Racemonster

Hij is de enige man die een sport bezít. Bernie Ecclestone is de baas van Formule 1. Een 84-jarige miljardair, maar begin tegen hem niet over stoppen. tekst Harry Meijer

Zijn residentie aan Princes Gate in hartje Londen lost vandaag even op in de somberheid van de late winter. De zwartglazen voorgevel van het kantoor van Formula One Management houdt Hyde Park aan de overkant een grauwe spiegel voor.

Hij heeft er geen last van.

„Okidoki.”

Met een kwieke handdruk begroet Bernie Ecclestone zijn bezoek. Zijn uiterlijk lijkt wel voor de eeuwigheid gebalsemd: grijze lokken die slordig zijn oren en voorhoofd bedekken, getinte brillenglazen, wit overhemd en donkere broek. Zo leidt hij al decennialang zijn circus. Zo reist hij het hele jaar in zijn privéjet van circuit naar circuit, van deal naar deal. En zo voert hij de regie over de races vanuit zijn mobiele kantoor op de circuits.

84 Is hij alweer, maar nog altijd de godfather van de Formule 1. Ecclestone is de enige ter wereld die een sport bezit; als mede-eigenaar van de commerciële rechten heeft hij volgens zakenblad Forbes een vermogen van dik drie miljard opgebouwd. Hij haalde de sport uit de hooibalen en het amateurisme en rook als eerste het grote geld van de tv-rechten. Met de Olympische Spelen en het WK voetbal behoort Formule 1 tot de grootste sportevenementen ter wereld. Hij denkt niet aan ophouden. „Zolang ik bij een onderneming ben betrokken die in de Formule 1 zit, wil ik er controle over houden. Ik wil nog helemaal niet met pensioen.”

Het Grand-Prixseizoen dat dit weekeinde begint, heeft een historisch tintje: met het Nederlandse talent Max Verstappen verschijnt de jongste coureur ooit op de grid. Ecclestone heeft over Verstappen gehoord, maar weet niet veel van hem „omdat hij nieuw is”. „Hij moet wel veel talent hebben, anders kom je niet in Formule 1.”

Er was grote scepsis in het racewereldje: de zeventienjarige Verstappen zou te jong zijn voor het grote werk. Ecclestone denkt daar anders over. „Als hij goed genoeg is, had hij zelfs op nog jongere leeftijd kunnen beginnen. Je moet er heel fit voor zijn, vooral geestelijk. Racen is technisch ingewikkelder geworden. Maar vandaag de dag is het fysiek makkelijker dan vroeger.”

Zelf racete hij al op zijn zestiende op motoren, maar hij stopte ermee. Te weinig talent, te veel ziekenhuis. Ook in de autoraces had hij weinig succes. Een flinke crash in 1953 bedierf het plezier.

Hij herinnert zich de vader van Max, Jos Verstappen, die in de Grand Prix van Duitsland op Hockenheim in brand vloog tijdens het bijtanken in de pitsstop. Wonder boven wonder overleefde hij de vuurzee. Ecclestone had het bijtanken ingevoerd mede om het amusement voor de televisiekijkers te vergroten. Een langere stop betekende ook meer aandacht voor de sponsors.

„Nou, dat bijtanken had vooral een andere reden. We wilden het gewicht omlaag brengen, zodat de auto’s beter gingen presteren. Dus als je wilde winnen begon je met minder benzine aan de race. Het was ook goed entertainment, dat is zeker waar.”

Als kind had Ecclestone al een instinct voor het snelle geld. Broodjes kopen bij de bakker voor anderhalve penny per stuk om ze vervolgens voor twee penny op het schoolplein te verpatsen. Toen zijn moeder hem vroeg of hijzelf wel goed at, antwoordde hij: „Nee, dat is mijn winst.”

Hij handelde in tweedehands motoren en deed zaken op de markt van Petticoat Lane, de beroemde straatmarkt in Londen. Daar scherpte hij zijn instinct voor het snelle geld aan. Kind van bescheiden ouders, opgegroeid in een arbeidersbuurt in Dartford bij Londen. Hij deed goede zaken met handel in motoren en onroerend goed en begon een eigen raceteam.

„Als kind was ik altijd aan het sjacheren. Alles wat ik nu heb, heb ik moeten verwerven. Ik heb van mijn familie nooit iets gehad dat mijn leven makkelijker maakte. Ik een harde onderhandelaar? Nee hoor, ik probeer gewoon eerlijke deals te sluiten. Ik hou niet van mislukkingen. Ik heb over de hele wereld gereisd, maar nog nooit iemand bedrogen. En de deal is voor mij belangrijker dan het geld.”

Zijn dochters Tamara (30) en Petra (26) hebben de opleiding van de straat gemist. Met de miljoenen uit het trustfonds ‘Bambino Holding’, waarin Ecclestone alvast een deel van zijn erfenis heeft gestopt, maken ze goede sier in de jetset. Geven kapitalen uit aan feestjes en onroerend goed. Het stoort hem niet, „want ze hebben allebei een eigen bedrijf. Het probleem is: als je eenmaal die reputatie hebt, kom je er niet meer zo makkelijk vanaf.”

Ecclestones deals zijn briljant, maar soms ook duister. Vorig jaar moest hij zich voor de Duitse rechter verantwoorden omdat hij smeergeld zou hebben betaald aan een Duitse bankier. Allemaal om te voorkomen dat de Britse fiscus meer over zijn transacties te weten zou komen. Hij kocht vervolging af.

Voor hoeveel precies?

„Honderd miljoen dollar.” Cynisch: „Ze hebben daar een heel verstandig systeem. En daar heb ik een bijdrage aan geleverd.” >>

>> Je zou kunnen zeggen dat het afkopen toch een soort bekentenis was...

„Je kunt zeggen wat je wilt. Als ik geld aan een liefdadigheidsinstelling geef, is dat ook een bekentenis.”

Waarom toch die geur van duistere zaken. U bent in de verhalen zelfs wel eens in verband gebracht met de grote treinroof.

„Ach, er zijn altijd verhalen. In die trein zat niet eens genoeg geld.”

Ecclestone werkt zeven dagen per week, vakantie vindt hij maar niks. Ontspannen doet hij het liefst op kantoor. Een gezinsleven? „Ik heb een vrouw die mij heel goed begrijpt. Ze vindt het fijn bij me te zijn. Zo werkt dat”. Zijn vrouw, het Braziliaanse fotomodel Fabiana Flosi met wie hij in 2012 trouwde is, is 46 jaar jonger. Over nòg een kind is hij duidelijk. „Nee! Ik heb kleinkinderen waar ik van hou en voor wie ik zorg.”

Hij heeft in zijn hoofdkwartier van zeven verdiepingen, voor een handvol miljoenen gekocht van de Saoedische wapenhandelaar Adnan Khashoggi, zijn eigen wereldje gecreëerd. Veel moderne kunst, een echte Picasso, een model van een Harley Davidson. „Ik verzamel kunst”, zegt hij trots. Hij wijst op een groot paneel met Christusfiguur en een fragment van een vrouw. „In Mexico gekocht.” En veel beelden van handen: handen aan het stuur, handen met een handgranaat, handen met handen. Uitgestald op een grote koffietafel met een grote doos bonbons.

Hij wordt bewonderd en gevreesd om zijn zakelijke instinct, zijn vermogen om controle te houden over een wereld van macht, intrige en grote belangen, zijn talent om de hebzucht van anderen te exploiteren. Maar hij is berucht om zijn provocerende uitspraken. Over de verdiensten van Hitler („kreeg dingen voor elkaar”), de dood van coureur Ayrton Senna („goede publiciteit voor Formule 1”). En over Poetin die hij bewondert. Ze zaten gebroederlijk naast elkaar op de tribune van de Grand Prix in Sotsji.

„Poetin heeft veel positieve ideeën en voert die ook uit. Kijk, Europa is een superdemocratie. Er zijn zoveel meningen dat het moeilijk is om iets voor elkaar te krijgen. Omdat er altijd meer mensen tegen zijn dan voor. Zo’n man als Poetin zou Europa moeten leiden.”

Wat voor man is hij?

„Ik kan heel goed met hem opschieten. Hij spreekt intussen goed Engels en is heel intelligent. Niemand begrijpt conflicten zo goed als hij, waarom ze er zijn. Het enige waar ik kritiek op heb is zijn pr.”

Europa heeft het maar moeilijk met hem. Is hier gebrek aan leiderschap?

„Ik kom zo nog in de problemen, u moet me hier niet intrekken. Ik denk dat er veel nadelen kleven aan democratie. Aan te veel democratie”.

Wie had hem aangekund? Thatcher?

„Ja! die was goed.”

Waarom bent u zo negatief over Europa? U heeft het over de Derde Wereld om er zaken te doen...

„Ik heb al heel lang geleden gezegd dat het stom was om de euro in te voeren. En dat de Europese Unie nooit goed zou werken. Hoe kun je nu dezelfde munteenheid hebben voor mensen uit het zuiden, die in de zon zitten en mensen in het noorden die aan het werk zijn. Ik vond het volkomen geschift en dat is de juiste conclusie gebleken. Kijk naar Griekenland en Italië.”

Uw premier David Cameron wil een referendum over de vraag of het Verenigd Koninkrijk in de Europese Unie moet blijven. Wat vindt u?

„We moeten eruit. Zeker weten.”

Ecclestone kijkt met gemengde gevoelens terug op het Grand-Prixseizoen 2014. „Ik was blij en teleurgesteld.” Zijn teleurstelling gold de dominantie van één team, Mercedes. „Het goede was dat uiteindelijk twee coureurs in dat team het tegen elkaar opnamen.” Ecclestone verwacht dat Mercedes ook dit jaar zal domineren met wereldkampioen Lewis Hamilton en Nico Rosberg, de tweede van vorig jaar. „Ze hebben een heel goede aandrijflijn gebouwd. De anderen zijn nog niet op gelijke hoogte.”

Maar 2014 was ook een jaar van financiële crisis waaraan nog geen einde is gekomen. Twee teams verschenen aan het slot niet meer op de grid. Financieel aan de grond. De noodlijdende teams van het achterveld beklaagden zich over de oneerlijke verdeling van de inkomsten.

Hij bestempelde de klagers al eerder als „bedelaars”. Je hand ophouden is niets voor Ecclestone, hoewel hij daags na het interview enkele teams te hulp schiet die problemen met hun cashflow hebben. „Ze hebben gewoon te veel geld uitgeven. Deze mensen waren ook in andere bedrijfstakken in de problemen gekomen. We betalen de teams ieder jaar 900 miljoen. Als ze dat anders willen verdelen dan nu, hebben wij daar geen problemen mee.”

Het meeste geld gaat naar Ferrari...

„Ferrari zit al in de racerij vanaf begin jaren vijftig. Dus hebben ze een grote bijdrage geleverd aan het succes van Formule 1. Als je de Rolling Stones wil hebben, moet je ook veel meer betalen dan voor andere groepen. We zitten in een entertainmentindustrie. En de mensen willen nu eenmaal Ferrari.”

Die financiële problemen zijn er niet voor niets. De nieuwe hybride turbomotoren zijn razend duur. De fans moeten er weinig van hebben. De discussie over het stille geluid is nog niet verstomd. Aan dat groene racen hangt wel een prijskaartje...

„Het is allemaal niet mijn keuze. De liefhebbers willen nu eenmaal een heel mannelijk geluid in de Formule 1. De vrouwen voorop. De power unit die we nu hebben is wel heel duur. Die zou je eigenlijk niet moeten gebruiken. Je gaat naar een balletdanseres kijken omdat ze op haar tenen kan staan. Maar dan moet je niet vragen of ze andere schoenen aan wil trekken.”

Heeft Formule 1 geen verantwoordelijkheid voor het milieu?

„Nee, wij zijn entertainers. Ik denk dat een gezin dat dure kaartjes koopt voor een race het niets kan schelen hoeveel liter brandstof de auto’s gebruiken. Ze komen voor het racen. Bovendien zijn de motoren al heel efficiënt. Laat ze vooral doorgaan met dat elektrische racen, maar dat is niet de toekomst.”

De fans vinden de races saai. Te veel technologie, te veel voorspelbaarheid

„Onzin. Neem voetbal. Je zit een hele wedstrijd uit en er wordt niet gescoord. Je kunt dan net zo min zeggen dat het saai is als in de racerij. Er vinden veel inhaalmanoeuvres plaats en de uitslagen zijn ook niet altijd hetzelfde. Voetbal is een heel >> >> eenvoudig spelletje. Het is makkelijk om je aan een club of een speler te hechten. Wij hebben maar twintig races per jaar. Dat is dus een ander verhaal.”

Ja, maar u heeft in het verleden al heel wat rigoureuze ideeën gelanceerd om er toch meer spanning in te brengen. Zoals sprinklerinstallaties voor nepregen.

„Regen zorgt altijd voor een goede race. Want je weet gewoon niet wat er zal gaan gebeuren.”

Wilt u die nepregen dan nog steeds invoeren?

„Nee. Maar ik ben blij als het regent.”

Hoe kun je een publiek van jongs af aan bij de sport betrekken? De fanschare vergrijst. U doet helemaal niets aan sociale media, zeggen uw critici ?

„Waarom kijkt een dertigjarige man naar de Formule 1? Simpel, mensen worden ouder en spelen dan met ander speelgoed. Het is niet nodig om de acht- en de tienjarigen te bereiken, want die kopen nog geen kaartjes voor een race. En ze kopen niks van onze sponsors. Ze zeggen dat ik naar de sociale media moet kijken en dat heb ik gedaan. En ik heb daar helemaal niets gezien waardoor mensen denken: ik moet naar een race gaan, of naar er op tv naar kijken.”

Er wordt intussen wel volop nagedacht over andere bolides die meer sensatie oproepen...

„Wij vinden dat de auto’s er agressiever moeten uitzien. Er zullen voor 2017 waarschijnlijk veranderingen in de voorschriften komen. We hebben vooral veel meer vermogen nodig. 1.000 pk-motoren [nu 750 pk]. Je kunt vandaag de dag auto’ s kopen met net zo veel vermogen als een Formule-1-wagen. Dat is helemaal verkeerd. Dus zet de huidige power units overboord en gooi er nieuwe motoren in.”

Toen u uw greep op de sport vergrootte, sneuvelde de Grand Prix van Zandvoort. Het racetheater in de duinen was te klein voor de wereldshow van Bernie Ecclestone...

„Zandvoort was een goed circuit. Je kon er heel goed racen. Maar commercieel was het geen succes.”

Circuits klagen over de fee die ze aan u moeten betalen. Je hoort bedragen van dertig miljoen dollar per race.

„Ze zijn niet verplicht te betalen! Als ze geen race willen, hoeven ze niet te betalen. Als iets te duur is, koop ik het niet. Simpel.”

U sluit steeds meer deals met autoritaire regimes in Azië en het Midden-Oosten die nog wel het geld hebben voor een Grand Prix.

„Vroeger waren we meer een Europees kampioenschap, nu willen we een echt wereldkampioenschap zijn. De landen waar we nu heen willen gebruiken ons om zichzelf in de kijker te zetten. We gaan in 2016 naar Azerbeidzjan. Ik had nog nooit van dat land gehoord. Wist u dat het een Europees land is?

„Door de Formule 1 weet iedereen nu waar Bahrein ligt. Misschien hebben Nederland, België en Frankrijk daar geen behoefte meer aan. We zullen proberen races te krijgen in landen die we tot nu toe hebben gemist. In Afrika, in de Amerika’s. En dan zullen we er in Europa wel weer een paar verliezen. En dat is waarschijnlijk beter ook. Betekent dat er daar per circuit meer wordt verdiend.”

Wat moet een 84-jarige met een miljardenfortuin. Geeft het macht?

„Als je een coureur bent, heb je succes als je wint. Zakenmensen moeten aan het einde van het jaar kijken wat ze hebben verdiend. Of ze het beter hebben gedaan dan het jaar daarvoor. Geld geeft je geen macht, maar vooral voldoening.”

Wat betekent luxe voor u?

„Ik heb een vliegtuig omdat ik daardoor veel meer kan doen op een dag. Ik heb een auto met chauffeur om naar het vliegtuig te rijden en als ik uit het vliegtuig stap, stap ik in een auto. Maar ik ben niet verliefd op auto’s.”

Heeft het leven u gebracht wat u wilde? Of ontbreekt er iets?

„Er is niets wat ik ooit heb gewild. Ik wil helemaal geen dingen. Ik ben over het geheel genomen gelukkig geweest. Ik heb nooit iets gedaan waarvoor ik me zou moeten schamen. Ik heb natuurlijk fouten gemaakt. Veel fouten zelfs.”

Welke?

„Daar ga ik niet op in. Ja, zonder jas naar buiten gaan als het regent. Ik leef van dag tot dag. En maak me geen zorgen meer over gisteren. Ik kan gisteren niet meer veranderen.”

Aan welke gebeurtenissen of coureurs bewaart u de beste herinneringen?

„Dat is allemaal geschiedenis. Niets of niemand in het bijzonder.”

Hoe gaat het met Michael Schumacher?

„Ik heb geen idee. En als ik het wist, zou ik het niet zeggen. Dat is privé.”

Hoe moet de wereld u straks herinneren?

„Dat kan me niet schelen. Als ik er niet meer ben, ben ik er niet meer.”

Denkt u wel eens aan de dood?

„Nee, nooit. Ik denk dat de meeste mensen het liefst een hartaanval krijgen. Dus dat ze niet weten dat ze doodgaan. Neem een vliegtuigongeluk. Het zijn niet de mensen die zijn doodgegaan die hebben geleden, het zijn de mensen die achterblijven. Je kunt beter medelijden met hén hebben.”

Maakt doodgaan deel uit van het spel in de Formule 1?

„Ja. Nou ja, we gaan allemaal dood.”

U was destijds opvallend afwezig bij de begrafenis van Ayrton Senna. Er waren tienduizenden Brazilianen op de been, het land was in diepe rouw, alle grote racehelden van toen droegen in afwisseling zijn kist, ook naar de kerk. Dat werd gezien als gebrek aan respect. Bij de begrafenis van uw ouders was u niet in de kapel.

„Mensen gebruiken kerken voor bruiloften en uitvaarten als het ze uitkomt. Je moet naar de kerk gaan als je denkt dat je dat moet doen. Ik doe niets aan het geloof. En ik hou niet van schijnheiligheid.”

Heeft u een opvolger? Het kan zo maar afgelopen zijn in het leven...

„Niet op dit moment. Maar als ik vandaag doodga, ben ik er zeker van dat er mensen in het bedrijf zijn die kunnen wat ik kan. Het is allemaal nonsens. Had Frank Sinatra een opvolger?” <<