De rituelen van succesvolle mensen

Wat zijn de rituelen waarmee succesvolle schrijvers, zoals Stephen King en Umberto Eco (om maar even twee uitersten te noemen), zichzelf gaande houden? En welke werkgewoontes hielden mensen als Albert Einstein en Frank Lloyd Wright er op na? De Amerikaanse auteur Mason Currey schreef er een blog en een boek over. Dagelijkse rituelen heet het in de Nederlandse vertaling. Over de werkroutines van succesvolle schrijvers en andere creatievelingen.

Steeds meer mensen moeten zichzelf en hun eigen werk managen. Omdat ze geen baas hebben of omdat die er nooit is. Omdat ze vanuit huis werken of altijd onderweg zijn. Des te vrijer en flexibeler de werkomgeving, des te meer er een beroep wordt gedaan op je vaardigheden in zelfsturing. Het ontwikkelen van enkele vaste werkgewoontes helpt vaak bij het maken van keuzes, het voorkomen van uitstel en het leveren van creatieve prestaties.

Een paar voorbeelden uit Curreys boek. Componist George Gershwin ging elke dag na het ontbijt meteen achter de piano zitten. In pyjama, ochtendjas en slippers. Umberto Eco pakt ’s avonds na elf uur graag nog twee tot drie uur om te schrijven.

Charles Dickens schreef elke dag van stipt negen uur tot stipt twee uur. Daarna maakte hij lange wandelingen waarbij hij verder nadacht over zijn verhalen.

Iemand die zijn eigen rituelen wetenschappelijk benaderde was de beroemde psycholoog Burrhus Frederic Skinner. Na lang experimenteren kwam hij tot de volgende routine. Hij stond na een paar uur slaap om één uur ’s nachts op, om exact een uur te schrijven. Na wat slapen schreef hij nog eens twee uur tussen vijf en zeven uur ’s morgens. Zeven dagen per week, inclusief de vakanties.

Of er ook echt sprake is van een oorzakelijk verband tussen de gewoontes van een schrijver, schilder of denker en de door hem of haar geleverde prestaties, dat blijft een lastige vraag. Currey gaat niet in op die vraag.

Soms ligt het antwoord voor de hand. Het feit dat Albert Einstein geen sokken droeg – hij zag er de noodzaak niet van in – zal geen beslissende invloed hebben gehad op de hoeveelheid werk die hij verzette als fysicus of de kwaliteit daarvan. En dat architect Frank Lloyd Wright tot op zeer hoge leeftijd vaak twee- tot driemaal daags de liefde bedreef met zijn vrouw is een interessant gegeven. Maar of dit een oorzakelijke relatie heeft met de waarde van zijn architectuur?

Het wat saaiere gegeven daarentegen dat Wright elke dag om vier uur opstond om drie uur lang in alle rust te kunnen werken, heeft vast en zeker wel geholpen in zijn werk. Net als de ambtelijke gewoonte van veel schrijvers om het aantal woorden te tellen dat ze dagelijks produceren en om zichzelf quota op te leggen. Hemingway: 500 woorden per dag, Stephen King: 2.000. Het zorgt er op z’n minst voor dat er regelmatig een boek wordt afgeleverd.

Wat duidelijk wordt tijdens het lezen van Curreys boek is dat veel artiesten baat hebben bij dagelijkse rituelen. Vaak hele gewone, ronduit saaie. De gedachte dat creatieve arbeid en het betere denkwerk vooral gedijen bij de afwezigheid van regels en routine is een illusie.

Het is zoals de Amerikaanse psycholoog William James al zei in de negentiende eeuw: „Hoe meer details van ons dagelijkse leven we overdragen aan de ongecompliceerde voogdij van automatismen, des te meer onze hogere geesteskrachten vrijgemaakt worden voor hun eigen echte werk.”