Schoolbord van de moderne fysica

Het ‘omgekeerde’ huis van fysicus Paul Ehrenfest in Leiden komt te koop. Nog altijd is er de zoldermuur met daarop handtekeningen van beroemde fysici. Wie behoudt dit cultureel erfgoed?

Foto Smithsonian Institution Libraries

Aan het einde van de Witte Rozenstraat, een stille straat net buiten het centrum van Leiden, staat een groot, wat verwaarloosd huis. Anders dan de andere huizen heeft het zich van de straat afgewend. Pas vanaf de Jan van Goyenkade, verderop, is te zien hoe het gepleisterde pand zich naar de zon en de tuin ‘opent’: met grote, symmetrisch geplaatste ramen in een vooruitspringend geveldeel, met een serre en met ook aan de zuidoostzijde grote ramen en een fronton.

Alleen liefhebbers herkennen in de gesloten muur aan de straat waarschijnlijk het luik waardoor vroeger de melkboer, de groenteboer en andere leveranciers hun spullen rechtstreeks in de keuken afleverden. Opmerkzame voorbijgangers zien allicht ook de twee gevelstenen. ‘Hier woonde en werkte professor Paul Ehrenfest’, staat op de ene. ‘Zijn vrouw Tatiana Afanassjewa – haar tijd ver vooruit – maakte dit huis open voor mensen en ideeën’, op de andere.

Handtekeningen en jaartallen

Wat moet er gebeuren met dit Leids cultureel erfgoed? Die vraag staat centraal op een symposium, komende week, in Museum Boerhaave in Leiden, nu het laat-classicistische huis te groot en onderhoudsintensief wordt voor de huidige eigenaar-bewoner, drs. ir. Wouter Kuyper. De bouwstijl wijkt af van wat destijds (het huis werd in 1914 opgeleverd) in Nederland gebruikelijk was: Afanassjewa maakte de bouwtekeningen met in haar achterhoofd de statige panden uit Sint Petersburg waar zij opgroeide. Maar erfgoed is het óók om alles wat zich er binnen afspeelde: in de vroeg-twintigste eeuw was dit huis hét brandpunt voor de moderne fysica.

De handtekeningen en jaartallen op de muur van een van de zolderkamers, neergekrabbeld met potlood, herinneren daaraan. Ze zijn van de beroemde logés die hier vertoefden: van grondleggers van de quantumfysica zoals Niels Bohr, Werner Heisenberg, Erwin Schrödinger, Wolfgang Pauli en Paul Dirac; van de vrouw die mede kernsplijting ontdekte, Lise Meitner; van de latere leider van het Manhattanproject, Robert Oppenheimer; van de befaamde econoom Jan Tinbergen, één van Ehrenfest’s studenten…. Wie goed telt, ontdekt onder de wetenschappers uit Europa, Rusland en de VS wel zestien Nobelprijswinnaars.

Van die geleerden logeerde Albert Einstein het vaakst bij de scherpzinnige fysicus Paul Ehrenfest en de intelligente wiskundige Tatiana Afanassjewa. Zelf had Einstein afgezien van de leerstoel in de theoretische fysica in Leiden, waarop Ehrenfest vanaf 1912 de befaamde Hendrik Lorentz opvolgde: Einstein was bang om in Lorentz’ schaduw te komen staan. Maar als bijzonder Leids hoogleraar en vooral ook als vriend van Ehrenfest bezocht hij de stad en het huis graag.

‘Nooit eerder heb ik deelgenomen aan zo’n gelukkig gezinsleven’, schreef hij in 1919 nadat hij er twee weken had gewerkt en gelogeerd. ‘Het komt van twee onafhankelijke mensen die niet bij elkaar zijn wegens compromissen. Ik heb het gevoel gekregen dat ik bij jullie hoor en jullie bij mij.’

Einstein nam deel aan de colloquia in de studeerkamer in het huis, waar hij met Ehrenfest en andere collega’s zijn gedachten uiteenzette op een groot schoolbord aan de wand. Hij discussieerde er met Tatiana en speelde er viool, terwijl Ehrenfest hem op de vleugel begeleidde. Wereldberoemd is een foto van hen bij die vleugel; Einstein met Ehrenfest’s oudste zoon Paul op schoot.

Dat het huis ook verder vol leven was, bewijst de handtekening van een toen ongeveer 14-jarig meisje, vlak boven die van Einstein. Ada Vogel was een vriendinnetje van Ehrenfest’s dochters en lid van de socialistische jeugdvereniging AJC. Die hele club mocht er in huis komen, met vaandels en al, herinneren nazaten van Ehrenfest en Afanassjewa zich. Het tekent volgens hen de sfeer in huis dat Ada net zo goed haar naam op de muur mocht schrijven.

Russisch verwarmingssysteem

In de studeerkamer hangt het schoolbord nog altijd aan de muur. De Art-Nouveau-plafonnière brandt nog steeds in het ruitvormige profiel op het plafond, en door het trappenhuis valt het licht als vanouds over de luie trap door de glazen eetkamerdeur naar de tuin, waaraan Afanassjewa destijds zo veel zorg besteedde. Zelfs het ‘Russische verwarmingssysteem’, met buizen in plaats van radiatoren, heeft de huidige eigenaar-bewoner van het pand, de bouwkundige en kunsthistoricus Kuyper, intact gelaten. Maar nu wordt het huis hem dus te veel.

Wat moet er mee gebeuren als hij het pand van de hand doet? Daarover gaat het symposium. De Universiteit Leiden heeft laten onderzoeken of er mogelijkheden zijn om het over te nemen, en bijvoorbeeld de bovenste verdiepingen in te richten als gastenverblijf voor buitenlandse gasten en de studeerkamer als tentoonstellingszaal of ruimte voor lezingen. Allicht worden er ook andere ideeën geopperd.

Wat als die onhaalbaar blijken? Verdwijnen zal het huis niet. „Het valt onder monumentenzorg”, zegt Dirk van Delft, directeur van Museum Boerhaave en gastheer van het symposium. „Als er een koper komt die daarmee kan leven, die het liefdevol beheert en die het nu en dan openstelt voor bezoek, dan zou dat ook een goede oplossing zijn.”