Iedere dag drie of vier dode kippen is normaal. Maar dít?

In Barneveld worden kippen geruimd. Op de boerderij van boer Hazeleger gaan de kippen ook weg. „Zo'n ruiming doet heel veel pijn.”

Boer Hazeleger wil niet aanwezig zijn bij de ruiming. foto ilvy njiokiktjien

Tegen het einde van de middag wandelt boer Hazeleger zijn erf af om de Barneveldse Krant uit de brievenbus te halen. Voor zijn ogen, op de grasstrook voor zijn boerderij, een merkwaardig tafereel. Straalwagens van de televisie, cameraploegen, zeker tien fotografen. Als hij zijn blik naar rechts laat dwalen, de kippenstallen... Nee, liever even niet aan denken.

De buurman komt aangefietst, sigaretje in de mond. „Gaat-ie, Hazeleger?” De boer: „Niet zo. Hier is elke kippenboer bang voor, hè. Ik hoop maar dat de collega’s niet worden getroffen.”

Op de kippenboerderij van boer Hazeleger is donderdag vogelgriep ontdekt. Een milde variant, H7N7, maakte het ministerie van Economische Zaken bekend. Deze kan wel muteren in een (voor kippen) veel dodelijker en besmettelijker variant. Daarom moeten de 30.000 kippen van Hazeleger zo snel mogelijk worden geruimd. In een zone van een kilometer rond het bedrijf is een vervoersverbod ingesteld voor pluimvee, eieren, mest en strooisel. Alleen al binnen deze straal liggen zeventien andere pluimveebedrijven; in hun stallen wordt onderzoek gedaan.

Het Gelderse dorp Barneveld is een van de centra van de Nederlandse pluimveesector. In het dorp van ruim 30.000 inwoners worden zo’n 3,2 miljoen kippen gehouden – het Nederlands totaal is 103 miljoen. Een uitbraak van vogelgriep in hartje pluimveegebied kan de hele sector raken. Kippenboeren in het dorp houden hun hart vast, vertelt vrijwilliger Gerard van de Bruinhorst van het Nederlands Pluimveemuseum – dat op een steenworp afstand ligt van de getroffen boerderij.

Het bedrijf van de familie is in 1973 gestart door Hazeleger senior. Een sober geklede man, met bijna kaal hoofd. Leghennen heeft het bedrijf, voor de eieren. Zoon Hazeleger heeft het een paar jaar geleden voor een groot deel overgenomen, maar vader werkt nog iedere dag mee. Hazeleger senior verzorgt de kippen, zijn zoon het andere vee. Iedere ochtend liggen er wel drie of vier dode kippen in de stallen – niets om van op te kijken. Maar toen Hazeleger senior vorige week vrijdagochtend de stal in kwam, waren dat er veel meer. De familie waarschuwde de dierenarts, die een bloedmonster naar het Centraal Veterinair Instituut in Lelystad stuurde.

Toen het slechte nieuws bekend werd, zaten vader en zoon Hazeleger in de kerk. Het telefoontje van de dierenarts misten ze daarom. Hazeleger: „Toen we terugkwamen uit de kerk, stond het hele erf vol met mensen. Toen wisten we wel dat het mis was. Dit is vooral financieel een klap. Je kunt je hier niet tegen verzekeren; we moeten straks weer van voren af aan beginnen.”

Hazeleger wil de stal niet in. Dat heeft hij in 2003 wel gedaan, toen de vogelpest het dorp lamlegde. Er werden in Nederland honderdduizenden dieren geruimd. Zijn bedrijf moest ook leeggehaald worden. „Dat beeld krijg je nooit van je netvlies. M’n zoon leidt nu de ruiming, ik wil het niet zien. Van de Here krijgen we mee dat we onze beesten zo goed mogelijk verzorgen. Ik schaam me nergens voor, maar zo’n ruiming doet wel heel veel pijn.”

Als boer Hazeleger wegloopt, komt een busje kloeke jonge mannen aan. De ruimers. Op het erf halen mannen in blauwe beschermende pakken de eerste kippen uit de stal.