Column

Een vrouw en haar man

Georgina Verbaan

Ze schreed schuin over het Spui op café Luxembourg af. Ze liep alsof ze alleen was. Slechts in gezelschap van de dode nertsen in haar jas. Ze leek ervan te balen dat het café niet naar toe kwam, dat ze met elke stap op de grillige keien haar eeltknobbels tegen de binnenkant van haar laklederen dameshakken aan voelde schuren.

In haar kielzog liep onmiskenbaar haar man. Een ontvleesde verschijning. Zijn strak gestreken pantalon viel recht naar beneden en verried slechts op knieniveau dat er daadwerkelijk benen in zaten. Hij verloor zijn vrouw geen seconde uit het oog. Als haar iets dwarszit, moet hij te hulp schieten zonder dat zij erom hoeft te vragen.

Ze dwong een vrachtwagen tot stoppen toen zij met grote vanzelfsprekendheid de straat en het fietspad overstak, recht op de deur van Luxembourg af. Ik zat in de serre, zag haar wachten voor de deur. De man maakte haast en opende hem voor haar. Zonder hem aan te kijken liep ze langs hem naar binnen, ze maakte haar entree in de serre en ging aan het tafeltje voor mij naast een stoel staan. Ze hield haar armen een beetje gek van haar lichaam af, terwijl ze naar buiten keek alsof ze een parade van marcherende drollen met hoedjes op negeerde.

De man hielp haar uit haar jas. Ze bleef staan waar ze stond terwijl hij een plek zocht om de jas op te hangen. Het was druk. Nergens een lege stoel. Hij kreeg het zichtbaar warm, trok de keurig omgeknoopte fleecesjaal van zijn pezige nek en keek achterom naar zijn vrouw, die nog altijd naast de tafel naar het plein stond te kijken. Ik haalde mijn jas van een stoel en bood hem de plek aan. Hij bedankte knikkend, hing de jas met zorg op en draaide zich rap om naar de vrouw om haar op haar stoel te helpen. Zonder overleg plaatste hij de bestelling.

Ze spraken geen woord. Niet tijdens de thee, ook niet tijdens de bruine sneetjes met garnalenkroketten, die zij met haar tanden van haar vork afbeet. Hij at niet. Ze keek naar buiten. Hij keek naar haar. Ook wanneer hij deed of hij naar buiten keek. Door zijn onberispelijke sokken staken puntige enkels. Dat hij een plan had werd verraden door de drooggelegde anatomie van zijn betonnen kaakspieren. Hij was vrijwillig aan het versterven. Maar ik heb hem nog gezien: de meest genegeerde man op aarde.