Griekse exit een bom onder komende EU-uitbreidingen. Veel burgers zal dit een zorg zijn. Maar veel regeringen denken er anders over, waaronder die in Berlijn. Griekenland werd bij de EU gehaald om na de dictatuur de democratie te ondersteunen. Om diezelfde reden onderhandelt de EU nu met Turkije, Montenegro en Servië over toetreding. Albanië kreeg de kandidaatstatus. Bosnië en Macedonië zitten in een wachtkamer.

Het idee is dat we democratie en stabiliteit pushen door hun lidmaatschap te beloven. Zodat wij hén beschaven, en zij niet ons. Maar de laatste rapporten over deze landen zijn desastreus. Regerende elites hengelen naar EU-fondsen maar democratiseren niet. Kan Europa het ene Balkanland (Griekenland) aan de dijk zetten en het andere (Servië?) toelaten? Weinig kans. Zo brokkelt een fundament van de Europese Unie – de ‘beschavende werking’ – langzaam af.

    • Caroline de Gruyter