De rijken zijn niet rijker geworden

Leids onderzoek toont dat Nederlandse top laatste 25 jaar in verhouding niet meer is gaan verdienen

Bloemendaal was na het Gelderse Rozendaal vorig jaar de rijkste gemeente van Nederland, volgens het CBS. Foto Kees van de Veen

Topinkomens doen het goed in het nieuws. Shell-baas Ben van Beurden haalde deze week alle media met zijn inkomen van 24,2 miljoen euro over vorig jaar. Zijn woordvoerder benadrukte dat het grootste deel uit pensioen en belastingvergoeding bestond. Zijn vaste salaris was ‘slechts’ 5,6 miljoen – inclusief een bonus van 3,3 miljoen euro.

De rijken in Nederland worden steeds rijker, denken veel mensen bij het horen van al die cijfers met veel nullen. De Franse econoom Thomas Piketty concludeerde vorig jaar dat de ongelijkheid in de VS en Europa toeneemt, omdat inkomen uit vermogen sneller groeit dan inkomen uit arbeid. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bevestigde die conclusie gedeeltelijk voor Nederland. De kloof tussen de onderste 10 procent en de bovenste 10 procent van de inkomens is aan het groeien, zei de WRR.

Dat klopt niet, zeggen drie onderzoekers van de Universiteit Leiden: hoogleraren Koen Caminada (sociale en fiscale wetgeving) en Kees Goudswaard (toegepaste economie) en universitair docent Marike Knoef. Op verzoek van het Internationaal Monetair Fonds deden ze onder meer onderzoek naar de ontwikkeling van topinkomens in Nederland. Op economensite Me Judice publiceren ze vandaag het artikel Belasting aan de top: geen spoor van groeiende ongelijkheid.

Allerrijksten

Conclusie: het aandeel van de topinkomens in het totale bruto inkomen in Nederland is in de periode 1990-2012 „nagenoeg stabiel”. Het geldt voor de 1 procent allerrijksten (circa 75.000 huishoudens) die bijna 6 procent van het totale inkomen hebben – internationaal gezien weinig. Het geldt ook voor de 10 procent rijksten die bijna 28 procent verdienen. Het bruto nationaal inkomen was 607 miljard euro in 2012, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De belastingafdracht van de top van de rijksten in deze periode is eveneens vrij stabiel. Maar de 10 procent rijksten zijn wel significant meer belasting gaan betalen.

De grafiek met topinkomens sinds 1990 (zie onder) vertoont alleen een lichte stijging in 2007. Daar is een simpele verklaring voor, zeggen de onderzoekers. In dat jaar verlaagde de overheid tijdelijk het belastingtarief in box 2 over de eerste 250.000 euro. Directeur-grootaandeelhouders keerden zichzelf 8,7 miljard euro uit: genoeg voor een statistisch piekje.

„Het wordt vaak gesuggereerd dat hoge inkomens zijn ontzien bij belastinghervormingen”, zegt Caminada op zijn werkkamer in Leiden. „Dat het een verklaring zou zijn voor een groter aandeel topinkomens. Nou, in Nederland dus niet. Het hoogste belastingtarief is in de loop der tijd wel verlaagd. Maar dat wordt weer gecompenseerd door een grotere herverdeling van inkomens over Nederlandse huishoudens, via bijvoorbeeld de AOW en pensioenen.”

De Leidse studie geeft een „veel beter beeld” dan andere inkomensonderzoeken, stelt Caminada. Hij en zijn collega’s beschikten over microdata: de inkomensgegevens van 100.000 huishoudens van het CBS, een representatieve steekproef. Verder hebben de onderzoekers ruime definities gebruikt. Onder het begrip ‘inkomsten’ vallen naast gewoon salaris ook inkomsten van bijvoorbeeld zzp’ers en inkomsten uit vermogen (onder andere aandelen) en pensioen. Bij ‘belasting’ tellen naast loon- en vermogensheffing ook sociale premies en ziektekostenverzekeringen mee.

Dat de WRR de ongelijkheid wél ziet toenemen, ligt aan „een foutje”, volgens Caminada. Het jaar 2000 vormt een breukjaar in de inkomensstatistiek van het CBS, omdat het belastingstelsel toen werd gewijzigd. „Als je daar niet goed voor corrigeert, lijkt het in een grafiek alsof het aandeel van de topinkomens daarna is gaan stijgen.” Daarom nemen de Leidse onderzoekers het jaar 2000 niet mee in hun analyse en grafieken.

Hoogleraar arbeidsmarkt en ongelijkheid Wiemer Salverda, die de data voor het WRR door spitte, blijft erbij dat de inkomensongelijkheid groeit. Het zit hem volgens Salverda niet in het breukjaar 2000 – al noemt hij dat „uiterst belangrijk”. Hij benadrukt dat hij naar de hoogste én laagste inkomens heeft gekeken en de invloed van belastingen en de omvang van huishoudens heeft meegewogen.

Kan het zijn dat belastingontduiking de inkomens van de rijken vertekent? Caminada: „Dat ligt niet voor de hand. De inkeerregeling voor zwartspaarders is behoorlijk succesvol. De superrijken ‘verstoppen’ wel vermogen in trustfondsen, maar daarvan zijn er maar een paar in Nederland.”

We hebben stabiele inkomens omdat Nederland een „vlak landje” is, zegt Caminada. „We houden van gelijkheid. Als groepen door toekomstig beleid een grote plus blijken te krijgen, passen we dat aan, bijvoorbeeld via belastingen. We houden de inkomensverhoudingen graag in stand.”