Onze Max

Het hart van elke Nederlander die van racen houdt, gaat dit weekend sneller kloppen. Want zondag stapt Max Verstappen, met zijn zeventien jaar de jongste Formule 1-coureur ooit, in Melbourne in zijn bolide voor zijn eerste officiële race in de koningsklasse van de autosport. Of hij zenuwachtig is? „Ik stap gewoon in, je moet het allemaal niet moeilijker maken dan het is”, zegt de jonge Verstappen. Het typeert de snelle snaak. Geen kapsones. Een Hollandse jongen zoals wij die graag zien. „Hij blijft altijd helemaal zichzelf”, zegt Jos, zijn vader én zijn belangrijkste coach. Onze Max doet niet moeilijk.

Maar de jonge Max Verstappen komt terecht in een sport die een stevige identiteitscrisis doormaakt. Formule 1 mag van zichzelf graag zeggen dat het na de Olympische Spelen en het WK voetbal het derde evenement ter wereld is, het blijft een reus op lemen voeten.

Een substantieel deel van de inkomsten gaat naar aandeelhouders CVC Capital en de multimiljardair Bernie Ecclestone, veel teams verkeren in grote geldzorgen, er is ruzie tussen de teams over de verdeling van de inkomsten, de supporters vergrijzen. Dat de 84-jarige Ecclestone nog steeds de touwtjes in handen heeft, zegt alles over de broodnodige vernieuwing van de sport.

Wie even een inkijkje bij Ecclestone wil nemen moet vooral het interview lezen dat onze verslaggever met hem had in zijn Londense optrekje. Vriend van Poetin (en van het Duitse gerecht waarmee hij een schikking van honderd miljoen dollar trof), bewonderaar van Thatcher, bestrijder van de euro („ik vond het volkomen geschift”) en van de EU („we moeten eruit, zeker weten”) en alleenheersende tsaar van de Formule 1.

Max Verstappen komt binnen in de grote wereld die Ecclestone heeft geschapen. Je kan maar hopen dat die wereld hem niet vermorzelt.

O ja: wat zijn de ambities van Max Verstappen in die wereld? „Wereldkampioen worden. Daarom is het allemaal begonnen.” Maar nu zondag wil hij vooral de race uitrijden. Verstappen is nog lang niet het uithangbord van de Formule 1, maar zo te horen wél al van hoe Nederland zichzelf graag ziet: nuchter en zakelijk, maar met een grote ambitie om de wereld te veroveren.