Ze heffen natuurlijk niet zichzelf op

illustraties cyprian koscielnak

Democratische verworvenheden raken sleets. Binnenkort is er een stembusgang die qua populariteit laag scoort. Daar is in 2011 iets op gevonden: doen alsof het om nationale parlementsverkiezingen gaat. Regelmatig steekt het pleidooi voor afschaffing van de Eerste Kamer de kop op, om direct na de verkiezingen te verstommen. Argumenten voor afschaffing van die Eerste Kamer zijn er legio. De veelgeroemde chambre de réflection is enerzijds een lobbyclub door haar aristocratische samenstelling, anderzijds steeds meer een dubbelganger van het gekozen parlement. We zien de media zich in alle bochten wringen om provinciale politiek te ‘verlandelijken’ en we zien fractievoorzitters in de senaat zich voordoen als lijsttrekkers.

In zijn boek Tegen de verkiezingen spreekt David van Reybrouck over het ‘democratisch vermoeidheidssyndroom’. De titel lijkt op primitief anarchisme van de auteur te wijzen. Niets is minder waar. Hij voert een heftig pleidooi voor andere vormen van democratisch handelen, zoals lotingssystemen. Een geloot gezelschap is niet gebonden aan fractiediscipline en partijprogramma. Zo zou de Eerste Kamer voor de helft kunnen worden bevolkt door gelote burgers, om mee te beginnen (een variant op de Nationale Conventie uit 2006).

Ons bestel is resistent tegen veranderingen. Zij trekt zichzelf niet aan de haren uit het moeras. Bestuurslagen zullen nooit zichzelf opheffen. Bestuurders zijn net bankiers die zich bonussen blijven toe-eigenen.

Na 18 maart is het weer: business as usual. Tenzij een lage opkomst bijdraagt aan het gaande houden van dit debat. Daar valt wat aan te doen.