Hij beklimt rotswanden met niets anders dan een gebrek aan angst

Stel je dit even voor. Je hangt aan een rekstok in een speeltuin, je tenen zijn nog vlak bij de grond. Het voelt veilig. Stevige grip. Stel je nu eens voor dat je op de rand van een wolkenkrabber staat. Diezelfde rekstok hangt nu over de rand. Leun voorover, pak die stok en laat je voeten hangen. Kijk naar beneden. Hoe is je grip nu?

Angst is het grootste gevaar voor een klimmer als Alex Honnold, dat wil auteur Daniel Duane - zelf ook ooit beoefenaar van de sport - in zijn lange profiel van de 29-jarige Amerikaanse durfal maar even gezegd hebben. Honnold heeft een passie voor een sport die andere mensen als gekkenwerk beschouwen. Wat hij doet, dat gaat een keer fout. Het is meer wanneer, dan of. Honnold is een van de bekendste beoefenaars van de extreemse variant van de klimsport: het vrij klimmen in je eentje. Hij beklimt immense rotswanden met alleen zijn handen en voeten en een beetje magnesiumpoeder. Geen touw. Geen medeklimmer. Solo. De dood is zijn vangnet.

Het is naast de gevaarlijkste vorm van klimmen ook de puurste. En waarom zes uur over een rotswand doen mét materiaal als het ook kan in een half uur zónder? Duane volgt voor Honnold voor zijn profiel tijdens een klimtrip in Yosemite National Park in Californië. Die deed hij niet solo, maar met zijn vriend David Allfrey, een van de beste klimmers ter wereld die wél gebruik maken van hulpmiddelen. De reden? Zo snel mogelijk omhoog. Records breken. Soms is alleen het beklimmen niet genoeg.

“On each of the four mornings before I met up with Honnold and Allfrey, they climbed El Capitan from bottom to top before lunch, taking a different route each time. They set speed records on three of those routes, passing dozens of startled slow-moving climbers. They did this roped together, with Allfrey in the lead on aid-climbing sections, moving like a frantic construction worker hammering his way up a skyscraper, and with Honnold sprinting up any terrain he could free-climb. Honnold so rarely attached his rope to the cliff that he risked long falls.”

Duane schetst een mooi beeld van een onbevreesde perfectionist. Zo had Honnold met klimpartner Allfrey op een van de routes op de steile El Capitan in Yosemite een nieuwe recordtijd neergezet, maar baalde hij toch. Het was nog te langzaam. Hij was tijdens de beklimming het zakje met de paar spullen die hij mee omhoog neemt ergens vergeten en moest dit vervolgens ophalen.

“Allfrey laughed in disbelief. “That only cost us like 15 minutes!”
“No, it was two punk songs,” Honnold said. “Punk’s a good way to measure time.”
Allfrey shook his head and said, grinning, “I’m actually pretty psyched we just did seven El Cap routes in seven days and broke the old speed record on our last route by an hour.”
“All I’m saying is our time wasn’t even close to what’s objectively possible,” Honnold replied.

Alone On The Wall, een korte docu over Hannold die eerder verscheen:

Zelfs de sponsor vond het te gevaarlijk

Soloklimmers zoals Honnold lopen een enorm risico. Ze komen met een “alarmerende regelmaat” om het leven, schrijft Duane. Zelfs iemand als Tommy Caldwell, die Duane beschrijft als misschien wel de beste vrije klimmer ter wereld, heeft wat Honnold doet maar één keer overwogen, toen hij huwelijksproblemen had. Dat soloklimmen was “zelfzuchtig, roekeloos en dom” had hij eens gezegd. “Ze willen overkomen als stoere jongens en zijn bereid hun dierbaren pijn te doen.”

En dat is de andere kant van het verhaal van Duane. Zo ontzettend veel mensen vinden het onverantwoord wat Honnold doet. Afgelopen november, zo schrijft hij, haakte een sponsor af omdat die zich niet meer fijn voelde bij de enorme risico’s die Honnold neemt. Honnold reageerde vervolgens met een opiniestuk in The New York Times. Het maakte hem niet uit. “De bergen roepen, en we moeten gaan.”

Lees het hele artikel van Daniel Duane bij The New York Times.