Synchroonzwemmende mannen zijn er meer dan je denkt

Een mooie korte jeugdfilm en een egodocument over een midlifecrisis. Hans Beerekamp bekeek twee documentaires over synchroonzwemmende mannen en constateert: daar zijn er meer van dan je denkt.

Tv-recensent Hans Beerekamp selecteert elke week twee documentaires van NPO Doc die de moeite waard zijn. Het gaat om de beste documentaire die de afgelopen week op een van de NPO-zenders in première ging en een wat oudere documentaire die op een of andere manier commentaar levert op de eerste. Meediscussiëren? #NRCdoc. Dit keer een bekroonde korte jeugdfilm en een Zweeds egodocument.

Door Hans Beerekamp

Het is niet noodzakelijk, maar heel vaak gaan jeugddocumentaires over kinderen. Op het laatste festival van Berlijn werd Giovanni en het Waterballet (Astrid Bussink, 2014) bekroond als de beste jeugddocumentaire.

De NCRV-productie is dan ook fantastisch. Giovanni (10) is de Billy Elliot van de synchroonzwemmers. Als enige jongen traint hij tussen de zwaar opgemaakte meisjes voor de Nederlandse Kampioenschappen. De film volgt hem niet alleen in en rond het zwembad, met groot gevoel voor de absurditeit van deze tak van sport, maar ook op intieme momenten met zijn vriendinnetje Kim. Ze oefenen met de benen in de lucht in de beslotenheid van een auto op een garageoprit.

Jongens die meisjesdingen doen zijn heel populair bij meisjes, zo blijkt. Giovanni heeft steeds andere vriendinnetjes, want dan is het niet zo erg als een het uitmaakt, legt hij uit.

Regisseur Bussink won al eens een Gouden Kalf voor Achter de Toren, ook een jeugddocumentaire. Ze beheerst het subgenre als geen ander.

Minder goed gemaakt, maar ook heel interessant is de lange Zweedse documentaire Men Who Swim (Zinkende Mannen, 2010) van de in Wales geboren Dylan Williams. Het is een egodocument over zijn midlifecrisis, in een vreemd land, waar hij bejaarden moet wassen omdat hij met zijn filmopleiding geen werk kan vinden. Met een aantal vrienden vormt hij een team van synchroonzwemmers. Het werkt bijna therapeutisch en het Zweedse team maakt zich op voor de Men’s Cup in Milaan, waar ze de strijd moeten aanbinden met onder meer de Nederlandse wereldkampioenen.

Beide films stellen dat er bijna geen mannen zijn die in het kielzog van Esther Williams naar gratie in het water streven, maar het zijn er meer dan je denkt en niet per definitie homo. Integendeel: synchroonzwemmen blijkt een grote aantrekkingskracht op het andere geslacht uit te oefenen en de discipline verjaagt spoken in het hoofd.

Over de makers

Astrid Bussink (Eibergen, 1975) volgde kunstopleidingen in Enschede en Edinburgh. Ze won een Gouden Kalf voor Achter de Toren (2012) en maakte eerder films als The Angelmakers, De Verloren Kolonie, Mijn Enschede en Poule des Doods.

Dylan Williams (Rhyl, 1968) studeerde antropologie en film in Londen en werkte voor verschillende Britse media. Hij trouwde met een Zweedse. Sinds zijn verhuizing naar Stockholm is het autobiografische Men Who Swim de eerste film.