Poetin is alles wat de gewone Rus nog heeft

De Russische propagandamachine draait op volle toeren. En het volk steunt president Poetin in zijn leugenoffensief, schrijft Sana Valiulina.

illustratie Marian Kamensky/ Cagle

‘Met mildheid maakt een tsaar zich niet geliefd. Uitbuiting, doodstraf – dat werkt net zo goed”, zegt Boris Godoenov in het gelijknamige koningsdrama van Alexander Poesjkin. Alle Russische tsaren die zich aan deze huisregel hebben gehouden, werden gevreesd en geliefd door hun volk. Een tsaar die zo onverstandig was om de teugels te laten vieren, Alexander II bijvoorbeeld die in 1861 de lijfeigenschap afschafte, werd op weg naar zijn paleis opgeblazen. Na de dood van Stalin, de rode tsaar en een van de grootste kannibalen uit de geschiedenis, schreide het radeloze volk ten hemel. Zelfs mijn moeder, die toen al beter wist, pinkte een traantje weg.

In het relatief vreedzame Brezjnev-tijdperk bleef het spook van Stalin door het land waren. „Stalin zou hier meteen orde op zaken stellen”, was een gangbaar commentaar op alles wat niet deugde in het verrotte systeem. Rusland heeft het stalinisme nooit afgezworen. Collectieve boetedoening voor misdaden bleef uit. Zonder prikkeldraad tussen hen in waren de beulen en de slachtoffers van het Goelagregime niet meer van elkaar te onderscheiden.

Deze ongedefinieerdheid past bij de Russische ziel met zijn grenzeloosheid, zijn gepassioneerdheid en zijn haast apocalyptische gesteldheid – kenmerken die we zo bewonderen in de Russische literatuur maar die zich op het sociaal-politieke vlak, in hun afkeer van begrenzing, matigheid en discipline, transformeren tot nihilisme en extremisme. Daarom was een sociaal-democratisch model nooit populair in Rusland en zal het dat ook nooit worden. Te saai, te juridisch, te klemmend, te burgerlijk. In Rusland heeft het model van Sjigalev gezegevierd, een personage uit Demonen van Dostojevski. Sjigalev verdeelde de mensheid in twee ongelijke delen. Een tiende deel kreeg persoonlijke vrijheid en een onbeperkt beschikkingsrecht over de overige negentien delen. Deze laatsten moesten hun persoonlijkheid verliezen en een soort kudde worden, en middels onbeperkte gehoorzaamheid hun oorspronkelijke onschuld terugwinnen, terug naar het paradijs kortom, maar dan een paradijs waar ze hard moesten werken. Dit alles gebeurde door middel van herscholing van hele generaties.

Vanaf 1917, toen die demonen met de belofte van extreme vrijheid die uiteindelijk tot extreem despotisme zou leiden, het oude Rusland hadden opgeblazen, zijn er bijna vijf generaties herschoold, met de massaterreur van Stalin als hoogtepunt.

Hun nazaten, die één tiende dus, hebben het model van Sjigalev gemoderniseerd. Op dit moment zetten ze bij wijze van herscholingsmethode de zogenaamde politieke technologie in, oftewel de propagandamachine. Een recent voorbeeld is de moord op Boris Nemtsov. De oppositieleider zou vermoord zijn door een paar Tsjetsjenen, beweren de officiële media, maar het kan ook een westers complot zijn om de president in diskrediet te brengen.

Die vijf generaties zitten ruim boven de norm van Bertrand Russell. Volgens hem had je drie generaties nodig vóór een leugen als waarheid werd beschouwd. Zo gek is het dus niet dat de Russen hun president steunen in zijn leugenoffensief.

Maar waar komt dat verlangen naar de sterke arm vandaan?

„Hij slaat je dus hij houdt van je,” troosten Russische vrouwen zichzelf en elkaar na een pak slaag door hun man. Deze oeroude wijsheid is nog altijd springlevend in Rusland. Dus laten we er vooral niet lacherig over doen, want dit axioma komt ergens uit de diepste lagen van het bewustzijn van de Russen. Van oudsher wordt Rusland met een vrouw geassocieerd. Het woord Rossija is vrouwelijk, en wie kent de uitdrukking ‘moedertje Rusland’ niet? De schrijver Dmitri Merezjkovskij vergeleek Rusland eens met een vrouw die nooit een man had gehad. Ze werd alleen voortdurend verkracht: door de Tataren, de tsaren, de bolsjewieken. En nu is de beurt aan een man die onder Brezjnev in de spionagedienst tot de rang van de overste is opgeklommen.

In een recente reportage in een Russisch weekblad over een stad in het noorden van Rusland vertelden mensen over hun leven. Wegen vol kuilen en gaten, huizen die op instorten staan, geen waterleiding, geen gas. Er werd uitbundig gescholden op de plaatselijke machthebbers, allemaal corrupt tuig, maar zodra de naam van de president viel, veranderde de toon. Hij was goed want hij had de Krim aan hen teruggegeven, en daarmee hun trots. Gingen ze dan nu naar de Krim? Nee, dat niet, ze gingen liever naar Praag, maar de Krim was nu van ons, en daar ging het om. In een klap heeft de overste alle existentiële problemen van zijn volk opgelost.

De oorlog in Oost-Oekraïne heeft zich intussen naar Rusland verplaatst, in de hoofden van de mensen. Rusland moet weer tegen fascisten vechten, Rusland is het slachtoffer van het wereldcomplot, de westerse vijanden willen Rusland op de knieën krijgen. De enige die hen kan beschermen is de overste die onvervangbaar is verklaard. En de economie die in rap tempo achteruit gaat? Ach, het is oorlog, we moeten lijden en dan is er nog dat andere gezegde dat ons op het been houdt, namelijk ‘hoe slechter hoe beter.’

Na vijf generaties herscholing is het lastig, zo niet onmogelijk, voor die overgrote meerderheid om een causaal verband te leggen tussen de eigen werkelijkheid en de man die nu als God boven hen zweeft. Bovendien is het dagelijkse leven in het tot op het bot corrupte Rusland zo’n uitputtingsslag dat er simpelweg geen energie overblijft voor een geestelijke inspanning.

De vraag is trouwens hoe betrouwbaar al die ratings zijn. De enquêtering vindt dikwijls telefonisch plaats. Als iemand uit Rjazan of Krasnodar een telefoontje krijgt met de vraag of hij voor of tegen het beleid van de president is, zullen de meesten toch ‘voor’ zeggen. Uit achterdocht en angst – misschien is het wel de geheime politie – of conformisme.

Hoe dan ook, die massale volgzaamheid blijft een raadsel. Maar waar de ratio zwijgt, spreekt de ziel. In dit geval het onverwoestbare geloof van de Russen in een goede tsaar. Toen Amerika nog niet de duivel was, hebben de bewoners van een dorp nabij Sint-Petersburg eens een brief gestuurd naar de goede tsaar Obama waarin ze hem verzochten om een waterleiding aan te leggen. Want de plaatselijke ambtenaren vertikten het.

De overste vervult de rol van tsaar met verve. Af en toe geeft hij een pak slaag, maar ja, hij slaat, dus hij houdt van me. Want iemand móet van ze houden in dit schrikbarende land waar alle mededogen en liefde zijn weg geëvolueerd.

De tsaar is het enige dat de gewone Rus nog heeft, beroofd van zijn geheugen, geschiedenis, identiteit. De tsaar is zijn waardigheid en zijn hoop die samen met hem als laatste zal sterven.