Dracht voor een dodendans

Boksers dragen bijna niets in de ring en toch is juist hun kleding cult. Een verkenning in vijftien rondes.

 

Ronde 1

Ze zeggen wel eens dat kunst een product van de evolutie is. Dichters en schilders vergroten er hun kans op nageslacht mee. Dat geldt vast ook voor boksers. Is het legendarische gevecht van Jack Dempsey versus Luis Ángel Firpo (1923) net zo lustopwekkend als De nachtwacht, de Rumble in the Jungle (1974) tussen Muhammad Ali en George Foreman even zinnelijk als de Victory Boogie Woogie? Het geldt vast nog meer voor boksers dan voor kunstenaars. Hun werk is minder verbloemd. Misschien dat sommigen het daarom toch geen kunst vinden.

 

Ronde 2

De Franse schilder Henri Matisse waagde zich aan het eind van zijn leven aan kleding. Hij ontwierp kleurige kazuifels voor priesters van de eveneens door hem bedachte kapel in Saint Paul de Vence. Boksers op weg naar de ring zien eruit als een soort monniken. Matisse maakt de gelijkenis nog voor de hand liggender door de felle kleuren en de glanzende stoffen die hij koos. Beide groepen zijn bezig met een eredienst, de een via de geest, de ander via het lichaam.

 

Ronde 3

De eerste ronde leert ons in ieder geval dat er behalve titelgevechten ook gevechten met titels zijn. Eerst gold dat alleen voor de gevechten van Muhammad Ali – zoals veel in de bokskunst eerst alleen gold voor Muhammad Ali. Na de Rumble in the Jungle kwam de Thrilla in Manila tegen Joe Frazier, en nu heeft elk groot gevecht een naam. Battle of the Planet, March Badness, Sunshine Showdown, Carnival of the Champions en Forces of Destruction. Zo’n titel maakt van een gevecht in ieder geval een B-film. Een gevecht heeft dankzij zo’n titel al voor het begint een soort plot. Dit is niet zomaar wat rammen, dit is David tegen Goliat of juist een titanengevecht.

 

Ronde 4

De visuele aantrekkingskracht van boksen is voor een deel dezelfde als die van godsdiensten en andere tradities. Boksers en geestelijken dragen kleren die aan strenge voorschriften gebonden zijn, maar met mode heeft die vorm niets te maken. Vorm volgt functie, al is niet altijd duidelijk wat die functie is. Maar dat vreemde is juist aantrekkelijk, als bij alle rituelen. Waarom een badjas met een capuchon? Waarom een wijde broek van satijn? Rituelen zijn als een gedicht waarvan je je de regels niet bewust bent. Zo moet het. Niet anders. De kleding is zo stereotiep dat er voor carnaval bokspakjes te koop zijn. Het maakt niet uit dat de kleding van echte boksers hier nu vaak van afwijkt. Boeren dragen ook niet altijd boerenkielen meer.

 

Ronde 5

Boksers hebben bijnamen; sinds Muhammad Ali ‘de grootste’ claimde, gaat het niet meer zonder. Van de Italian Stallion voor de fictieve Rocky tot de Beast from the East voor Nikolaj Valujev rijmt er van alles in de ring. En niet alleen dat – je zou met de namen van boksers en hun gevechten een hele cursus stijlfiguren kunnen geven, van alliteratie tot oxymoron. Kom maar binnen, The Count of Monte Fisto, Flushing Flash, Living Death.

Naam en kleding gaan soms samen. De Amerikaanse bokser Bernard Hopkins kwam altijd de ring binnen met het masker van een beul op. Zijn bijnaam was dan ook The Executioner. Wilbert ‘Vampire’ Johnson droeg een cape als Dracula en liet zich in een kist de ring indragen.

 

Ronde 6

Er is geen sport die zo het dagelijks leven is binnengedrongen als boksen. Maar het is het soort populariteit dat vergetelheid in de hand werkt. De boxershort is als onderbroek zo populair dat niemand die hem aantrekt nog aan boksen zal denken. Zijn oorsprong is nog meer vergeten dan die van de gymp.

 

Ronde 7

Niet alleen met andere mensen, ook met dieren wil de bokser zich soms laten vergelijken. Muhammad Ali koos onkarakteristiek voor een vlinder en een bij toen hij zijn tactiek voor zijn gevecht tegen Sonny Liston uitlegde – float like a butterfly, sting like a bee. Vaker gaat het in deze wereld om leeuwen en tijgers, krokodillen en slangen. De Oegandese bokser Sharif Bogere draagt een hele leeuw als cape, en heeft op zijn broek ook nog eens een foto gedrukt van een leeuw met een kroon op. Hij laat zich in een kooi de ring in brengen. Soms slaat de verbeelding op hol. De Amerikaanse bokser Floyd Mayweather droeg eens een broek gemaakt van struisvogel-, krokodillen- én alligatorleer. Het kruis was van lamsleer. Alleen dat was zacht genoeg.

Misschien kun je boksen beter met de bronst van herten vergelijken dan met schilderijen.

 

Ronde 8

De Engelse bokser Amir Khan zoekt de overtreffende trap liever in edelstenen dan in dieren. Hij laat zijn shorts versieren met diamanten. En eind vorig jaar vocht hij in Las Vegas in een broek van leer en zijde, waarvan de tailleband geborduurd was met 24 karaats gouddraad. Het broekje kostte meer dan 40.000 euro.

 

Ronde 9

Veel boksers laten voor elk groot gevecht een speciale outfit maken. Wat ze droegen, wordt door gewone stervelingen precies bijgehouden. Bijvoorbeeld dat Floyd Mayweather tijdens een gevecht in 2014 handschoenen droeg van Green and Red Grant, shorts met een slangenprint en zwarte biesjes, zwart met witte sokken met het logo van FM en schoenen van Reebok. Zijn tegenstander Maidana droeg Powerlock-handschoenen van Everlast gepersonaliseerd met de Argentijnse vlag, rode shorts met zwarte biesjes, zwart met rode sokken en lage zwarte boksschoenen van Everlast. Het lijken de Oscars wel. De ring als rode loper.

Gedragen worden door een bekende bokser is goed voor een merk. Dan gaan gewone stervelingen ook Everlast of Lonsdale kopen. In Nederland is Lonsdale helaas verder geëvolueerd tot merk van neonazi’s en andere rechts extremisten.

 

Ronde 10

De oude Grieken beoefenden al hun sporten naakt. Ze renden, ze sprongen en ze vochten naakt. Boksers zijn van alle sporters het blootst gebleven. (De Grieken zwommen niet). Misschien moet je hun spieren als een soort kostuum zien. De meeste mannen hebben die niet vanzelf. Daar moet voor gewerkt worden.

 

Ronde 11

Mannen boksen en mannen kijken naar boksen. Zo was het lang, van de oude Grieken tot in de twintigste eeuw. Bijna zonde van deze bronst. Nu is het anders. Vrouwen kijken naar boksen en vrouwen boksen. Toch was er ook zonder vrouwen als toeschouwers of deelnemers al iets feminiens aan boksen. De badjas, het satijn, de striptease; zo half gekleed verleidelijk als bepeniste pin-ups. De boksring als boudoir.

De bokser en de ballerina verschillen, maar ze hebben ook veel gemeen. De een zwachtelt zijn handen in, de ander haar voeten.

 

Ronde 12

De Puerto Ricaanse bokser Orlando Cruz droeg in 2013 roze handschoenen en een broek in alle kleuren van de regenboog. Cruz is de eerste openlijk homoseksuele bokser.

 

Ronde 13

Ze zeggen wel eens dat sport gestileerd geweld is. Boksen is van alle sporten het rauwst gebleven.

 

Ronde 14

Volgens sommigen vochten de Grieken ook naakt in veldslagen, althans wel met een bedekt bovenlichaam, maar met een bloot onderlichaam. Het zou de vijand angst inboezemen. Die halfnaakte soldaten zijn nog moeilijker voor te stellen dan helemaal naakte sporters. Bij de moderne bokser is het precies andersom: zijn bovenlichaam is onbedekt, alleen zijn schaamstreek is aan het zicht onttrokken.

Moderne sportkleding zit vaak strak en volgt de contouren van het lichaam, als een tweede huid, behalve bij de genitaliën. Ballen en penis zijn onder die tweede huid juist goed verstopt. Bij boksers is dat helemaal het geval. Hun korte broeken zijn zo wijd dat er helemaal niets te volgen valt. Zelfs de schaambeschermer is onzichtbaar. Of moeten we die ruimte toch als noodzakelijk opvatten? Een tent voor een eventuele erectie?

Gekleed wordt juist wat bij anderen meestal bloot blijft: de handen en de tanden. Het hoofd is nog steeds onbedekt, althans bij de professionals. Organisaties van Amerikaanse en Britse artsen hebben opgeroepen tot een verbod van de sport omdat het gevaar van hersenbeschadiging zo groot is. Het ziet er niet naar uit dat dit verbod er gaat komen.

De schaambeschermer, ook wel tok of tokkel geheten, is niet alleen niet vaak te zien, hij wordt ook niet vaak afgebeeld. Bij boksen is hij net zo verplicht als handschoenen en bitje, maar een tok leeft meer in het verborgene. Het ziet eruit als een rekwisiet uit een kunstproject van Matthew Barney. Als een opnieuw uitgevonden slakkenhuis.

 

Ronde 15

Boksers moesten in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw zwarte of paarse shorts dragen om bloedvlekken te verbergen. Toen boksen een televisiesport werd, werden de kleuren zwart en wit en met de komst van kleurentelevisie vooral rood en blauw.

Hoe zie je daar het bloed op? Nu eens in helder contrast, dan weer ton sur ton. Boksen is een dodendans.