Is de rechtsstaat bij de VVD in goede handen?

De VVD neemt tot na de verkiezingen om nieuwe bewindslieden voor Justitie te zoeken. Dat biedt tijd om na te denken. En dan dringt zich deze onaangename vraag op: is de rechtsstaat bij de VVD wel in goede handen? Opstelten en Teeven hebben vooral geprobeerd om van Justitie voor veiligheid te maken wat de Gamma is voor spijkers. Een klusdepartement van doorpakken, harde maatregelen, hoge straffen, degelijke politie, strenge rechters. Meer blauw, meer aandacht voor slachtoffers, meer efficiency.

Prima, ik ben er niet tegen, het moet gebeuren. Van het onthutsende Rekenkamerrapport ‘Prestaties in de Strafrechtketen’ uit 2012 ben ik nog steeds niet bekomen. Dringend is het allemaal niet, want de criminaliteit daalt al sinds 2005. En niet alleen in Nederland. Mijn twijfel over de VVD zit elders. Het begon klein, met Kamerlid Ard van der Steur die vorige maand over ‘foute rechters’ sprak, in de marge van een wetje dat meer mogelijkheden geeft om rechters die slecht functioneren te corrigeren. ‘Foute rechters’ treft mij net als het ‘volk en vaderland’ dat Teeven er maandag in zijn slotwoordje uitflapte. Recht in de WO II zenuw. Destijds was de maatstaf immers ‘vriend of vijand’, goed of fout. Foute rechters is beschadigend, respectloos.

Daarna gebeurde er nog iets. Het kabinet wenst bij jihadisten met dubbele nationaliteit het tweede paspoort sneller in te kunnen trekken. Van der Steur vroeg toen om óók het Nederlandse paspoort in te kunnen trekken. Om betrokkene dus statenloos te maken. Dat is nogal wat. Het denaturaliseren van een burger is verdragsrechtelijk aan strenge criteria gebonden. En het levert een erkend maatschappelijk probleem op. Statenlozen hebben nergens recht op, kunnen niet reizen, vaak niet werken en leven in een schemerzone. Het zijn outcasts. Van der Steur noemde die verdragen echter ‘verouderd’ en het Nederlanderschap iets dat je moet ‘verdienen’. Daar kwam die loyaliteitsmaatstaf weer om de hoek. Opstelten zei daarop dat deze ‘ondergrens’ niet gepasseerd zal worden. Maar aan Van der Steur is dat niet besteed.

Om grondrechten afhankelijk te maken van de verdienste van de burger voor het vaderland – dat vind ik nou dubieus.

Geheel in deze lijn begroef de VVD deze maand ook de initiatiefwet Halsema die rechters wetten direct aan de grondwet laat toetsen. In de zogeheten tweede lezing draaide de VVD als een blad aan de boom, van voor naar tegen. Een historische kans werd gemist. Nederland behoudt zijn unieke positie als enige land in Europa met een dode letter als grondwet. De grondwet wordt dus géén extra bescherming, geen charter voor de burger die tegen de staat beschermd moet worden. Ooit was dat nu juist een liberaal beginsel. Burgers moeten voor hun grondrechten dus in Luxemburg of Straatsburg aan blijven kloppen.

Hier was het Kamerlid Joost Taverne die het genadeschot gaf. Hij omarmt het parlement als hoogste instantie, wat op zich waar is. Maar ook als een macht die altijd het primaat heeft. Wat ‘ongekozen’ rechters doen, vindt hij in beginsel verdacht. In deze krant zei hij dat „onze staatsinrichting uit de hand is gelopen”. Met toetsing aan verdragen wil de VVD zelfs helemaal ophouden.

Goed. Ik wil niet preken, maar de kern van de rechtsstaat is dat de politiek zich, noblesse oblige, schikt naar het recht, dat internationaal verankerd is, en wel om historische, humanitaire en (inderdaad) politieke motieven. Een staat die zélf mensenrechten direct toepast, ontleent daar gezag aan om ook anderen er aan te houden. Het is een funderend beginsel. Binnen de trias politica fungeert de rechtspraak als tegenmacht. En dus is er evenwicht. Zonder recht geen democratie en andersom. Het is geen baas-boven-baas, maar altijd haasje over. Keurt de rechter iets af, dan kan de wetgever altijd repareren. De vorige president van de Hoge Raad, Geert Corstens, zei dan dat in de rechtsstaat niemand het laatste woord heeft. Dat ‘primaat van de politiek’, dat bestáát helemaal niet. Maar bij de VVD dus wel – en dat baart me zorgen.