Column

Ons consumptiepatroon is opvallend grillig

Het gaat spectaculair goed met onze economie en dat is te danken aan het kabinet! Nee, nee, het gaat een beetje beter met de economie, en dat is ondanks dit kabinet. Zonder dit kabinet was het ons een stuk beter vergaan!

Het is campagnetijd en dan valt altijd op hoe politici economische cijfers gebruiken voor eigen gewin. De hogere groei die het Centraal Planbureau vorige week voorspelde, werd direct gebruikt in de verkiezingsdebatten.

Die uitspraken blinken uit in ongepaste stelligheid. Voorspellingen van het Planbureau zijn uiterst onzeker. Daarbij is het lastig om een verband te leggen tussen kabinetsbeleid en groei. Het duurt zo jaren voordat alles uit het regeerakkoord door de Eerste en Tweede Kamer heen is. Je moet dus precies weten wanneer het beleid echt gevoeld wordt. Hoe dat uitpakt voor de economie? Lastig te bepalen. Er is zoveel wat de groei ook beïnvloedt: nu bijvoorbeeld de lage olieprijs en de lage koers van de euro. Dus of het kabinet goed is voor de economie en of een ander kabinet beter was geweest, ik zou me er niet aan willen wagen.

Betekent dit dat er niks te zeggen valt over beleid en economische groei? Nee. Het CPB en De Nederlandsche Bank hebben de afgelopen weken luid gewezen op specifiek Nederlands beleid dat slecht is voor de economie: beleid rond huizen, pensioenen en hypotheken.

Wat constateren ze? Dat Nederland bovengemiddeld last heeft gehad van de crisis. De groei is beweeglijker dan in andere Europese landen. We hebben hogere pieken en diepere dalen. Die beweeglijkheid wordt veroorzaakt door een grillig consumptiepatroon. Of het nou gaat om meubels, transport of horeca: als het goed gaat, consumeren we snel meer, als het slecht gaat snel minder. Dat was voor de crisis al zo. Die grilligheid maakt het voor bedrijven lastig ondernemen. De welvaart neemt toe als we minder heen en weer stuiteren, denkt het CPB. Stabiliteit heeft waarde.

Waarom zijn we zo veranderlijk in onze consumptiedrift? Korte samenvatting: wij Nederlanders zijn vermogend, maar ons geld zit vast in huizen en pensioenen. Waarom? Juist, door beleid van de overheid. De overheid stimuleert ons al decennia vermogen op te bouwen via pensioenen en huizen. Om dat te doen, lenen we eerst veel: de hypotheekschuld is óók relatief hoog. Dat beleid maakt ons tijdens recessies wat armer en tijdens bloei wat rijker.

Voorbeeld. Nederland kent een immense verplichte spaarpot: de pensioenfondsen. Als de economie goed draait, zijn de pensioenpremies doorgaans laag. Als de economie slecht draait, gaan ze omhoog. Pro-cyclisch beleid noemen economen dat. Dat zorgt ervoor dat we privé minder sparen, en dus minder goed inkomensschokken kunnen opvangen. Gemiddeld spaarden Duitse huishoudens de afgelopen 15 jaar 7,5 procent van hun inkomen, Belgische 9,5 procent. Nederlandse huishoudens zitten op 0,7 procent per jaar. Tegenvallers moet wij dus opvangen door minder te consumeren. Dit kabinet heeft dit beleid afgezwakt: de hypotheekrenteaftrek is beperkt, pensioen opbouwen minder aantrekkelijk. Maar DNB en CPB vinden een fundamentelere discussie nodig. Moeten we niet minder collectief sparen via pensioenfondsen, ons vermogen minder opbouwen via huizen en hoge schulden? Is aflossen wel slim? Geld dat vastzit in stenen, maakt ons kwetsbaar.

Deze analyse stelt politici voor lastige keuzes. Dit verander je niet zomaar. Maar dat we hier iets raars hebben geconstrueerd met onaangename effecten op de economie, staat vast. Daar hoor je in de debatten zelden een politicus over.