Tussen rebellie en weemoed

Filmcriticus Dana Linssen neemt afscheid van het kind dat regisseur Harmony Korine lange tijd was. Met zijn laatste film Spring Breakers verloor hij voorgoed zijn jeugd.

In Spring Breakers gaan alle remmen los als vier meisjes op vakantie gaan.

Harmony Korine is zelfs jong als hij oud is. Of beter gezegd: als hij speelt dat hij oud is. Zoals in de film Trash Humpers uit 2009, waarin hij samen met zijn vrouw Rachel Korine een bende gewelddadige ouden van dagen aanvoert die er een gewoonte van maakt om, in de achterstraten van zijn woonplaats Nashville, eh... trash te humpen. Vuilniszakken, -bakken en -containers droog te neuken. Zoiets. Bestaat daar eigenlijk wel goed Nederlands voor? Vuilnisvozers?

Voor wie nu meteen denkt aan de verborgencamerashow Benidorm Bastards: de bejaarde amateuracteurs die in die realityserie in Benidorm de straat op gaan om jongeren het leven zuur te maken, zijn watjes vergeleken bij Korine en de zijnen die verborgen achter latex bejaardenmaskers destructief de eeuwige puberteit nastreven. Trash Humpers is Jackass voor gevorderden. Gefilmd op ranzig videomateriaal dat rechtstreeks uit een van die bezoedelde vuilnishopen afkomstig lijkt te zijn.

Korine is op dat moment 36 jaar en net vader. Voor hem bepaald geen reden om zich eens volwassen te gaan gedragen. Oké, het idee voor de film kreeg hij weliswaar toen hij ’s avonds de hond uitliet, wat toch zou kunnen duiden op een huiselijk leven, maar zijn fantasieën waren nog steeds dezelfde als toen het enfant terrible achttien jaar eerder op zijn skateboard de filmwereld kwam binnenratelen als scenarioschrijver van Larry Clarks schandaalfilm Kids (1995). Een etmaal uit het leven van jonge straatkinderen in New York die zich bezighouden met de dingen waar tieners zich zoal mee bezighouden: seks en drugs en rock-’n-roll, maar dan ontdaan van alle tederheid en romantiek.

Hoofdpersoon Telly bijvoorbeeld heeft alleen seks met maagden, zodat hij zonder condoom kan neuken en toch niet bang hoeft te zijn voor aids. Maar hij weet wel een meisje (gespeeld door Korines toenmalige vriendin Chloë Sevigny) te besmetten. Waarop een hellevaart door New York volgt waar je met plaatsvervangende schaamte naar kijkt en waarna je blij bent dat je geen zestien meer bent.

Zedenprekers en censors waarschuwden ouders hun kinderen binnen te houden, de geile blik van vijftiger Clark op al dat jonge vlees deed de rest. De film werd een instant schandaalsucces. Voor iedereen die vond dat het weleens tijd werd om de schoongewassen mythe van de jeugd te onttakelen, was de film een openbaring. Wat nou jeugd die de toekomst heeft? Dit waren de kinderen van de consumptiemaatschappij. Gedoemd om consumerend ten onder te gaan in een leven van kapitalistische vervreemding en zinloze roes. Twintig jaar na dato laat de film zich gek genoeg ook bekijken als een onschuldig tijdsbeeld, als de stilte voor de storm van de aandachtseconomie, waarin iedereen met z’n smartphone op internet en Instagram moet zien te overleven door te doen alsof zijn eigen leven een film is. De kinderen uit Kids konden tenminste nog uren verdwijnen zonder dat iemand ze in beeld had.

Demonen

Korine is provocateur uit noodzaak. Als kunstenaar moet hij beelden verzinnen die hij nooit eerder heeft gezien, vertelde hij me ooit in een interview. Die beelden zijn vaak zo heftig dat hij ze wel moet verfilmen om ze, als onwelkome demonen, weer uit zijn hoofd te verdrijven.

Bij zijn eigen regiedebuut Gummo (1997) brak de hel pas echt los. Critici buitelden over elkaar heen om de film weg te zetten als een walgelijke freakshow (door het opvoeren van acteurs met een psychische of lichamelijke beperking), of als amorele chaos (omdat de twee apathische hoofdpersonen, die op hun BMX-fietsjes door de straten van het fictieve Xenia rijden, weinig goeds in de zin hebben). De samenwerking met modeontwerper en kunstpatroon Agnès Troublé dateert uit diezelfde tijd: ze betaalde de ondertitels voor de Franse release van de film. Vervolgens ontmoetten ze elkaar ter gelegenheid van de première van Korine’s Julien Donkey-Boy (1999) op het Filmfestival Venetië en bleken ze dezelfde ideeën te hebben over kunst, poëzie, het leven. Het begin van een langdurige samenwerking, uitmondend in de oprichting van een gezamenlijk productiebedrijf: O’Salvation.

Het enfant terrible werd al snel ieders favoriete probleemjongere. Het nieuwe etterbakkie van de kunstwereld. Al was het nooit helemaal duidelijk in hoeverre hij echt onconventioneel was: maakte zijn drugsverslaving hem onhandelbaar of gedroeg hij zich alleen maar onaangepast omdat dat nu eenmaal zijn imago was? Ik herinner me een interview ter gelegenheid van de Nederlandse première van Julien Donkey-Boy, op het Filmfestival Rotterdam waar ik als gretige jonge criticus met mijn vragenlijstje klaarzat. Stoned hing Korine achterover in een doorgezakte chesterfield in de lobby van Hotel Central, weggedoken in de capuchon van zijn houtje-touwtjejas. Met grote verschrikte ogen keek hij me aan, maar de woorden vonden geen weg naar zijn mond. Dat ik het na tien minuten beleefd voor gezien hield, had hij evenwel ook niet verwacht. De rest van het festival was hij poeslief naar me op zoek om het goed te maken. Fulltime non-conformist zijn bleek niet mee te vallen.

De grilligheid van zijn karakter is ook de kern van zijn kunst. Tussen Gummo en Julien Donkey-Boy schreef hij een roman, A Crackup at the Race Riots (1997), waarmee Korine zich als een exponent van een soort neomodernistische literatuurstroming afficheerde; exposeerde hij de videocollage The Diary of Anne Frank Pt II (1997), waarin kinderen in satanische outfits op de Bijbel kotsen; en draaide hij het onafgemaakte guerrillafilmproject Fight Harm (1999), waarin de regisseur voorbijgangers op straat uitdaagde om hem in elkaar te slaan. Bij hem ging alles met gevaar voor eigen leven.

En dat is natuurlijk wat in zijn werk zo aanspreekt. Zijn poëtica van verval en doodsdrift weet je soms direct en onomwonden in het hart te raken: door kunst begrijpen we waar het in het leven om gaat. Woede, wanhoop, verlangen. Zijn dat niet precies de grote emoties die je als kind voelt als je op het punt staat volwassen te worden? Als puberteit en adolescentie je verscheuren tussen gevoelens van rebellie en weemoed? Hippiekind Harmony vindt ze in de bloemen die op de puinhopen groeien, in de gezichten die afwijken van het schoonheidsideaal, in het wangedrag dat de regels van onze schoongepoetste maatschappij tart.

In zijn derde film Mister Lonely (2007), geschreven door zijn broer Avi , voert hij opeens een droomachtige utopische commune van lookalikes en imitators in de Schotse Hooglanden op, allemaal misfits en outcasts die ervan dromen ‘gezien’ te worden. Het is, na al dat tarten en tergen van Korine, opeens een kinderlijk en teder gegeven. Misschien identificeert hij zich meer dan hij wil toegeven met deze buitenbeentjes, en zoekt hij, net als zij, een plek waar hij tot zijn recht kan komen, geaccepteerd wordt om wie hij is.

Het heeft iets van een jongvolwassene die voor de laatste keer naar zijn moeder opkijkt in de hoop dat zij hem zal zeggen: Het is goed jochie, je mag er zijn.

Kinderlijke onschuld

Het is vreemd om het werk te beschouwen van een filmmaker met wie je zelf bent opgegroeid, een generatiegenoot bijna, en op een dag met je eigen kinderen naar zijn werk te kijken. Het was ter gelegenheid van zijn meest recente film Spring Breakers (2012), een film als een fluorescerende drugsroes, psychedelisch en impressionistisch, over vier meisjes die ‘spring break’ gaan vieren, het Amerikaanse equivalent van de eindexamenreis waarop alle remmen los gaan. Mijn oudste zoon David was op dat moment even oud als de hoofdpersonen, ik was opeens een veertiger, de leeftijd van de regisseur, die dus net zoals ik naar personages had gekeken die zijn kinderen hadden kunnen zijn. David en ik hadden het er na afloop over hoe je aan de vorm van de film kon zien dat de regisseur niet meer de leeftijd van zijn hoofdpersonen had.

Volgens mijn achttienjarige zoon was het een afstandelijke film. Je keek wel naar een trip van losgeslagen meisjes, maar tegelijkertijd werd er commentaar op geleverd. Aan de oppervlakte gaat Spring Breakers over een vakantie lang zuipen, neuken en drugs gebruiken. Daaronder schuilt een ander verlangen, naar erbij horen, ergens deel van uitmaken – net als het verlangen van de hoofdpersonen uit Mister Lonely.

De fluisterende voice-over heeft het in Spring Breakers steeds over ‘iets kosmisch’, ‘iets wat groter is dan jezelf’. Mijn zoon en ik konden ons hier allebei iets bij voorstellen. Hij omdat hij als adolescent midden in dat zoekproces zat, ik vanuit de milde melancholie van de herinnering.

Spring Breakers gaat, concludeerden we, over de roes van de jeugd én over het verlies ervan. Korine beschrijft het laatste moment waarop je als kind nog gered kan worden door je kinderlijke onschuld. Daarna kom je met onwetendheid en naïviteit niet meer weg. Dan zul je toch echt volwassen moeten worden en zelf de verantwoordelijkheid dragen voor je daden.

Met de melancholie waarmee ik Spring Breakers bekeek, bezie ik ook de regisseur. Tegenwoordig heeft Harmony Korine zijn absurdisme, zijn voorkeur voor afwijkende personages en zijn droge humor ingeruild voor serieuzere zaken. Binnenkort is hij in Manglehorn te zien in een rol tegenover Al Pacino, die een sleutelmaker speelt die op zijn leven terugkijkt. En Korine staat op het punt een gangsterfilm met echte sterren te draaien. Volwassen worden is schijnbaar onvermijdelijk. Maar het doet wel pijn.