Klik-klak-klaar

Sinds 2001 gingen zo’n drieduizend Nederlandse vrouwen gratis uit de kleren voor de Foxy. Maar het is 2015 en het wordt steeds moeilijker een blootblad overeind te houden. Zelfs als de modellen je niets kosten.

1

Je hebt met Henk Veltman te doen, zoals hij daar tussen de zilverkleurige gordijntjes staat, zijn hand in zijn onderrug. Hij knijpt zijn ogen samen en zegt: „Dit ga ik nog wel een paar dagen voelen.” Henk, 65, is nooit geopereerd aan zijn hernia. Hij kreeg de klachten weg door het een tijd rustig aan te doen – maar drie dagen achter elkaar foto’s maken van blote borsten, dat is niet hetzelfde als rustig aan doen.

Het is zondagmiddag, begin februari. Voor de Jaarbeurs in Utrecht ligt de sneeuw langs de kant van de weg. Binnen is het broeierig warm, en alles is er zwart en rood. Het is de derde en laatste dag van de Kamasutrabeurs, die eens in het half jaar gehouden wordt. Er zijn stands met seksspeeltjes en stripacts, maar je kunt er ook een pruik kopen of je tanden laten bleken voor 65 euro. Pharrells ‘Happy’ klinkt.

En Foxy staat er met een eigen stand, waar bezoekers zich naakt kunnen laten fotograferen voor in het blootblad, dat sinds 2001 bestaat en eens in de zes weken verschijnt. Van de tachtig pagina’s gaat bijna de helft op aan de beursfoto’s; de rest wordt onder meer gevuld met een of twee ‘themaverhalen’ (‘de sekstrends van 2015’), lijstjes (‘tien bizarre sexrecords!’) en een enkele aangekochte professionele fotoshoot.

Het blad kende hoogtijdagen aan het einde van het vorige decennium, maar loopt nu op z’n laatste benen. De oplage daalde van 80.000 vijf jaar geleden naar 25.000 nu, waarvan ongeveer de helft verkocht wordt. Adverteerders lopen weg of betalen veel minder dan vijf jaar geleden. Er is een goede kans dat Foxy er volgend jaar niet meer is.

Maar hier, op de beurs, is Foxy springlevend. Lezers mogen dan afhaken, de aanwas van amateurmodellen stokt niet. Jong en oud, dik en dun: iedereen die wil, komt in het blad. En er willen er heel wat.

Erotische foto’s maken van Kamasutrabeurs-bezoekers. Foxy-oprichter Peter J. Muller, inmiddels 68, kwam op het idee in 2002, toen het blad net een paar maanden bestond. „Ik dacht: verrek, als we daar nou een studio neerzetten, en we gaan daar mensen fotograferen, dan heb ik iets unieks.”

Uit angst dat niemand het zou doen huurde hij die eerste keer een goochelaar in, om de studio op te vullen, maar het duurde niet lang voordat bezoekers zich daadwerkelijk aanmeldden. Inmiddels hebben zo’n drieduizend vrouwen gratis naakt geposeerd voor de Foxy. Elke editie zijn er vier fotografen die drie dagen lang vrijwel onafgebroken aan het werk zijn. Bij de organisatie van de Kamasutrabeurs dwong Muller af dat de Foxy als enige blad zo’n stand mocht hebben. Hij mocht er zelfs gratis staan. „Wij werden een belangrijke publiekstrekker. Zij zagen dat in. Sindsdien zijn die foto’s de pijler onder het blad geworden. Het is volstrekt uniek in de hele wereld.”

Na een korte pauze: „Dus ik snap niet dat we er zo weinig van verkopen.”

2

„Ik heb er al vier gedaan vandaag”, zegt Henk. „Vier shoots.” Hij is gaan zitten op een van de zwarte stoeltjes in het deels afgeschermde gedeelte van de Foxy-stand. „Soms moet je tussendoor even opladen. Dan denk je: heb ik dit of dat standje nou al voorgesteld, of was dat bij de vorige?”

Links zijn twee kleine cabines voor fotoshoots met een gordijntje ervoor. Tegen de achterwand staat een aantal Macs, waar de foto’s op ingeladen worden. Het is rond een uur of vier ’s middags op de derde beursdag en er staan inmiddels zo’n 4.700 foto’s op. De fotografen maken per shoot zo’n 60 foto’s.

Dit is hoe het werkt. Als je binnenkomt bij de Kamasutrabeurs, is de Foxy-stand een van de eerste die je tegenkomt. Drie ‘promomeisjes’ delen goodiebags uit aan bezoekers. Af en toe komt het tot een gesprekje: zou je op de foto willen? De spelregels worden uitgelegd: er moet sowieso een vrouw meedoen en ze moet minimaal topless.

Geïnteresseerden vullen twee A4’tjes in. Het witte blaadje is een contract: ze verklaren minimaal achttien te zijn en gaan ermee akkoord dat Foxy de foto’s afdrukt. Het gele blaadje is een mini-interview, bedoeld om de foto’s van wat context te voorzien. Waar kom je vandaan? Wat voor werk doe je? Wat zijn behalve seks je hobby’s?

Tegen de tijd dat beide formulieren zijn ingevuld, heeft een van de fotografen al contact gelegd. De mannen beginnen een beetje te flirten met hun aanstaande modellen. Ze raken een schouder aan, maken een grapje. Ze vragen: ben je er klaar voor?

Een shoot duurt tussen de tien en de veertig minuten, sterk afhankelijk van wat er gebeurt.

En er is nog één belangrijke factor: of ze voor of achter gaan. Achter, dat zijn die hokjes met zilverkleurige gordijnen. Maar voor, dat is voor het oog van alle langslopende bezoekers. Op een felgroen kleed staan twee rieten stoelen, naast een enorme pluchen tijger en onder een groot bord met ‘Foxy fotoshoot’.

Alles wordt gecoördineerd door Patricia Williams. Patricia is 33, blond, aantrekkelijk, en heeft als enige Foxy-dame gewoon een spijkerbroek aan. Ze is het type vrouw dat elk gesprek flirterig kan maken; vraag haar hoe oud ze is, en ze vraagt speels: „Hoe oud denk je dat ik ben?”

‘Patries’ wordt de hele dag geknuffeld en opgetild door de mannen. Ze draaien het scherm van hun camera naar haar toe en laten trots hun foto’s zien: „Dat water zo op die tepel, dat heeft wel wat, vind ik.”

Acht jaar al zijn ze nu al samen. Buiten de beurzen om zien ze elkaar niet, maar elk half jaar zijn ze drie dagen lang een familie. En als ze deze zondagavond na achten de stand weer afbreken, hebben ze 105 shoots om in te leveren bij de man die het blad dertien jaar geleden oprichtte om zichzelf een pensioen te verschaffen.

3

Als Peter J. Muller koffie zet, zingt hij zachtjes in zichzelf. Het is de vrijdag na de beurs, in zijn huis in de Amsterdamse Rivierenbuurt. In de gang hangen ingelijste covers van bladen die hij ooit maakte of wilde maken, waaronder Beatbox, het popblaadje waarmee Mullers carrière op negentienjarige leeftijd begon.

Hij heeft een poes op leeftijd, Poekie. Ze is zwart, tenger, en heeft nog altijd een glanzende vacht. „Ik woon samen met een negentienjarige schoonheid, zeg ik weleens. Dan zie je mensen denken: die oude viezerik.”

De foto’s van de beurs heeft hij nog niet gezien. De gele formulieren met de interviews zitten wel al netjes in een multomap.

Hij noemt zichzelf een bladenmaker. In de vijftig jaar sinds Beatbox heeft hij zo’n 25 bladen opgericht of geleid. Na het oprichten van jongerentijdschrift Hitweek kon hij eind jaren zestig bij het Algemeen Dagblad aan de slag, maar juist in die dagen ontdekte hij dat er veel geld te verdienen was met pornoblaadjes. Hij had een partij Amerikaanse magazines opgekocht en met flinke winst doorverkocht. Toen Chick, het eerste pornoblad van Nederland, vervolgens verscheen, dacht Muller: dat kan ik ook. Hij begon in 1968 met Candy, eerst nog als illegale uitgave. Een uitspraak van de Hoge Raad – het ‘Chick-arrest’ – bepaalde in 1970 dat pornografie voortaan legaal was in Nederland.

De Candy werd een geweldig succes. Op het hoogtepunt verkocht Muller alle 130.000 exemplaren van het maandblad. Hij werd miljonair en wist van gekkigheid niet meer wat hij met z’n geld moest doen. Halverwege de jaren zeventig kwam de terugval: hij had inmiddels een vrouw, een kind en meerdere minnaressen. Toen zijn vrouw hem daarom verliet, stortte hij in.

Hij stootte de Candy af en begon, toen hij weer een beetje op zijn benen kon staan, met Weekend. Met dat roddelblad wilde hij zichzelf uit het pornohokje halen. Hij probeerde – tevergeefs – zijn huwelijk te redden door zijn schoonmoeder een kookrubriek te geven.

Meerdere bladenavonturen volgden, met wisselend succes, van Aktueel tot Internet Hotspots. Tussendoor was er ook nog het experiment met De Nieuwe, een De Speld avant la lettre, met verzonnen nieuws. Het verkocht nauwelijks. „Nederlanders zijn te hoogopgeleid”, zegt Muller. „Die namen dat te serieus.”

1403nofoxy5.jpg

4

De angstaanvallen begonnen in 2000. Hij werd ’s nachts badend in het zweet wakker. Inmiddels in de vijftig, al sinds zijn tienerjaren blaadjesmaker, maar Internet Hotspots was ter ziele gegaan en nu hij had geen rooie cent meer.

Hoe ging hij zijn oude dag betalen?

Hij wist het toen een vriend hem een exemplaar van de toen net opgerichte Passie liet zien. „Ik dacht: dat moet ik ook gaan doen.” Hij maakte een dummy en kreeg een van zijn voormalige investeerders zo ver om hem ook nu weer te steunen.

Zelf ziet Muller twee redenen dat het blad het nu al ruim 150 nummers volhoudt: de „unieke” beursbabes, en dat bij de helft van de oplage een dvd zit. Zeker is dat het blad relatief goedkoop gemaakt kan worden: de beursfoto’s kosten hem niets, het kleine team werkt vanuit huis en communiceert via e-mail en voor een professionele fotoshoot (vaak met een Oost-Europees model) betaalt hij hooguit 300 euro.

Maar toch: de markt voor wat in vakjargon ‘soft-erotiekbladen’ heet, bestaat in Nederland nog maar uit een handjevol titels en allemaal hebben ze het moeilijk. De Nederlandse Playboy verkocht in de jaren tachtig bijna 170.000 exemplaren, maar is inmiddels teruggevallen naar iets meer dan 30.000. Penthouse ging in diezelfde periode van bijna 130.000 naar 9.000 nu. Muller drukt van elke Foxy 25.000 stuks en hoopt dan minstens de helft te verkopen. Als je de helft verkoopt, zegt hij, ben je uit de kosten. Dat lukt nog net. Bij Passie is de situatie niet anders.

Foxy heeft naast Muller onder meer een hoofdredacteur, twee vrouwelijke redacteuren en een vormgever. Muller maakt zelf alle koppen, intro’s en fotobijschriften, en hij schrijft graag wat hij noemt de ‘nieuwsverhalen’. Hij pakt de laatst verschenen editie erbij en begin te bladeren totdat hij een pagina tegenkomt met ‘tien koosjere pornosterren’. „Kijk, dit doe ik dan zelf.” Hij begint voor te lezen. „Als een terrorist nou z’n kalasjnikov aan de muur hangt om naar een geile pornofilm te kijken, dan komt de wereldvrede een stukje dichterbij.” Een harde lach. „Dan ga ik lekker het internet afstruinen. Dat is heel makkelijk. Tik in: ‘top ten jewish pornstars’.” Hij haalt zijn vinger van boven naar onder over het beeldscherm. „Prrrrrrrrr.”

Maar het belangrijkst voor het blad zijn de ‘beursbabes’. Muller bladert ernaartoe. „Ik denk dat veel van die vrouwen een kleurloos leven leiden, waarin weinig leuks gebeurt. Dan is dit het moment dat ze even kunnen schitteren.” Hij wijst er een aan. Een blonde dertiger, verlegen lachend, bijna verontschuldigend, met haar armen naast haar lichaam. „Die krijgt de aandacht in het gewone leven niet, maar staat nu in al haar dikheid in het blad, net zo vrolijk als de andere meiden. Dat vind ik leuk.”

5

Af en toe stuurt Muller wat Foxy’s op naar uitgezonden militairen. Afgelopen najaar nog, voor de missie in Mali. Op een van de Kamasutrabeurzen kwam eens een militair op hem af die in Uruzgan wat Foxy’s onder ogen had gekregen. Hij had een idee: het blaadje waterbestendig maken. Dan konden de militairen ermee onder de douche. Muller vond het een sympathiek idee en liet een aantal prototypes maken. Werd toch te duur.

De anekdote zegt veel over waar Muller mee bezig wil zijn: papier, en wat daarmee mogelijk is. Internet is „een onsympathieke wereld”.

Hij heeft ze weleens op de koffie gehad hoor, van die „opgewonden types die heel snel denken”. Of hij niet wilde meewerken aan een site met beursbabes die voor de webcam gingen. Maar hij kan het niet. Hij is een bladenman. „Dat is nu eenmaal iets bijzonders. Vind ik wel. Dat het van de pers komt en dat je het dan vasthoudt… ik vind dat een heerlijk moment.” Hij pakt de dichtstbijzijnde Foxy en haalt hem langs zijn neus. „Soms kan ik het drukprocedé ruiken.”

Dat de markt waar hij zijn leven aan spendeerde in grote problemen is, dat negeert hij niet. De Foxy moet daarom méér zijn dan een seksblaadje, vindt hij. Muller zou graag de polderversie zijn van Larry Flynt, die een succes maakte van Hustler, een Amerikaans pornoblad dat graag wat onrust stookt. „Dat wordt net zoveel gekocht door quasi-intellectuelen en mediamensen als door de mannetjes.”

Humor wil hij, tongue in cheek. Knipogen naar de actualiteit. Voorbeeld: omdat Leonard Nimoy onlangs overleed, ‘eert’ de eerstvolgende Foxy de Star Wars-acteur ‘op passende wijze’ door actiefoto’s uit pornoparodie This Ain’t Star Trek 3 XXX af te drukken. „Op die manier hoop ik het blad erdoor te halen. Met alleen blote vrouwen en geile verhalen redden we het niet.”

Maar of het de oplossing is? „Ik weet het niet. Op de beurs praat ik veel met lezers. Dan vraag ik: wat vind je nou leuk aan dat blad? Dan zit je tegenover zo’n echtpaar uit Zwolle, trouwe Foxy-lezers. ‘Wij kopen het vooral voor de Rooie Oortjes.’ O, en voor de rest? ‘Ja, leuk krantje.’” Hij lacht.

Het moest het laatste kunstje worden van Peter J. Muller. Zijn oudedagsvoorziening. Dat is gelukt. Hij heeft te eten, Poekie ook, en hij kan met zijn kleinkinderen naar Japan als hij wil. „Nu is het mijn taak om Foxy rustig naar de uitgang te begeleiden.”

Hij wordt wat melancholisch als hij zegt: „Als bladenmaker ben je een artiest. Je treedt op. De gordijnen gaan open, en dan moet je je programma presenteren. Mijn programma is dit.” Hij bladert nog eens door de Foxy die bij hem op schoot ligt. „Je wil dat je veel lezers hebt, je wil voor een volle bak spelen.”

Aan het team van de beursstand geeft hij elk half jaar een peptalk, omdat ze zo meeleven. Ook deze keer. „Ik heb tegen ze gezegd dat we door een moeilijke tijd gaan, maar dat we er in september weer zijn, op diezelfde plek.” Maar verder dan een half jaar kan hij niet meer vooruitkijken. Het ligt in de mist.

Zelfs september kan al krap worden. Hij pakt een grote papieren kalender van zijn bureau. „September. Hoeveel nummers moeten we dan nog?” Hij telt. Een, twee, drie, vier, vijf, zes. „Zes Foxy’s. Dat is bepalend. Als ik dat red… dat zou leuk zijn.”