Geen wonderpaard, wel kampioen

De wereldkampioen springen is een bijzonder paard. Zenith van Jeroen Dubbeldam is voor- al mentaal een sterk beest.

Wereldkampioen Zenith SPF, springpaard van Jeroen Dubbeldam. „Zijn geheim zit tussen zijn oren.” Foto Merlin Daleman

Talloze raspaarden bevolken dit weekeinde de Bossche Brabanthallen, maar één springt er bovenuit: wereldkampioen Zenith SPF. De grootste prijswinnaar onder de springpaarden bij Indoor Brabant heeft evenwel geen bovennatuurlijk talent, zegt zijn verzorger. „Zijn geheim zit tussen zijn oren.”

Ver verwijderd van de tribunes schuifelt de regerend wereldkampioen heen en weer in stal C-31. Niets wijst op zijn status. In kleine letters staat zijn naam in zilver gegraveerd op zijn halster: Zenith SPF, het paard waarmee Jeroen Dubbeldam vorig jaar de wereldtitel veroverde in Caen.

In de tijdelijke stallen, helemaal achterin de Brabanthallen, is het paard van alle glorie gespeend. Geen Nederlandse vlaggen of potsierlijke gouden naambordjes in zijn stal. Zenith is één van de vele fitte, gespierde paarden die geduldig wacht tot de startzoemer klinkt. „Zenith is eigenlijk geen wereldpaard, geen supertalent, geen nieuwe Totilas. In vaardigheden is hij niet de beste. Maar hier” – groom Brent Kuylen wrijft over de bruine pels tussen zijn oren – „wel”.

Zenith heeft ook zo zijn krasjes. De subtiele littekens tussen zijn ogen, die het springpaard waarschijnlijk opliep als veulen, vechtend voor eten. Wat verder opvalt: zijn donkere sokken en vooral zijn grote nieuwsgierige ogen die de lichtjes in de hal reflecteren. De Belgische verzorger Kuylen kent elk deeltje van Zenith, al zijn trekjes en geheimen. Sinds een half jaar zien ze elkaar iedere dag. Kuylen voert Zenith voor hij zelf aan zijn ontbijt begint. Als enige groom heeft Kuylen alle paarden van Dubbeldam onder zijn hoede.

Alertheid als kracht

Zenith is een geval apart. „Niet omdat hij wereldkampioen is. Voor mij is elk paard gelijk, verdient dezelfde aandacht. Zenith is alleen zo anders. Heel gevoelig. Hij merkt alles – elke stoel die ik verzet, elke beweging die ik maak.” Die alertheid is zijn kracht, vindt Kuylen. „Andere paarden zijn wellicht beter, maar Zenith is mentaal exceptioneel sterk. Zó scherp, steeds weer. Zijn aandacht verslapt nimmer in de ring.”

Doorzettingsvermogen is wat hem van de hinnikende massa in de hal onderscheidt. Dat, en zijn losse manen. Kuylen grinnikt terwijl hij Zenith naar buiten leidt voor een wandeling over de parkeerplaats van de Brabanthallen. De gouden torenklok geeft half elf aan: nog elf uur wachten tot hij de ring in mag. „Zenith heeft een hekel aan ingevlochten manen. Net zoals het dier niet van een massagedeken houdt, of kriebelen op zijn buik. Elk paard heeft een persoonlijkheid, maar Zenith is wel uitzonderlijk temperamentvol.”

Niets van te zien, terwijl het enorme dier – schofthoogte 1,86 meter – gedwee achter Kuylen aansjokt. Maar de groom is dan ook één van de twee mannen die Zenith toelaat. Het paard heeft een gebruiksaanwijzing. „Hij is niet makkelijk. Dat weet iedereen hier, zijn eigenaar [Springpaardenfonds] ook. Omdat hij zo gevoelig is.” Geen kant-en-klaar sterpaard, maar met Jeroen Dubbeldam is hij de perfecte combinatie, volgens Kuylen. „Jeroen is rustig, gestructureerd. Zenith is nu elf en Jeroen heeft hem al sinds zijn zevende. Ze zijn samen gegroeid, begrijpen elkaar. Maar ik weet zeker dat weinig mensen goed op Zenith kunnen rijden.”

Waar blijft de massage?

Weer binnen in de lange rij stallen kijkt Zenith reikhalzend om het hoekje waar zijn massage blijft. Rug en schouders zijn de favoriete plekjes. Hij houdt niet van binnen zijn, dat maakt hem onrustig. Bij de indoor-wedstrijd in Genève is het nog erger: zeven dagen onafgebroken binnen. Drie dagen in Brabant met een zonnige wandeling tussendoor is dan zo slecht nog niet.

Zodra Zenith de geur van hooi opsnuift, drukt hij met lichte duwtjes zijn neus tegen de schouder van Kuylen. Hij weet dondersgoed dat het geen etenstijd is, want zijn biologische klok is op de minuut nauwkeurig als het op eten aankomt. Toch probeert hij het. „Schooier, nee.”

In het tijdelijke kamp van stal De Sjiem uit het Twentse Weerselo is één stoel nog leeg. De naam Jeroen Dubbeldam is geborduurd in de rugsteun. De laatste naam die het team Zenith SPF compleet maakt. Als Dubbeldam in wedstrijdtenue verschijnt, weet Zenith dat het menens is. Dan komt de spanning, de vechtersmentaliteit die in zijn bloed zit. Maar de voorronde – waarin het koppel alleen maar hoeft te starten om zich te plaatsen – is meer een training.

De goedlachse Dubbeldam loopt vervolgens ontspannen rond. Ze zijn door. Zondag tijdens de Grote Prijs moeten Zenith en hij echt op hun best zijn. Het paard zal het vaste ritueel uitvoeren voor de start: als Dubbeldam zijn laarzen aantrekt en helm opzet, steekt hij zijn tong uit. Zodat de verzorger daar nog even aan kan kriebelen. Kuylen: „Zenith is echt apart. Ik zei het je.”