Troostfoto voor misplaatst geïrriteerde lezers

Een defilé van de Ordnungs-polizei trekt in 1941 over de Dam. Rijkscommissaris Seyss-Inquart sprak hen toe. Foto ANP

Terug naar eerder werk, om te beginnen naar de aflevering van 28 februari waarin het verkeerslawaai van Amsterdam anno 1930 besproken werd. Er heerste een heidens kabaal, destijds, ook al was het veel minder druk dan tegenwoordig. Maar de auto’s verspreidden meer motorgeluid, de uitlaat knalde dat het een aard had en de chauffeurs waren verplicht bij elke straathoek te toeteren.

Het stukje was geïllustreerd met een foto van de Dam in 1933, genomen in de richting van Damrak en Centraal Station. Hij toonde een man-met-pet die op een drafje vlak voor tram 24 en enkele auto’s overstak. Dat is ook precies wat het onderschrift vermeldde: man steekt over vlak voor tram 24 en enkele auto’s.

Een ongekend aantal lezers heeft erop gewezen dat de man helemaal niet ‘vlak voor’ de tram langs snelde, dat hier helemaal niet sprake was van ‘aanstormend verkeer’ of van ‘met gevaar voor eigen leven oversteken’ en dat de foto ‘in deze context’ dus volkomen misplaatst was. Het verkeer stond stil; het stopbord stond op stop. Er is gevraagd om rectificatie en nog veel meer. Het is een zegen dat de lezers van elkaar niet wisten hoe geïrriteerd ze waren.

Maar haal er nu dat stukje van 28 februari eens bij. Stel vast dat nergens met maar één woord is beweerd of gesuggereerd dat tram of auto’s zouden aanstormen of gevaarlijk zijn. Dat werd volkomen in het midden gelaten. Het enige dat er stond was dat de man-met-pet overstak vlak voor de tram en die auto’s en je kunt toch, zou je zeggen, ook vlak voor een stilstaande tram oversteken. Wat de lezers de das om deed was dat in de kop boven de rubriek ‘jakkerende koetsjes’ werden opgevoerd. Ze doen er goed aan de gang van zaken als een nuttige les te beschouwen.

Bij wijze van troost illustreren we de AW van vandaag met een opname van hetzelfde stukje Amsterdam vanaf precies dezelfde plaats gefotografeerd maar ditmaal in februari 1941. De nu afgebeelde vrachtautootjes rijden wel degelijk, de orde-politie zit er zelf in, en waar in 1933 nog de man met de pet holde staat nu, heel stil, een microfoon. Daardoor heeft de rijkscommissaris net iets behartigenswaardigs gezegd tegen de Amsterdammers aan de overkant van de straat. Of het orkest rechts ook geluid voortbrengt is niet zeker.

Vorige week is nagedacht over de vraag waarom gestrande toeristen op de Mount Everest zelden of nooit door helikopters worden gered. Het antwoord is dat de meeste helikopters niet makkelijk boven een hoogte van 5.000 à 6.000 meter uitstijgen. De dunne lucht daar geeft ze te weinig ‘lift’. De wentelwieken wentelen er weliswaar makkelijker (ze ondervinden minder luchtweerstand), maar het wentelen levert te weinig op (ze wekken onvoldoende draagkracht op).

Laat ze dan wat sneller draaien, roept de buitenstaander, maar dat gaat niet goed, de Leidse amateur-vloeistofdynamicus (en beroepsastrofysicus) Walter Jaffe heeft het deze week uitgelegd. Als de uiteinden van de rotorbladen de geluidssnelheid bereiken gaan ze ongewenste schokgolven produceren. Helikoptermotoren en -rotoren worden daarom meestal voor één vaste rotatiesnelheid ontworpen, doorgaans zo’n 450 à 500 rpm (rotaties per minuut).

Praktisch gesproken is de lift alleen op te voeren door de rotorbladen steeds schuiner op de lucht te zetten. Maar als ze al te schuin worden gezet dáált opeens de lift, het is proefondervindelijk na te gaan door de hand uit het raam van een rijdende auto of trein, te steken en de ‘angle of attack’ tussen de vlakke hand en de aanstormende lucht geleidelijk op te voeren.

Overigens maakte het stukje nog eens duidelijk dat de zes Oekraïense helikopters die sinds 25 april 2014 in Oost-Oekraïne werden neergeschoten vóór vlucht MH17 werd getroffen van lage hoogte zijn neergehaald. Er kan nooit een aanwijzing in worden gezien dat de separatisten al vóór 17 juli een vliegtuig op 10 km hoogte konden bereiken. Toch gebeurt dat.

Op 14 februari is uitgelegd dat de voorgekoelde granietblokjes die tegenwoordig in brede kring worden ingezet om er whisky mee te koelen tekortschieten. IJsblokjes koelen veel beter omdat er zoveel warmte wordt opgenomen bij het smelten van het ijs, dus bij de faseovergang ijs-water. Maar het bezwaar van dat smelten is dat de whisky tegelijk wordt verdund, juist daarin kwam het graniet de drinker tegemoet. Wat ligt er nu meer voor de hand, schrijft Gerard Koops, dan om de twee gunstige eigenschappen te combineren. Een fabrikant kan toch watergevulde kubusjes van plastic produceren die de volumevergroting bij het bevriezen van water kunnen opvangen? Meer is niet nodig.

Een voorbeeld uit de vermaledijde rekentoets die op 7 februari werd behandeld heeft weer andere lezers tot woede gebracht. Hoeveel liter regenwater viel er op een tuin van 9 bij 12 meter als er 11,5 mm regen per m2 viel? Wat is dat voor idiote eenheid, mm per m2, briesen ze. Hoe kan je daar nu liters van maken? Het kwam uit voorbeeldtoets 3F (2014) en ze heben gelijk, de juiste uitdrukking is: er viel 11,5 mm regen. Dat ‘per m2’ hoort er niet bij, hoewel het niet per se fout is. Als er 11,5 mm regen op 1 m2 valt, valt er ook 11,5 mm op 108 m2. Denk erover na!

Hoe oud het trucje is om aan de hand van de knokkels na te gaan hoeveel dagen eenmaand heeft (30 of 31) staat nog steeds niet vast. Volgens de World Heritage Encyclopedia zou het een Franse traditie zijn. Uitputtend AW-onderzoek toonde nog geen bron voor 1740 aan.