De rijken worden dus niet steeds rijker

Foto ANP

De rijken in Nederland zijn niet rijker geworden, in tegenstelling tot wat veel mensen denken. Het aandeel van de topinkomens in het totale bruto inkomen in Nederland is tussen 1990 en 2012 “nagenoeg stabiel” gebleven. Ook de belastingafdracht van de allerrijksten in deze periode is vrij stabiel.

Dat zeggen drie onderzoekers van de Universiteit Leiden: hoogleraren Koen Caminada (sociale en fiscale wetgeving) en Kees Goudswaard (toegepaste economie ) en universitair docent Marike Knoef. Op verzoek van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) deden ze onder meer onderzoek naar de ontwikkeling van topinkomens.

Op economenwebsite Me Judice publiceren ze vandaag het artikel Belasting aan de top: geen spoor van groeiende ongelijkheid. Naar aanleiding van het boek Kapitaal in de 21ste eeuw van de Franse econoom Thomas Piketty woedde vorig jaar een discussie over de ongelijkheid tussen arm en rijk.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) concludeerde dat de inkomens van de 10 procent rijkste en de 10 procent armste Nederlanders meer uit elkaar gingen lopen.

Op basis van inkomensgegevens van 100.000 Nederlanders (inclusief pensioen en inkomsten uit vermogen) komen de Leidse onderzoekers tot een andere conclusie. De 1 procent allerrijksten (circa 75.000 huishoudens) verdienen al jaren circa 6 procent van het totale bruto inkomen, zeggen zij. De 10 procent rijksten verdienen bijna 28 procent hiervan.

Aandeel topinkomens, als percentage van het totale bruto inkomen
rijkengraphic

In een eerdere versie stond ten onrechte dat 1 procent van de huishoudens 7.500 huishoudens zijn.