Strijd om de kleuren

De jurk. Is ze nu blauw-zwart of wit-goud? Op internet was de interpretatie van deze onduidelijke foto even dé existentiële vraag (zoek op: ‘dress colour debate’). De wereld werd gespleten in twee kampen, alsof het een politieke strijd betrof. Zelfs aan onze keukentafel braken hevige gevechten uit.

Als dit internetvirus u ontgaan is: gefeliciteerd! Antropologen willen u vast onderzoeken. Voor de rest van ons mediaverslaafden is er geen reden om met de ogen te rollen over dit nieuwste dieptepunt van de moderne beeldcultuur. Het is juist een prachtig leermoment, net nu 2015 uitgeroepen is tot het jaar van het licht.

Wat is licht eigenlijk? De natuurkunde heeft daar een simpel antwoord op: een elektromagnetische golf. Precies 150 jaar geleden ontdekte de Schotse fysicus James Clerk Maxwell de wetten die deze golven beschrijven. Ik heb een T-shirt met zijn vergelijkingen in volle glorie en daaronder de tekst: En toen was er licht. Ach, had Maxwell maar een patent op zijn formule aangevraagd. Dan zouden we van de opbrengsten al het vrije onderzoek in de wereld kunnen financieren.

Maxwells theorie is het eerste en mooiste voorbeeld van unificatie: elektriciteit en magnetisme, samen in één formule. Niet voor niets hing zijn portret in Einsteins studeerkamer. Licht was opeens verbonden met bliksem, batterijen en magneten. En daar kunnen we nu radio, televisie, wifi, zonnebanken, röntgenfoto’s, magnetrons en de volledige hightechindustrie aan toevoegen.

Die gewonnen rijkdom kan worden weergegeven als een enorme concertvleugel, met meer dan 500 toetsen, die geen geluidsgolven maar elektromagnetische trillingen voortbrengt. Een enkel octaaf, zeg bij de centrale C, correspondeert dan met het zichtbare licht. Ieder van de zeven witte toetsen geeft een kleur van de regenboog, van rood tot violet. Rechts daarvan liggen de ‘hoge tonen’: het ultraviolet van zonnebrand, de röntgenstraling van de tandarts en de gammastralen van radioactieve processen. Links van de regenboog vinden we de ‘lage tonen’: het infrarood van ons warme lichaam, de microgolven van de oerknal en de radiogolven van het draadloos internet. In plaats van de speelgoedpiano van de regenboog staat nu de hele vleugel ter beschikking.

Licht en geluid mogen beide golven zijn, we ervaren kleur en klank totaal anders. Onze perceptie van kleur is uiterst primitief vergeleken met de rijke beleving van geluid. We kunnen vele nuances van een symfonieorkest onderscheiden. Licht bespeelt daarentegen slechts drie toetsen: rood, groen en blauw, omdat er maar drie soorten receptorcellen in ons netvlies zitten, de zogenoemde kegeltjes. En dan is de mens nog bevoorrecht; de meeste zoogdieren gebruiken slechts twee kleuren. (Vogels daarentegen zien ook ultraviolet en de absolute koning is de bidsprikhaankreeft die zowaar 16 verschillende kleuren weet te onderscheiden.)

Kleur heeft echter een opvallende eigenschap die het losweekt uit de starre greep van de fysica en in het domein van de cognitie doet belanden: de constantheid van kleurervaring. U heeft geen probleem uw favoriete rode T-shirt op verschillende foto’s te herkennen, of die nu in de felle zon, bij sfeervol kaarslicht of onder een onpersoonlijke tl-balk zijn genomen. Ons brein heeft geleerd al die verschillende nuances als hetzelfde te herkennen. Als u deze versies ‘rood’ echter los naast elkaar legt, hebben ze bijna niets gemeen. U zou ze roze, oranje en grijs noemen.

Wat ons brein ziet, heeft dus maar weinig met golflengtes te maken. Ons visuele systeem is uiterst gevoelig voor suggesties en interpreteert en corrigeert er vrolijk op los. In ons hoofd staat photoshop altijd aan. Daarom zijn optische illusies zo verontrustend. De vaste grond van het ‘met je eigen ogen zien’ valt weg als ineens kleuren spontaan ontstaan, rechte lijnen kromtrekken en gedrukte afbeeldingen over het papier dansen.

De meest spectaculaire paradox is een effect ontdekt door Edwin Land, de uitvinder van de polaroidfoto, in de jaren vijftig. U moet het maar eens opzoeken. Hij produceerde een foto van een stilleven met duidelijke gele, groene en blauwe tinten, maar afgedrukt in enkel de kleuren rood en zwart. Tegen de rode achtergrond interpreteert ons brein bijvoorbeeld een grijze tint als groen.

Dit brengt ons terug op ‘de jurk’, het beeld dat het internet deed smelten. Misschien had u dezelfde reactie als ik. Ik zag de jurk eerst als wit-goud, maar toen ik na lezing van het artikel nog een keer keek, was ze opeens blauw-zwart geworden. Een typische Gestalt-ervaring, waarbij een beeld zo maar ‘omklapt’.

Wat veranderde was niet de afbeelding, maar de interpretatie en de context. Eerst dacht ik naar schaduwrijke wit-gouden stof te kijken, vervolgens naar een zonovergoten blauw-zwarte. Dezelfde gekleurde pixels van mijn beeldscherm werden ineens geheel anders waargenomen. Geen bug maar een feature van de kleurconstantie in ons brein.

De slimste marketingcampagne met het grootste budget ter wereld had niet zo’n treffend voorbeeld kunnen bedenken om ons deze publieke les over licht, kleur en perceptie te geven. De perfecte opening van een lichtjaar.