Mijn gedwongen prepensioen heeft rust gebracht

„Waarom introduceren bedrijven niet een modern gildewezen? Dan begeleidt een meester een gezel. Daar is niks mee.” Foto Gijsbert van Es

„Ik ben een slachtoffer van de bankencrisis. Ja, dat kan ik wel zeggen. Na het faillissement van Lehman Brothers, in de nazomer van 2008, ging het snel bergafwaarts met mijn werkzame bestaan.

„Bij een grote uitgeverij was ik toen hoofdredacteur van een vakblad over arbeidsomstandigheden. Een uitdagende klus – er moest een website komen, ik moest congressen ontwikkelen. Binnen anderhalf jaar was duidelijk dat hiervoor toen geen markt was.

„In 2010 werd ik ontslagen. Ik vond dat niet eens zo vreselijk. Had ruim dertig jaar als journalist gewerkt, kreeg een aardige vertrekpremie mee. Ik dacht: ik loop tegen de zestig, ik heb de leeftijd bereikt waarop ik mijn ervaring kan overdragen op jonge mensen. In het begin liep het vrij soepel. Bij de journalistenopleiding van de Fontys Hogeschool in Tilburg verving ik een zieke docent. Ik kwam al een jaar of tien op die school, als gecommitteerde bij examens. Die wereld was me dus niet vreemd.

„Er was toen ook een vacature bij die opleiding. Ik solliciteerde. Ik had goede hoop dat ik de baan zou krijgen. Ik verheugde me erop dat ik nog een jaar zes, zeven met journalisten in opleiding zou kunnen werken. Dat ik mijn enthousiasme voor het vak aan hen kwijt zou kunnen en tegelijk ook van hen zou kunnen leren. Omgaan met jonge mensen houdt je jong.

„Maar ik kreeg de baan niet. Dat vond ik zeer teleurstellend.Nee, het lag niet aan mijn ervaring en kwaliteiten, kreeg ik te horen. Ik was te oud. En ik had geen universitaire titel. Mijn beroepservaring speelde dus geen enkele rol.

„Gedurende een jaar of twee, drie heb ik me toen gestort in netwerken: eindeloos veel kopjes koffie gedronken met directeuren van uitgeverijen, uitgevers en communicatiemeneren en -mevrouwen. De blaren op m’n tong gepraat. Het waren hele fijne gesprekken. Een en al vriendelijkheid en erkenning voor mijn kwaliteiten, m’n ervaring, m’n betrokkenheid. ‘Zodra we iets hebben, nemen we direct contact met u op; gaat vast lukken.’ En daarna hoorde ik er zelden nog iets van.

„Ik heb erover nagedacht: waarom wekten mensen die verwachtingen bij mij? Waarom zeiden ze niet gewoon eerlijk: ‘Nee, we hebben niks voor je, helaas.’ ze wilden vast aardig zijn, denk ik. En misschien wilden ze de situatie bij hun bedrijf gunstiger voorstellen dan die werkelijk was.

„Het draait in zo’n gesprek uiteindelijk om twee woorden: verfraaiing en zelfverfraaiing. Iedereen zit het allemaal mooier voor te stellen dan het in werkelijkheid is. Al die ideeën die je hebt, al die kansen die je ziet - ze leidden tot niks.

„Ik heb me in die tijd echt weggezet, afgedankt gevoeld. Het was alsof ik plotseling was beland in een vreemde stad, waar ik helemaal niet wilde zijn. Ik kende daar de weg niet en wilde er zo snel mogelijk weg.

„Natuurlijk, ik was niet de enige bijna-zestiger die zich uitgerangeerd, gemarginaliseerd voelde. Regelmatig kwam ik iemand tegen die z’n energie en vakkennis nergens meer kwijt kon. Een hele laag van ervaren mensen op de arbeidsmarkt is op deze manier weggesneden.

„Het is zo tegenstrijdig: aan de ene kant verhoogt de overheid de pensioenleeftijd, aan de andere kant wordt een generatie vroegtijdig afgedankt omdat die te oud en te duur zou zijn. Waarom in bedrijven niet een modern gildewezen introduceren: een meester begeleidt een gezel, leert hem of haar de kneepjes van het vak? Niks mis mee.

„Van alles heb ik gedaan om aan werk te komen. Vast dienstverband was onmogelijk. Freelance-klussen? Moest ik concurreren met jongelui die uurtarieven berekenden van 20, 30 euro.

„Het meeste plezier heb ik beleefd aan een webmagazine over boeddhisme, dat ik samen met onderzoeker en publicist Rob Hogendoorn had opgezet. Hij staat kritisch tegenover de vercommercialisering van het boeddhisme in de Westerse cultuur. Nee, boeddhisme was niet direct mijn eigen bezigheid – warme stenen in m’n nek en zo, da’s niks voor mij.

„Ik vond het boeddhisme een mooie casus om de onderzoeksjournalistiek opnieuw uit te vinden. We ontwikkelden een journalistieke methode, analyseerden thema’s als cultuur, ideologie, geld, lust, macht. We schreven over de totstandkoming van een boeddhistische publieke omroep, een universitaire opleiding voor een ‘buddhist chaplain’, vastgoedplannen van boeddhistische organisaties.

Werkte dit systeem voor onderzoek naar boeddhisme, dan zouden we later op die manier ook andere onderwerpen bij de kop kunnen vatten. We maakten mooie, spannende verhalen. Maar het lukte niet de gevestigde media hiervoor te interesseren. We kregen ze niet gepubliceerd in kranten, bladen of bij omroepen.

„Inmiddels was ik de zestig gepasseerd. Dat vond ik wel een moment. Ik begon te beseffen: betaald werk vinden lukt niet meer, maar is ook niet zaligmakend. Mijn vrouw werkt, de kinderen drukken niet meer op onze portemonnee.

„En, wat ik niet wist: je hoeft niet tot je 65-ste, of nog langer, te wachten om in aanmerking te komen voor pensioen. Sinds 1 februari ben ik, weliswaar gedwongen, met prepensioen, en dat geeft rust.

„Ik heb een historisch onderzoek opgepakt waaraan ik in 2010 was begonnen, over eugenetica in de eerste helft van de vorige eeuw, toegespitst op nazi-Duitsland. Een verschrikkelijk verhaal over gedwongen sterilisatie, dat verteld en geschreven móet worden, vind ik. Zonder tijdsdruk, zonder de drang er geld aan te verdienen. Het heeft me jaren gekost, maar ik heb er vrede mee - eindelijk.”