Onderwijsvernieuwers sloopten de universiteit

Eerst verknoeiden de regering, ambtenaren en hun adviseurs de basisschool, toen de middelbare school. En nu is de universiteit aan de beurt. Studenten moeten zich dan tot de regering wenden – niet tot het college van bestuur, zo stelt Vincent Icke.

De rampspoed aan de universiteiten treft alle vakken, niet alleen de talen. De oorsprong daarvan ligt dieper dan „schraal middelbaar onderwijs” (NRC, 7 maart). Want eerst is de basisschool verknoeid. Door bemoeienis van het Freudenthal Instituut is rekenen vervangen door raadseltjes, vaak slecht geformuleerd – een ramp voor de wiskunde, waar juist alles in het werk wordt gesteld om dubbelzinnigheid uit te sluiten. Op andere vakgebieden worden mechanismen vervangen door verhalen, feiten door meningen.

Vervolgens is het middelbaar onderwijs uitgehold. Het aanbod is verschraald, verplichtingen verschrompeld, vakken vervangen door pretpakketten (dus vakdocenten eruit). Klassieke talen, Frans en echte wis- en natuurkunde verpieterd of afgeschaft als examenvak. Alles opgeknipt en glanzend herverpakt door de dominante uitgeverijen, zoals de derivaten van de dominante banken ons aan de rand van de afgrond brachten. De natuurkunde is versnipperd tot een vormloze wolk van weetjes en invulvakjes. Alles in dienst van politieke wensenlijstjes, die pestilentie van oppervlakkige en opportunistische maatschappelijkheid. Geneuzel over ‘groene’ energie, waardoor de echte fysica van energie in het gedrang komt.

Ten slotte zijn de onderwijsvernieuwers aan de universiteit toegekomen. Wie dat niet had voorzien, heeft zitten slapen. In onze faculteit besteden wij al jaren een fors deel van het onderwijs aan het aanleren van zaken die studenten allang hadden moeten weten en kunnen. In tegenstelling tot het basis- en voortgezet onderwijs kunnen wij dat tekort niet verder doorgeven, want the buck stops here.

Veel erger nog dan de aantasting van hun kennis en kunde is de ondermijning van hun motivatie en verwachtingen. If you’re so smart, why aren’t you rich? Dat is bijna niet te herstellen in een maatschappij waar sprinkhanenfondsen de echte bedrijven kaalvreten tot ze omvallen, opdat hun bazen bonussen krijgen. Allicht dat studenten liever rich zijn dan smart, als hun regering geen wetten maakt tegen plunderaars en dramt over ‘valorisatie’.

Rendement en resultaat zijn nodig en nuttig. En al bestaat de ‘eeuwige student’ nauwelijks nog, het kan soms best iets pittiger met ‘opschieten-of-wegwezen’. Zolang je maar niet denkt dat het daarbij alleen gaat om geld of andere meetbare grootheden. Beleidsmakers worden voortgejaagd door hun illusie van de maakbaarheid en meetbaarheid van academische productie. Zij geloven maar al te graag dat citatie-indices meer meten dan de achterklap van de mutual admiration society.

Niet alleen de letteren verschrompelen in het dorre cultuurklimaat. Wetenschap is wetenschap – of het nu gaat om de geschiedenis van het middel-Nederlands of die van het heelal. In onze taal kennen wij het onderscheid tussen science en humanities niet. Men herleze professor Hendrik Casimirs briljante opstel over het verschil tussen jam en marmelade.

De kaalslag treft ook de bètastudies, in het bijzonder het bètaonderzoek. Onlangs schreef professor Robbert Dijkgraaf een mooie column in deze krant: ‘De vloek van het toepasbare’. Omdat natuurkunde kan worden toegepast, moet het. Het spontane proces, dat de mensheid zoveel moois en nuttigs heeft gebracht, wordt geweld aangedaan. Alsof een boom sneller gaat groeien als je aan de blaadjes rukt.

Beleidsmakers knoeien met zaken waar ze nauwelijks verstand van hebben, zoals onderwijs en wetenschap. Doen daarmee experimenten die ze met de verkeersleiding van Schiphol nooit zouden aandurven. Daar protesteren academici al heel lang tegen, maar de vis van politici wordt verpakt in de ongelezen columns van de wetenschapsbijlagen. Paar citaten uit eigen werk: „Hoe het komt dat er mensen zijn die denken dat onderzoek naar iets volslagen onbekends volgens plan kan verlopen, is mij een eeuwig raadsel” (1992). „Leerlingen hebben op hun gigantische scholencomplexen één ding aan den lijve ondervonden: dat ouders liever een week extra Benidorm in hun zak hebben dan een extra docent voor de klas” (1997). „Nut-nut-nut is het geluid van het machinegeweer waarmee men zich in de eigen voeten schiet” (2010).

Protesten zoals nu in het Maagdenhuis kiezen het verkeerde doelwit en gebruiken onnozele middelen. Je moet niet het college van bestuur hebben, maar de regering, de ambtenaren en hun adviseurs. De colleges van bestuur zijn tegen wil en dank allang ingezet als doorgeefluikjes voor politieke richtlijnen.

Studenten moeten niet bezetten, maar naar een punt aan de horizon koersen. Dat punt moeten ze doelbewust, inhoudelijk, en vooral langdurig vasthouden – vooral tegenover de echte beslissers. Daar haal je het journaal niet mee, maar als rede en volharding niet werken, werkt niets.

If it ain’t broke, don’t fix it. Er hoeft helemaal niet zoveel vernieuwd te worden. De bikkelharde internationale concurrentie (vooral in de bèta-vakken) heeft de oudbakken korsten van ‘niets doen, maar zeer lang achtereen’ radicaal afgeschraapt. Kansen, ja, die moeten eerst en vooral worden vernieuwd. Dan wordt het vanzelfsprekend dat de dochter van de stratenmaker in de collegebanken naast de zoon van de dominee zit.

‘Bezet’ staat op de deur van de wc – en hoort niet op de poort naar Academia.