De machtige vrouw op de achtergrond

Al bijna twintig jaar bouwt Anne-Marie Stordiau zorgvuldig aan het profiel van de dienstdoende minister van Justitie. Deze week moest ze juist zijn vertrek regisseren.

Den Haag, maandagavond.Anne-Marie Stordiau loopt achter minister Opstelten naar de persconferentie waar hij zijn aftreden bekend zal maken. Evert-Jan Daniëls/ANP

Ze schreef haar notitie over beeldvorming en politiek al in 2007. Maar wat erin staat is nog steeds houdbaar en was afgelopen week juist weer actueel: „Het ergste wat een departement kan gebeuren, is een bewindsman te zien aftreden.”

Als het dan toch zover is, moet „de afdeling voorlichting zorgen voor een waardig afscheid”, schrijft Anne-Marie Stordiau er achteraan. Ze is sinds 1995 directeur voorlichting van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Voor het publiek onzichtbaar, maar bij elke crisis onmisbaar voor de minister van dienst. En Stordiau heeft er nu een paar voortijdig zien vertrekken: Piet Hein Donner en deze week week Ivo Opstelten.

Stordiau beschrijft in het stuk hoe ze ingreep bij Donners aftreden in 2006, vanwege de Schipholbrand. Hij en minister Sybilla Dekker hadden afgesproken dat ze in de wandelgangen nog even de pers te woord zouden staan, nadat ze hun verklaring in de Tweede Kamer hadden afgelegd. Alleen zou dat ’s avonds op televisie een beeld opleveren van „ministers in verdrukking door camera’s en telefoons”, schrijft Stordiau. Dat ging dus niet door. „Jammer voor de media, die belang hebben bij eigen, liefst emotionele beelden.”

Op vergelijkbare wijze zal Stordiau ook afgelopen maandagavond zo haar invloed hebben doen gelden. Hoe laat gaan minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven hun aftreden bekendmaken? Het beste is als zo’n aankondiging live wordt uitgezonden, zonder tussenkomst of duiding van journalisten. Slim dus om de persconferentie om tien uur te laten beginnen: precies als het journaal in Nieuwsuur begint. De twee legden elk een verklaring af, vragen stellen naderhand was niet mogelijk. Zo behoudt een aftredend bewindspersoon zijn waardigheid.

Anne-Marie Stordiau (63) is een begrip in de Haagse binnenwereld. Dat ze geen publieke figuur is, is een bewuste keuze. Ze wil ook niet aan dit verhaal meewerken: daar heeft het ministerie noch zijzelf belang bij, zegt ze. Effectief opereren lukt volgens Stordiau alleen als je niet zelf in de belangstelling staat.

Die les leerde ze al vroeg, in haar eerste jaren op het departement. In 1998 had minister van Justitie Winnie Sorgdrager (D66) een conflict met het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie. Het OM en het departement beschuldigden elkaar ervan met opzet informatie door te spelen naar de media. Vanuit het ministerie zou Stordiau daar een rol in hebben gespeeld. De rijksrecherche deed zelfs een onderzoek naar de afdeling voorlichting, omdat de verhoudingen daar zo verstoord zouden zijn.

Harry Borghouts werkte in die tijd als hoogste ambtenaar op het ministerie en „gelooft nog steeds niet” dat het Stordiau was. „Maar het was een vervelende zaak, die heeft zeker invloed gehad op hoe zij haar werk doet”, zegt hij.

Borghouts merkte bijvoorbeeld dat Stordiau ten tijde van die crisis letterlijk afstand ging nemen van Sorgdrager. Ze liep dan niet naast, maar drie of vier passen achter haar, zodat zij niet steeds bij de minister in beeld kwam. Als je te zichtbaar bent, zijn mensen minder open, zegt Borghouts. „Terwijl zij haar werk juist deed als een spin in het web. Ze had een enorm netwerk en gebruikte dat in het belang van haar bewindspersoon. Ze gaf door wat zij relevant vond: let op, er wordt zo en zo over jou gepraat.”

Stordiau, klinkt het aan de top van andere departementen, zal al haar energie, kennis en charmes inzetten om het goede verhaal voor haar bewindspersoon in de krant of op tv te krijgen. Ze kent tout Den Haag, heeft plichtsbesef en is loyaal aan de politieke leiding. Al is ze van oorsprong CDA’er, een minister met een andere politieke kleur zal daar nooit iets merken.

Evengoed valt op te tekenen dat Stordiau, en met haar de afdeling voorlichting van het ministerie, vooral bezig is met het publieke imago van haar bewindspersonen en minder met hun binding met het departement. Terwijl dat ministerie van Justitie juist zo groot is: van de politieagenten tot de Immigratie- en Naturalisatiedienst, van de mensen bij het Openbaar Ministerie tot werknemers in het gevangeniswezen. De afdeling voorlichting is vooral gericht op primeurtje hier, nieuwtje daar, klinkt het. En dwingend, defensief en niet bang om uit te zoeken met welke verhalen journalisten bezig zijn en daarin bij te sturen, als ze dat nodig vinden.

Oud-minister Ernst Hirsch Ballin werkte van 2006 tot 2010 met Stordiau en zegt dat zij „een innerlijke, doorleefde betrokkenheid bij de rechtstaat” heeft. „Ze heeft sterke wortels in de samenleving en die zijn nodig om je taak als voorlichter goed te kunnen doen.” Haar nauwe betrokkenheid bij de cultuurwereld helpt erbij „responsief” te zijn voor wat er speelt in de maatschappij, zegt Hirsch Ballin. Stordiau zit onder andere in de raad van toezicht van het Fonds voor Cultuurparticipatie en is voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Strijkkwartetacademie.

In zijn tijd als minister wist Stordiau precies de juiste mensen om zich heen te verzamelen, zegt Hirsch Ballin. „Mensen met interesse voor het vak en de rechtstaat. Ze had een gouden greep in de goede types aannemen en werkte met een jonge ploeg.” Dat laatste is nog steeds zo: op haar afdeling werken vooral dertigers, met Stordiau en haar even ervaren plaatsvervanger Wilfred Kortman aan de leiding.

Afgelopen jaar was de afwikkeling van de ramp met de MH17 één van Stordiaus grootste klussen. Nog steeds vergadert ze er geregeld over met premier Rutte, minister van Buitenlandse Zaken Koenders en, tot voor kort, Opstelten.

Als directeur voorlichting van het coördinerend ministerie is ze voorzitter van het crisiscommunicatiecentrum. Dus aan haar was vorig jaar zomer de taak om de sfeer in de samenleving samen te vatten, en het beeld dat in de media bestond. Van de ramp en van de aanpak daarvan door het kabinet. Zij was het die uiteindelijk de dag van nationale rouw bedacht: die woensdag in juli dat de eerste veertig kisten met de stoffelijk overschotten van slachtoffers van de ramp in Nederland aankwamen. Haar team woordvoerders was onder de indruk: die zagen Stordiau niet eerder zo praktisch aan het werk.

Voor iemand als Stordiau, zó bezig met beeldvorming en het profiel van ‘haar’ bewindspersoon, is weinig vervelender dan de publicitaire grip kwijtraken. De schikking met drugscrimineel Cees H., de kwestie die Opstelten en Teeven tot opstappen dwong, was voor Stordiau lastig. Advocaten die op de binnenzak van hun jasje kloppen en zeggen dat zij het bankafschrift hebben, terwijl op het departement de ambtenaren zeggen die betalingsinformatie écht niet te kunnen vinden.

Haar afdeling deed in reactie op de uitzending van Nieuwsuur een bericht uitgaan dat later onjuist bleek: namelijk dat er geen financiële gegevens meer aanwezig zijn op het departement.

Stordiau zou het bericht vooraf nog hebben afgezwakt: eerst zou erin gestaan hebben dat het bedrag van 4,7 miljoen gulden nooit bekend was geweest op het ministerie. Maar het – achteraf foute – bericht ging na afstemming met betrokken partijen wel onder haar verantwoordelijkheid de deur uit.

Is twintig jaar op zo’n spilfunctie niet wat lang? Oud-secretaris-generaal Borghouts vindt van wel: „Ik vind dat je zoiets acht, hooguit tien jaar moet doen. Dat heeft helemaal niets met Anne-Marie te maken, maar op een gegeven moment heb je alles gewoon al eens meegemaakt. Dan is frisse energie nodig.” Het zou heel goed kunnen dat Stordiau dat zelf ook vindt: in 2012 probeerde ze directeur-generaal van Cultuur te worden op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een ander kreeg de baan. Stordiau bleef.