Banken moeten recordbedrag afboeken op slechte leningen

De drie grote Nederlandse banken hebben sinds 2008 een verlies geleden van 20 miljard op slechte leningen. En het einde is nog niet in zicht.

ABN Amro, ING en Rabobank hebben voor een historisch hoog bedrag verliezen geleden op probleemkredieten sinds het uitbreken van de financiële crisis zeven jaar geleden. Dat blijkt uit een inventarisatie van deze krant. De schadepost voor banken als gevolg van bedrijfsleningen of vastgoedfinancieringen die niet of slechts deels werden terugbetaald is opgelopen tot 20 miljard euro.

Dergelijke verliezen worden door iedereen in de samenleving gevoeld. Banken hebben een deel van de stroppen terugverdiend, door onder meer spaarrentes te verlagen en de rentes op kredieten te verhogen. Ook hebben ze het salaris van personeel gekort.

De angst bij banken voor nieuwe stroppen is bovendien een van de redenen waarom de kredietverlening mondjesmaat blijft, terwijl die juist cruciaal is voor het functioneren van de economie. Economen wijzen op de gebrekkige kredietverlening als medeoorzaak van het zwakke herstel.

Afgelopen weken hebben de meeste banken hun jaarcijfers gepresenteerd. Daaruit blijkt dat banken langzaam uit de crisis krabbelen. Een inventarisatie van de resultaten van 2009 (het eerste jaar na de crisis) tot en met 2014 toont dat ABN Amro, ING en Rabobank voor circa 20 miljard euro verlies hebben geleden op probleemkredieten. Het werkelijke bedrag is nog een paar miljard groter, omdat ABN Amro geen cijfers zegt te hebben voor 2009 en 2010. De drie banken zijn samen goed voor 75 procent van de kredietverlening.

De banken vrezen dat de verliezen de komende jaren nog verder op zullen lopen. ABN Amro, ING en Rabobank hebben daarvoor in hun stroppenpotten nog eens 20 miljard euro gereserveerd. Dat bedrag zal waarschijnlijk niet volledig verdampen, banken treffen doorgaans meer voorzieningen dan ze aan verliezen verwachten. Maar het is niet onwaarschijnlijk dat een groot deel daarvan verloren gaat. Dit verlies komt bovenop de enkele tientallen miljarden die de overheid heeft gespendeerd om Nederlandse banken van de ondergang te redden. Maar dat geld is of wordt voor een groot deel terugbetaald.

Hoogleraar Harald Benink van de Tilburg University: „Het is een substantieel bedrag. Maar we komen dan ook uit een hele zware crisis, de zwaarste sinds de jaren tachtig.” Hij nuanceert wel dat de stroppen relatief bezien, ten opzichte van alle leningen, „niet ongebruikelijk” zijn in een diepe crisis. „Er zijn crises geweest waarbij de schade veel groter was.” Hij benadrukt verder dat de stroppen in Zuid-Europese landen veel groter zijn.

Kampioen stroppen is ING, met een totaal verlies van bijna 8 miljard euro. ING is echter meer dan twee keer zo groot als ABN, dat bovendien geen cijfers zegt te hebben voor 2009-2010. Rabobank heeft een schadepost van 7 miljard euro. Maar haar voorzieningenpot is meer dan anderhalf keer zo groot als die van ING, bijna 9,5 miljard tegenover bijna 6 miljard. Dat duidt op toekomstige hoge stroppen. Naar verwachting zal Rabobank dan ook uiteindelijk het meeste pijn lijden.