Moeten we straks naar de maan om onze metaalhonger te stillen?

Er hangt een voortdurende dreiging in het boek Rare van de Amerikaanse chemicus Keith Veronese. China is de wereldmarkt voor zeldzame aardmetalen gaan domineren en heeft er nu 95 procent van in handen! Leidt dit tot internationale conflicten? Valt onder deze drukkende afhankelijkheid uit te komen?

De zeldzame aardmetalen vormen een groep van 17 scheikundige elementen die de laatste drie decennia hun weg naar de moderne samenleving hebben gevonden. Erbium zit als een flinterdun laagje om glasvezelkabels. Het rood van lcd-schermen komt van europium (een verbinding met fosfor). Neodymium zit in harde schijven, batterijen van elektrische auto’s, koptelefoons.

Wat Saoedi-Arabië is voor de olie, is China nu voor de zeldzame aardmetalen. Met als belangrijkste ertsbron het Bayan Obo Mining District, een autonome regio in Binnen-Mongolië. Met de daar aanwezige rijkdommen kan China de markt nog decennialang in zijn greep houden, aldus Veronese. Logisch dus dat Rare veel over geopolitiek gaat.

Maar daar tussendoor weeft hij met soepele pen ook veel toegankelijke chemie, natuurkunde, geologie. Dat maakt het boek afwisselend en extra onderhoudend.

Een van de belangrijkste inzichten is dat de zeldzame aardmetalen helemaal niet zeldzaam zijn. Elementen als lanthaan, ytterbium en holmium komen in de aardkorst net zo veel voor als nikkel, koper of zink. Verschil is dat ze veel minder geconcentreerd aanwezig zijn – „een grammetje hier, een milligrammetje daar” – en lastig te scheiden.

Verwarrend is dat Veronese in zijn boek ook metalen behandelt die niet tot de groep van ‘de zeldzamen’ horen, maar op dit moment wel schaars zijn. Zoals tantaal, niobium, osmium. Hij staat ook stil bij de groep van de radioactieve actiniden, zoals uranium en thorium. De laatste is een mogelijke bron voor een nieuw type kernreactor. Kortom, het is niet altijd duidelijk op welke elementen de auteur precies doelt met ‘zeldzame metalen’.

De laatste helft van het boek gaat hoofdzakelijk over mogelijke alternatieven voor al deze zeldzame, dan wel schaarse metalen. Is recycling van afgedankte apparatuur een optie? Veronese ziet er weinig in – te bewerkelijk, te duur. En passant schetst hij de ‘achterkant’ van de westerse consumptiedrift: garbage ports in Ghana, Vietnam, de Filippijnen, waar het afval zich huizenhoog opstapelt en waar mensen in erbarmelijke omstandigheden zoeken naar flintertjes verkoopbare metalen.

Zo gaat Veronese verder. Gaan Amerikaanse mijnbedrijven de net ontdekte rijke bronnen (goud, ijzer, zeldzame aardmetalen, edelstenen) in Afghanistan winnen? En zou mijnbouw de Afghaanse samenleving meer brengen dan het verbouwen van papaver?

Gaat Denemarken, met in het kielzog Europa, op Groenland exploreren, dat ook rijk blijkt aan bodemschatten? Of gaat de mens diepe oceaanbodems mijnen? De eerste experimenten lopen.

Zo komt Veronese uiteindelijk buiten de aarde terecht. Moeten we straks naar de maan om onze metaalhonger te stillen? Of nog verder de ruimte in? Worden we astrominers?

Dat kan weer nieuwe conflicten uitlokken, denkt Veronese. Nu is de ruimte nog van niemand. Maar blijft dat zo?

Videospelletjesmagnaat Richard Garriot heeft al de Russische maanlander Lunokhod 2 en zijn landinggestel Luna 21 gekocht, die beide op de maan staan. Heeft Garriot daarmee ook recht op het stuk maanbodem waarop ze staan?

Erg optimistisch is Veronese niet. Gezien de reusachtige kosten en de risico’s van ruimtemijnbouw hoeven we weinig generositeit van de uitvoerende bedrijven of overheden te verwachten. Dat is „dwaasheid”.