Scheepsongeval, 1.800 jaar geleden

Het gaafste schip uit de Romeinse tijd is helemaal mooi gemaakt en klaar voor een nieuw museum: de rivierpraam De Meern 1.

Het is een beetje feest in Utrecht. Want het schip De Meern 1 komt weer terug, een elegante rivierpraam van 25 meter lang en bijna 3 meter breed. Het heeft een gezellig kajuitje en een mooi oplopende achtersteven. Het is een bijzonder schip, want het is Romeins, 1.800 jaar oud.

Romeinse legionairs hebben het in haast verlaten toen het zonk. Het midden van Nederland was in de Romeinse tijd een militaire zone, met om de vijf of zes kilometer een fort met een haventje. Hier en daar stonden ook losse wachttorens.

Toen het schip zonk, hadden de soldaten geen tijd om de kastjes in de kajuit leeg te maken. Wat er allemaal in lag? Een schaar, een krijtje, een kraspennetje om op wastafeltjes te schrijven, een muntje, een mes, twee halfronde stokjes en ook nog een grote kist met een stukje touw. Die twee stokjes waren waarschijnlijk een passer. Op het dek was een vuurplek, om eten te koken.

De vondst van het schip is te danken aan de tomeloze woningbouw in Nederland. Eerst lag het gezonken schip onverstoord in de machtige rivier de Rijn die toen nog door Utrecht kolkte. En toen die rivier zich verplaatste lag het schip eeuwenlang in drassige grond onder een weiland. Tot in 1997 aannemers gingen graven om huizen te bouwen. Een graafmachinist lette gelukkig goed op toen zijn machine iets hards raakte.

De archeologen lieten het schip eerst nog een paar jaar in de grond – want ze zijn voorzichtig. Daarna werd het schip tien jaar lang in een enorme bak met kunstwas gelegd. Alle water in het hout is nu vervangen door was. Dit hout zal nooit meer rotten. Het schip zal na de zomer te zien zijn in het nieuwe museum Castellum Hoge Woerd.